<$BlogRSDUrl$>

Wednesday, March 31, 2004

Is de muziekindustrie aan een echte Jihad bezig?

Enkele weken geleden werd in Brussel een 60-jarige man die een enorme muziekcatalogus op het internet beschikbaar had gesteld. In de Verenigde Staten maakt de muziekindustrie al geruime tijd jacht op internauten die aan file-sharing doen. Maar ook in Europa wordt de jacht nu geopend. In The Register maakt John Oates daarbij gewag van een P2P-Jihad.

“De International Federation of the Phonographic Industry (IFPI) start met gerechterlijke stappen tegen Amerikanen en Canadezen die verdacht worden van file-sharing,” aldus John Oates. “Het gaat in eerste instantie over 247 mensen uit Denemarken, Duitsland, Italië en Canada die file-sharing netwerken zoals Kazaa, WinMX, eMule en iMesh hebben gebruikt.”

Oates stelt dat gelijkaardige acties in de Verenigde Staten een hele controverse hebben uitgelokt toen de Amerikaanse muziekindustrie (RIAA) een proces begon tegen een 12-jarig schoolmeisje. “De IFPI stelt dat de actie gerechtvaardigd is, nadat eerder talloze inspanningen waren gedaan om de consument te verwittigen,” aldus Oates. “Bovendien is er nu een grote catalogus aan legale downloads beschikbaar.”

Bij de actie werd de muziekindustrie van de betrokken landen betrokken. “In Denemarken zullen 120 een brief krijgen waarin hen gevraagd wordt om te stoppen met file-sharing en een compensatie te betalen,” aldus Oates. “Zoniet zullen ze voor de rechter gedaagd worden. In Duitsland werden 68 adressen overgemaakt aan de politie. In Italië werd bij dertig mensen een huiszoeking verricht, waarbij 25 computers en 30 harddisks in beslag werden genomen. Ook in Canada kunnen 29 mensen een sanctie verwachten. In Zweden wordt gestart met een waarschuwingscampagne.”

Oates stelt dat file-sharing volgens de IFPI een belangrijke oorzaak is voor de dalende muziekverkoop in de wereld. “Het volk van Tzotziles in Mexico gelooft dat moderne camera’s hun ziel kan stelen,” voegt hij er kritisch aan toe. Oates wordt in zijn sceptisisme alvast bevestigd door een onderzoek van enkele Amerikaanse wetenschappers. Zij zijn immers van oordeel dat file-sharing geen effect heeft op de verkoop van muziek-cd’s.

“Professor Felix Oberholzer-Gee van de Harvard Business School en zijn collega Koleman Strumpf van de Universiteit van Noord-Carolina stellen dat deze praktijken ten hoogste een miniem effect hebben op de cd-verkoop,” schrijft Tony Smith eveneens in the Register.

Hun onderzoek wees uit dat er gemiddeld 5.000 downloads nodig zijn om de cd-verkoop met welgeteld één exemplaar te doen afnemen. “Bovendien is dat nog een extreme inschatting,” merken de onderzoekers op. “Met die berekening zou de Amerikaanse cd-verkoop in 2002 met 2 miljoen exemplaren zijn gedaald, terwijl er tussen 2000 en 2002 slechts een afname van 139 miljoen exemplaren is vastgesteld.”

Smith merkt op dat daaruit zou kunnen afgeleid worden dat file-sharing die negatieve trend zelfs heeft afgeremd. “Volgens de onderzoekers zorgen elke 150 downloads bij de top 25 van de albums – met een verkoop van minstens 600.000 exemplaren – voor een extra verkoop van één exemplaar,” stelt hij. “Downloads lijken vooral een effect te hebben op de minder populaire albums, maar voor de muziekindustrie is de operatie positief, aangezien die het meeste geld verdient aan de populairste werken.”

Bovendien zeggen de onderzoekers dat de meeste file-sharers mensen zijn die de albums die ze downloaden, in geen geval gekocht zouden hebben. Anderzijds geeft Smith ook toe dat uit de studie blijkt dat de IFPI misschien toch ergens een punt heeft. “De grootste download-activiteit werd vastgesteld in de Verenigde Staten, Canada, Duitsland en Italië,” aldus Smith. “Juist in die landen is volgens de IFPI de muziekverkoop het ergst achteruit gegaan.”

De onderzoekers stellen echter dat er andere redenen zijn voor die achteruitgang. “De verkoop is niet achteruit gegaan omwille van de downloads, want de meeste downloads zouden door het publiek toch niet gekocht worden,” aldus de onderzoekers. “Bovendien wijzen ze erop dat ook op het einde van de jaren zeventig en tachtig de sector werd geconfronteerd met een opvallende achteruitgang. Dat leidde toen tot de campagne ‘Home Tape Is Killing Music’. Maar die achteruitgang werd omgekeerd toen de CD werd gelanceerd.”

De CD kreeg immers tijdens de jaren negentig een enorme stimulans toen de consumenten de albums die ze al op vinyl hadden, opnieuw gingen kopen. “Films, software en video-games worden bijzonder actief gedownload,” aldus Smith. “Nochtans is de verkoop in de sector sinds de opkomst van file-sharing blijven groeien.”

Het dal in de muziekverkoop wordt volgens de onderzoekers niet door file-sharing veroorzaakt, maar wel door de slechte macro-economische omkadering, een vermindering in het aantal uitgebrachte albums, de groeiende concurrentie van de andere amusements-sectoren (video games en DVD) en een gebrek aan diversiteit binnen de muziek, vooral te wijten aan de grote consolidatie binnen het radiolandschap.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Tabloid-formaat toch ten koste van ernst?

In Vlaanderen zorgde Gazet van Antwerpen met zijn tabloid-formaat voor een opvallende primeur. Het werd echter een succes en al vlug volgde ook De Standaard. Hetzelfde fenomeen had zich ook al voorgedaan in Engeland, waar achtereenvolgens The Independent en The Times op een kleiner formaat overschakelden. Daar is echter een discussie aan de gang of deze overstap ten koste is gegaan van de ernst die de beide kranten plachtten hoog te houden.

“Tabloids werden altijd als een synoniem van sensatiepers beschouwd,” schrijft Sarah Lyall in The New York Times. “Daarom ook werd de beslissing van de ernstige Independent de voorbije herfst om naar een tabloid-formaat over te schakelen als alternatief voor zijn broadsheet editie als een verrassing en een risicovolle onderneming beschouwd die desastreus zou kunnen aflopen.”

Maar net zoals in België met De Standaard en Gazet van Antwerpen, werd het een bijzonder en zelfs onverwacht succes. Na jaren van dalende oplages, ging de verkoop van de krant er plots opnieuw op vooruit. De verkoopcijfers (256.378 exemplaren) lagen zelfs vijftien procent hoger dan het jaar voordien. “Het gevolg daarvan was dat het Britse krantenlandschap werd herschikt,” aldus Sarah Lyall.

Independent-directeur Terry Grote merkte dan ook op dat tien jaar achteruitgang op tien dagen tijd werd omgebogen. Het was uiteraard groot nieuws in de krantenwereld en de Independent kreeg teams uit de hele wereld op bezoek om te bestuderen hoe de Independent in die spectaculaire ommekeer was geslaagd. Al snel schakelde dan ook The Times of London eveneens over op het kleinere formaat. “Ondertussen zaten de andere broadsheet-kranten nerveus om zich heen te kijken om uit te vissen hoe ze op deze plotse, nieuwe evolutie moesten reageren.”

Lyall stelt dat de toplui van beide nieuwe tabloid-kranten benadrukken dat alleen het formaat van de krant is gewijzigd en niet de inhoud of de ernst van hun aanpak. “Het woord tabloid heeft altijd – onterecht - een bepaald stigma met zich meegedragen,” aldus Robert Thomson, hoofdredacteur van The Times. Zelf spreekt hij ook liever op een compacte krant. “De competitie is zo hard dat het in het belang is van de concurrentie om te benadrukken dat dit stigma wel iets betekent,” aldus Thomson. “Maar uiteindelijk heeft een formaat geen betekenis.”

Met elf nationale kranten is Londen volgens Lyall een krantenstad waar het bijzonder moeilijk is om het hoofd boven water te houden. “Er lijken soms teveel te kranten te zijn en te weinig nieuws en advertenties,” merkt ze op. “Met de groeiende competitiviteit van de markt, werden de voorbije tien jaar gekenmerkt door een oplage-daling, waardoor de kranten verplicht werden nog agressiever acties te ondernemen met speciale vakantie-aanbiedingen, spelletjes, pikante foto’s en aangrijpende titels.”

Maar het succes van het nieuwe formaat van de Independent was volgens Lyall gedeeltelijk te wijten aan de lessen die de krant trok uit de praktijken van de populistische, rechtste pers, in Engeland traditioneel de meest succesvolle uitgaves. “Dat paste de Independent toe op het meer links-gerichte publiek, waarbij de krant zijn steeds militanter wordende agenda nog activeerde, maar er ondertussen wel voor zorgde de prikkelende foto’s en de celebrity-roddel van de meeste tabloids te vermijden.”

Lyall illustreert dat met de Independent-kop op de dag dat de Britse regering vrijgesproken werd van het verspreiden van misleidende informatie over de massa-vernietigingswapens in Irak. “De krant pakte uit met één woord: Witwasserij,” merkt ze op. Alan Rusbridger, hoofdredacteur van de linkse Guardian, liet zich daarover ontvallen dat geopinieerde en opvallende titels een goede techniek zijn voor een tabloid, maar niet voor een broadsheet.

Volgens Grote zou de Independent op termijn helemaal tabloid worden. “Op een dag zal iedereen zich afvragen wat er nu in ’s hemelsnaam verkeerd was met het drukken van een tabloid-formaat,” merkte hij op. Het feit dat The Times en The Independent het tabloid-pad opgingen, zorgde volgens Lyall voor een elektrische schok in de rest van de industrie.

“De concurrentie werd verplicht om over zijn eigen toekomst na te denken,” aldus Lyall. “Zij hebben dan ook een goede reden om bezorgd te zijn, zeker op korte termijn. Het is een hectische periode voor de Londense krantenwereld. De Daily Telegraph blijft te koop en de Guardian heeft zijn eigen problemen en heeft blijkbaar een pak lezers verloren aan de nieuwe Independent. Volgens statistieken ging de krant in februari met tien procent achteruit tegenover het jaar voordien. De Guardian merkt echter op dat de verkoopcijfers een weerspiegeling zijn van het nieuwe en de agressieve marketing van de Independent. De krant maakte alvast bekend er niet aan te denken zelf op tabloid-formaat te gaan, maar aan een eigen wijziging werkte.”

Lyall stelde dat de Guardian wel eens naar het formaat van El Pais in Spanje of Le Monde in Frankrijk zou kunnen gaan, een formaat dat ongeveer halverwege tussen de tabloids en de broadsheets ligt. “Verder gaan zou inhouden dat ook de toon en de presentatie zou moeten veranderen,” benadrukte men bij de Guardian. “Dat betekent kortere, directere artikels, opvallender titels en meer teksten met een human-interest gehalte, nodig om de lezer geboeid te houden tijdens het doorbladeren van het dikke pak paier. Er is geen bewijs dat een sobere toon in deze markt zou aanslaan.”

Peter Preston, voormalig hoofdredacteur van de Guardian, stelde dat het tabloid-formaat op dit ogenblik misschien wel beter tegemoet komt aan de vraag van het publiek. “Het is een natuurlijke manier om groepen aan te spreken binnen het lezerspubliek, dat zelf uit zeer verschillende componenten bestaat,” merkte hij in The British Journalism Review op. Hij voegde er echter aan toe dat het tabloid-formaat niet voor iedereen een oplossing is. “Kranten moeten flexibel blijven in de manier waarop ze het nieuws brengen,” merkte hij op. “Ze zouden hun kranten op verschillende formaten moeten aanbieden, met verschillende afmetingen voor de forenzen en voor de keukentafel. Er zou ook een combinatie moeten gezocht worden tussen het gedrukte exemplaar en de website.”

Lyall stelt dat velen vrezen dat de nieuwe tabloids voor de Britse pers een volgende stap is om zich verder te verwijderen van de ernst en zich meer in de richting te begeven in de richting van entertainment en oppervlakkigheid. “Terwijl de Independent zijn nieuws alleen maar herschikt lijkt te hebben, heeft de Times een groter onderscheid doorgevoerd tussen zijn twee formaten,” zegt ze. “Bij de Guardian is men van oordeel dat de Times in zijn tabloid-versie een lager marktsegment opzoekt, met de nadruk op populaire dingen ten koste van de ernst. Ze stellen dat de Times sommige verhalen opklopt en andere inperkt in een poging om meer tabloid te worden. Politiek wordt afgebouwd ten koste van misdaad en human-interest. Dat is misschien wel wat men op die markt moet doen.”

Uiteraard is de Times het daar niet mee eens. “Er zijn vele inspanningen gedaan om de ernst van de krant te benadrukken, zoals het prominent naar voor brengen van de lezersrubriek en de opinie-stukken,” wordt er opgeworpen. “Indien men zich op een lager marktsegment wil richten, is dat wel het laatste wat men moet doen. Anderzijds moet men realistisch zijn. Er zijn inderdaad lichtere stukken, maar niet meer dan in de broadsheet. Men kan onmogelijk zeventien bladzijden non-stop politiek brengen. Zo zit het leven niet in elkaar.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Amerika: breedband algemeen in 2007

De Amerikaanse president George W. Bush wil dat in 2007 breedband in de Verenigde Staten algemeen ingevoerd is. Dat maakte hij zopas bekend tijdens een verkiezingscongres in Albuquerque (Nieuw Mexico). Ook zijn democratische opponent John Kerry ziet in breedband een belangrijke spil van de economische ontwikkeling.

Bush stelde dat breedband niet alleen algemeen beschikbaar is, maar dat er ook moet voor gezorgd worden dat het publiek er inderdaad gebruik van maakt. “Het is voor Amerika belangrijk dat we voorop blijven gaan in de technologische veranderingen,” aldus Bush. “Een omvattend plan voor breedband is daar een belangrijk onderdeel van.” Ook democratisch presidents-kandidaat John Kerry noemde het stimuleren van nieuwe industrieën zoals breedband-technologie een manier om de Amerikaanse concurrentiekracht op te drijven.”

Op dit ogenblik hebben ongeveer 20,6 miljoen Amerikaanse gezinnen en kleine bedrijven een aansluiting op breedband, ofwel via een telefoonmaatschappij ofwel via de kabelmaatschappijen. Deze laatste hebben de meeste aansluitingen (13,7 miljoen). De DSL-diensten van de telefoon-maatschappijen hebben 7,7 miljoen gebruikers. Bush merkte op dat er ook geen belastingen zouden mogen gelegd worden op de breedband-aansluitingen. “Het vermijden van belastingen is een manier om de breedband-technologie te promoten,” aldus de president.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Wordt Spim de nieuwe ellende?

Instant Messaging krijgt steeds meer af te rekenen met ongewenste berichten die producten en diensten aanbieden. Spim – zoals deze variant van Spam genoemd wordt – rukt volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Radicati met reuzenschreden op. Voorspeld wordt dat deze praktijk dit jaar in totaal zal oplopen tot 1,2 miljard berichten, een verdrievoudiging tegenover het niveau van vorig jaar.

De opgang van Spim is volgens Sara Radicati, directeur van The Radicati Group, te vergelijken met de groei van Spam. “Dit laatste begon zijn opmars in 1994, toen nieuwsgroepen van Usenet de eerste ongevraagde reclameberichten begonnen op te merken,” merkte ze op. “Het betrof een reclame voor immigratie-hulp van het advocatenkantoor Canter & Siegel. Op enkele jaren tijd was nagenoeg het hele Usenet-kanaal ondermijnd door de spammers, die zoveel berichten verstuurden dat Usenet niet langer een bruikbaar communicatie-platform was.” Wanneer men naar de gemiddelde mailbox kijkt, zou het volgens Radicati niemand hoeven te verwonderen dat e-mail wel eens dezelfde weg zou kunnen opgaan als Usenet. “In 2004 zal e-mail ongeveer 52 procent van alle e-mail berichten uitmaken,” zegt ze. “We verwachten dat het niveau in 2008 zelfs zal oplopen tot 74 procent.”

Volgens Jon Sakoda, onderdirecteur bij IM-beveiliger IMLogic, zal Spim zelfs nog veel sneller groeien. “Op dit ogenblik blijft Spim nog onder de tien procent van de IM-berichten,” meende hij. “Maar het groeit wel met 100 procent per jaar. Ongeveer 90 procent van de Spim-berichten arriveren onder de vorm van een enkele regel, waarna verwezen wordt naar de URL van een webcam of een website. De meeste Spim-berichten gaan trouwens over pornografie.”

In Wired wordt opgemerkt dat een recente vloed van Spim verwees naar een downloadbaar game, dat de gebruikers vervolgens in de handen van reclame-spammers stuurde. Het game verstuurde bovendien spyware die het bedrijf PSD Tools toeliet om reclame te plaatsen op de computers van de gebruikers en te versturen naar iedereen die op de adressenlijst van de slachtoffers stonden. Vooral dit type van Spim zal Volgens Radicatie in de toekomst gebruikt worden.

Het goede nieuws is volgens Wired echter dat Spim wellicht gemakkelijker te controleren dan Spam. “Gebruikers kunnen hun Instant Messenger zo programmeren dat berichten van onbekenden geblokkeerd worden,” aldus het tijdschrift. “Maar daardoor wordt helaas geen Spim geblokkeerd die langs bekenden verstuurd wordt.”

Om junk-mail te blokkeren worden steeds meer filter-technieken gebruikt, waarbij gezocht wordt naar typische Spam-vocubulaire, om vervolgens alle verdachte berichten te weigeren. “We kunnen onze vrienden niet e-mailen over alles dat misschien op Spam zou kunnen lijken, want het bericht zou door hun Spam-filter geweigerd worden en binnenkort zijn we ook niet meer in staat om hen te berichten over leuke websites of andere dingen die misschien een beetje op Spam lijken,” aldus systeem-adminstrateur Dennis Love. “Wat mij betreft, zijn spammers de Antichrist.”

Peter Saint-Andre, directeur van Jabber Software Foundation, merkte op dat Spim waarschijnlijk nooit even populair zal zijn als e-mail, om de eenvoudige reden dat Instant Messaging een gesloten systeem is en niet in interactie komt met klanten van andere diensten. “Spimmers moeten in theorie een account hebben bij dezelfde IM-provider als hun slachtoffers,” stelde hij. “Onze gebruikers nemen bovendien voorzorgen waardoor er alleen communicatie is met andere gebruikers van de service.”

Matthew Hunt van IM-provider Omnipod merkte echter op dat spammers begonnen zijn met het aanbieden van spim-campagnes aan weinig scrupuleuze marketeers. “Voor enkele honderden dollar is een professionele spimmers maar al te graag bereid IM-gebruiker met boodschappen te bombarderen,” merkte hij op. “Elk communicatiesysteem waar geld verdiend kan worden, zal een spammer opduiken om daarvan gebruik te maken. Wij moeten er nu – heel snel – voor zorgen dat we spim vernietigen met wat we geleerd hebben uit de strijd tegen spam, vooraleer spim de IM-communicatie kan vernietigen.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Jobadvertenties blijven probleem voor kranten

Jobadvertenties blijven de krantenbedrijven kopzorgen baren. Dat wordt nogmaals bevestigd bij de mediagroep Concentra, uitgever van onder meer Gazet van Antwerpen en het Belang van Limburg, die bij het voorstellen van zijn jaarcijfers bekend maakte dat de inkomsten in deze sector sterk blijven dalen. De globale advertentie-inkomsten gingen wel naar omhoog.

In zijn kernactiviteiten (Concentra Media) steeg de bedrijfswinst met 4,87 miljoen tot 5,46 miljoen euro. De omzet groeide 5,2 procent tot 134,64 miljoen euro. De inkomsten uit de lezersmarkt stegen met 3,1 procent. Ook de gratis kranten Metro en De Zondag zagen hun omzet fors stijgen, hoewel Metro nog verlieslatend (1,51 miljoen euro) blijft. Ook de audiovisuele media, met onder meer ATV en TV Limburg, boekten 2,5 procent meer omzet, maar dat gaat gepaard met een lagere winst.

De globale Concentragroep blijkt het voorbije jaar een nettowinst van 28,48 miljoen euro geboekt te hebben. “In 2002 eindigde het bedrijf nog met 21,11 miljoen euro nettoverlies,” merkte de directie bij de voorstelling van de jaarcijfers op. “Vooral het vierde kwartaal was zeer positief voor het mediasegment, met een stevige omzetgroei (14 procent) en een positief bedrijfsresultaat van 2,25 miljoen euro.”

Toegegeven wordt dat een deel van de nettowinst ook het gevolg van meerwaarden op verkochte participaties. “De participatie in Ubizen leverde Concentra in 2003 een verlies van 5 miljoen euro op,” stelt Concentra. “Intussen is die participatie in het Leuvense netwerkbedrijf verkocht, wat voor dit jaar een meerwaarde van 0,92 miljoen euro oplevert. Ook de deelneming in Almanij werd, wat een meerwaarde opleverde van 38,5 miljoen euro. Anderzijds werd een waardevermindering geboekt van 3,5 miljoen op de grafische activiteiten (Mercator en Roularta Printing), naast een voorziening van 6,8 miljoen voor de geplande inkoop van eigen aandelen en warrants.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Bertelsmann heeft overnameplannen

De grootste mediagroep van Europa, het Duitse Bertselsmann, overweegt nieuwe overnames. Tijdens de bekendmaking van de resultaten van het voorbije boekjaar merkte afgevaardigd-bestuurder Gunter Thielen op dat onder meer gedacht wordt aan een uitbreiding op de Aziatische en Oost-Europese markt. Onder meer daardoor verwacht de groep dit jaar opnieuw een groei te realiseren.

"Deze markten in Azië en Oost-Europa zijn niet langer ongekend terrein,” merkte Thielen op. “We willen televisiezender RTL onder meer in Oost-Europa lanceren." RTL blijkt trouwens bij Bertelsmann voor de grootste omzet te zorgen. Vorig jaar haalde de zender een omzet van 4,45 miljard euro, tegenover 4,36 miljard euro in 2002. Ook het mediabedrijf Arvato was met 3,64 miljard euro omzet winstgevend. Op een derde plaats komt Bertelsmann Music Group met een omzet van 2,71 miljard euro.

Bertelsmann boekte in 2003 een nettowinst van 154 miljoen euro, een veel lager resultaat dan de 928 miljoen euro van het jaar ervoor. De winst steeg daarentegen met 20 procent tot 1,12 miljard euro. De omzet van Bertelsmann bedroeg vorig jaar 16,8 miljard euro, 8,3 procent lager dan de 18,3 miljard euro in 2001. “Het omzetverlies is hoofdzakelijk te wijten aan de dollarzwakte en de verkoop van de afdeling Springer,” aldus de directie.

Tevens werd opgemerkt dat de mogelijke beursgang van de holding GBL, die 25,1 procent van Bertelsmann in portefeuille heeft, er ten vroegste in 2006 komt. Dat werd tussen GBL en de andere aandeelhouders afgesproken. Bertelsmann het ook het laatste deel van de aandelen bij de Zeit Foundation teruggekocht. Nu is 57,6 procent van de aandelen in handen van Bertelsmann Foundation, terwijl de rest in handen is van de familie van bedrijfsgigant Reinhard Mohn (17,3 procent) en de holding van Albert Frère (25,1 procent).

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Tuesday, March 30, 2004

KMO-sector verdedigt zich niet genoeg tegen virussen

Internet virussen hebben de Europese KMO-sector stevig te pakken gehad. Dat meldt het persagentschap Reuters. Niet minder dan 22 procent van de bedrijven zou zijn online activiteiten hebben opgeschort om te herstellen van de recente aanvallen.

“Volgens een onderzoek van McAfee Security zouden Frankrijk en Italië het ergst getroffen zijn,” aldus Reuters. “Daar zouden respectievelijk 50 en 30 procent van de kleine bedrijven gedwongen zijn hun operaties stil te leggen.” In totaal zijn er volgens Network Associates, moedermaatschappij van McAfee, in West-Europa bijna veertien miljoen ondernemingen met minder dan twintig werknemers.

De economische gevolgen en de veelvuldigheid van de aanvallen bezorgen die bedrijven volgens Network Associates heel wat schade. “Elk internet-virus kost de bedrijven 5.000 euro in verloren omzet en herstellingswerkzaamheden,” aldus Reuters. “Cybercrime kost de KMO-sector van West-Europa jaarlijks ongeveer 22 miljard euro. Bovendien lijkt het alleen nog maar erger te worden. McAfee stelt dat er tijdens het eerst kwartaal van dit jaar al meer virus-alarmen geweest zijn dan in het hele vorige jaar.”

Wereldwijd is vooral de financiële sector bijzonder zwaar geraakt door computer-virussen. “Relatief nieuw is phishing, waarbij fraudeurs valse e-mails verzenden of namaak-websites bouwen in de hoop dat ze gebruikers ertoe kunnen verleiden om hun bankgegevens of paswoorden te geven,” stelt Reuters. “Ook de goksector is het slachtoffer geworden van misdadigers, die de websites blokkeren en vervolgens geld eisen om met de aanvallen te stoppen.”

Volgens de politie-diensten hebben beide praktijken te maken met de georganiseerde misdaad. “Geloofd wordt dat deze groepen zich gespecialiseerd hebben in het ontwerpen van virussen,” aldus Reuters. “In het begin waren het kleine, vervelende programma’s gericht op e-mails, maar dat is de jongste tijd geëvolueerd naar meer sinistere programma’s die in staat zijn om een computer over te nemen. Daardoor kunnen die toestellen omgetoverd worden in spam-machines. Indien een bedrijfsnetwerk wordt geraakt, kan de indringer er op zoek gaan naar officiële documenten en paswoorden.”

Volgens McAfee gaf twintig procent van de Spaanse bedrijven toe dat een aantal files beschadigd of definitief vernietigd waren. “Hoewel de bescherming tegen virussen groeit, laat een meerderheid van de Europese KMO-bedrijven het na om hun anti-virus software te updaten,” aldus Reuters. “Slechts 39 procent van de sector beveiligt zijn netwerken. De sector wordt gekenmerkt door een gebrek aan bewustzijn.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Ik weet wat je denkt

Nasa-wetenschappers denken dat ze een methode gevonden hebben om de menselijke gedachten te lezer. Dat schrijft Dörte Sasse in de Duitse krant Die Welt. Dit kan belangrijke mogelijkheden opleveren voor de ruimtevaart, maar ook voor mensen met een spraakstoornis.

De wetenschappers gaan ervan uit dat de mens bij het denken in zichzelf spreekt. “Op die manier slaagde men erin informatie op te vangen die testpersonen alleen maar dachten,” benadrukt Sasse. “Sensoren registreerden zenuwsignalen die de hersenen naar de tong, keel en stembanden stuurde, zelfs wanneer die signalen niet in echte klanken werden omgezet.”

In de eerste test slaagden de onderzoekers erin om bepaalde gedachte woorden van de testpersonen daadwerkelijk te erkennen. “In de toekomst zou deze methode kunnen gebruikt worden om in een luidruchtige omgeving onhoorbaar te communiceren, maar ook mensen met een spraakstoornis het communiceren te vergemakkelijken.” Tevens zou het mogelijk worden om systemen van spraakherkenning te verfijnen, maar ook zouden de gedachten van mensen tegen hun wil kunnen afgeluisterd worden.

Chuck Jorgensen, leider van het Ames Research Center van de Nasa, benadrukt dat wanneer mensen in zichzelf praten of lezen, er biologische signalen ontstaan. “Het doet er daarbij niet toe of men de lippen of het gezicht beweegt of niet,” aldus Jorgensen. “Bij de eerste experimenten meldde de software 92 procent van de woorden die de testpersonen dachten. Signalen werden omgezet via een internet-browser.”

Het onderzoek staat nog wel in de kinderschoenen, maar het team van Jorgensen heeft al plannen om een soort marsrobot te sturen met gestandaardiseerde commando’s, waarbij een subvocaal kader gebruikt wordt.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Bedrijven moeten aan panmarketing doen

Wanneer bedrijven aan marketing doen, moeten ze ervoor zorgen dat daarbij de hele onderneming aan dezelfde kar trekt. Volgens de Franse organisatie-wetenschapper Michel Bruley werken de verschillende departementen daarbij nog teveel afzonderlijk.

Bruley heeft het in een interview met Fabrice Deblock van Journal Du Net daarbij over panmarketing. “Wanneer bedrijven een commercieel departement uitbouwen en nieuwe technologieën toepassen om het functioneren van het bedrijf te optimaliseren, moeten ze er absoluut voor waken dat die ontwikkeling niet versnipperd wordt over de verschillende afdelingen,” merkt hij op.

Het geheel van het bedrijf moet volgens Bruley gemobiliseerd wordt om een globale marketing-inspanning op gang te brengen. “De hedendaagse marketing betrekt het hele bedrijf bij de strategie,” zegt hij. “Voor er gedacht wordt aan technologische toepassingen, moeten dan ook de noden van het bedrijf bepaald worden. Er moet een preciese diagnose van de doelstellingen opgesteld worden.”

Bruley geeft daarbij het voorbeeld van de distributie-sector, waar het niet eenvoudig is om de klant te kennen. “Men weet vooraf niets van de klant die de winkel binnen stapt,” stelt hij. “Dat verklaart ook het succes van getrouwheidskaarten. Die laten immers toe vast te stellen hoe dikwijls de klant op bezoek komt en welk budget hij spendeert.”

In de banksector daarentegen weet men vooraf heel veel van de klant. “Hier is het dan weer belangrijk om de juiste aanbieding op het juiste moment te lanceren,” verduidelijkt Bruley. “Hier is timing van essentieel belang, maar ook daarvoor moeten vooraf de nodige analyses gemaakt worden. De telecommunicatie moet dan weer afrekenen met een bijzondere grote commerciële druk en een groot klantenverloop. Vooraleer men daar kan op reageren, moet men weten waarom welke klanten afhaken.”

Klantenbinding is volgens Bruley één van de grote opdrachten die in alle sectoren opduikt. “Zo blijken in de distributiesector een aantal klanten slechts enkele afdelingen te bezoeken,” stelt hij. “Misschien is dat uit gewoonte of omdat men gewoon niet weet dat die andere afdelingen bestaan. Hier moeten promotie-campagnes ontwikkeld worden om die klanten het bestaan van sommige afdelingen duidelijk te maken.”

Bruley stelt dat de telecommunicatie de klant zal moeten proberen te overtuigen in te schrijven op de brede waaier van aanbiedingen die het bedrijf heeft. “In de transportsector ligt dit dan weer heel moeilijk,” merkt hij op. “Het package-idee ligt daar bij de klant niet zo goed, want hij is van mening dat de aanbieder niet op al die vlakken een even grote expertise heeft. Een organisator van busvervoer heeft het dan ook niet altijd even gemakkelijk om tegelijkertijd een hotelboeking te verkopen.”

In alle sectoren is het volgens Bruley echter belangrijk dat er een interactie tot stand wordt gebracht tussen de verschillende activiteiten. “Boekhouding, commerciële afdelingen en klantendiensten moeten op elkaar afgestemd zijn,” merkt hij op. “Indien deze interactie niet vlot werkt, dreigt men een kwaliteitsverlies te hebben en dat leidt tot mistevredenheid bij de klant. Men moet er voor zorgen dat de activiteiten van de verschillende afdelingen elkaar niet overlappen, zodat ze geen eigen initiatieven gaan nemen omdat ze daarvoor de informatie hebben. Er moet een duidelijke scheiding blijven.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Hoeveel stress is er op de werkvloer?

Steeds meer werknemers hebben op het werk last van bijzonder erge stress. Volgens een onderzoek van StressPulse was er tijdens de tweede helft van het voorbije jaar 15 procent meer werknemers die van dergelijke zware stress kloegen dan tijdens de eerste helft van het jaar. Die stress zorgt er volgens de onderzoekers voor dat er steeds meer contra-productief gewerkt wordt.

Meer dan 29 procent van de werknemers gaf toe ze vijf of meer dagen per jaar te gestresseerd waren om efficiënt te werken. “Dat is een stijging van tien procent tegenover zes maanden voordien,” aldus de onderzoekers. Tevens stelde 13 procent meer dat het gebrek aan werkzekerheid de belangrijkste oorzaak was van die stress.

“Het stress-niveau bij de werknemers is zover geëvolueerd dat het contra-productief geworden is,” merkt Richard A. Chaifetz, directeur van ComPsych. “Zij worden geconfronteerd met een werksituatie die niet meer in overeenstemming is met de economische evolutie. Door het economisch herstel is er meer werk, maar er komt geen bijkomend personeel en ook loonsverhogingen komen niet ter sprake.”

Van de werknemers met stress stelt 5 procent dat het probleem beperkt blijft, maar 32 procent spreekt over constante, hoewel beheersbare stress-niveau’s. Niet minder dan 63 procent van deze groep spreekt echter over hoge stress-niveau’s, waarbij ze zich extreem vermoeid voelen en geen controle meer te hebben.”

Zestig procent ziet zijn basis-activiteiten als de belangrijkste stress-factor, 18 procent noemt de geëiste prestatieverhoging. Voor 22 procent is zelfs louter aanwezig zijn voldoende om gestresseerd te raken. Bijna de helft (43 procent) is van oordeel dat stress hen minstens één uur productiviteit per dag kost. Nog eens 36 procent schat het verlies tussen een kwartier en dertig minuten per dag. Voor 21 procent wordt de productiviteit niet door stress aangetast.

Bijna de helft (48 procent) van de werknemers komt één tot vier dagen per jaar naar het werk waarbij ze te gestresseerd zijn om efficiënt te kunnen presteren en voor 29 procent zijn dat vijf of meer dagen. Tenslotte beweert 23 procent dat stress geen effect heeft op de efficiëntie.

Uit het onderzoek bleek verder dat 36 procent van de werknemers minder dan 30 minuten per dag verliest door persoonlijke zaken, maar bij 38 procent is dat al minstens een half uur en bij 26 procent stijgt dat zelfs tot meer dan een uur. Afwezigheid wordt door 37 procent geweten aan stress en relatieproblemen, 25 procent is afwezig omwille van ziekte en 28 procent omwille van andere verantwoordelijkheden (verzorging kinderen en andere vergelijkbare taken).

De meeste werknemers (64 procent) proberen met de stress om te gaan door geregeld een break te nemen om met anderen te praten. Bijna een kwart (24 procent) probeert het probleem op te lossen door harder te werken, maar 12 procent reageert erop met het nemen van een dag verlof.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Gouden jubileum voor kleurentelevisie

De kleurentelevisie heeft zopas zijn vijftigste verjaardag gevierd. Op 25 maart 1954 kwam RCA immers met het eerste kleurentoestel op de markt. Nochtans kan moeilijk van een onmiddellijk succes gesproken worden. Het zou nog heel wat jaren duren voor het toestel als een normale uitrusting van de huiskamer werd beschouwd. Vandaag is het kijkpatroon echter grondig aan het veranderen en dat stelt vooral adverteerders voor nieuwe uitdagingen.

De Radio Corporation of America (RCA) introduceerde de eerste kleurentelevisie op de markt in 1954. De productie startte op 25 maart 1954 in de RCA-fabrieken in Bloomington (Indiana). Er werden vijfduizend exemplaren met een 12-inch scherm gebouwd. De verkoopprijs bedroeg 1.000 dollar. “Dat was toen een astronomisch bedrag,” merkt de Amerikaanse krant USA Today op.

De krant voegt er aan toe dat het nieuwe fenomeen niet van erg veel nut was. “Er waren immers niet echt veel uitzendingen in kleur,” wordt er opgemerkt. “De liefde van de Amerikaan voor zijn kleurentelevisie moest nog groeien.” RCA had nochtans heel wat inspanningen moeten doen om die primeur te realiseren. “Wetenschappers waren er in de RCA-laboratoria in Princeton al sinds de late jaren veertig constant mee bezig en de resultaten waren in het begin ook niet schitterend.”

Eerst maakte RCA gebruik van een combinatie van fosfaat, silicium en fosfor, maar dat werd nadien vervangen door een combinatie die volledig uit sulfides bestond. “Dat zorgde voor een helderder beeld en een betere kleurenbalans,” aldus USA Today. “Maar desondanks zouden generaties kijkers wanhopig aan mysterieuze knoppen draaien om groene of rode gezichten een menselijk tintje te geven.”

Nadat CBS enkele experimenten had uitgevoerd, begon NBC – een dochtermaatschappij van RCA – televisieprogramma’s in kleur te maken. Tien jaar later werd er ongeveer 40 uur kleurenprogramma’s per week uitgezonden. Maar pas in 1967 werden er in de Verenigde Staten meer kleuren-televisies – 5,5 miljoen exemplaren - dan zwart-wit exemplaren verkocht. In 1973 had meer dan de helft van de Amerikaanse gezinnen een kleuren-televisie.

In 2001 gebruikten de Amerikaanse huisgezinnen 248 miljoen televisie-toestellen. Dat is een gemiddelde van ongeveer 2,4 toestellen per gezin. Volgens een aantal prognoses zouden er dit jaar meer dan 18 miljoen kleuren-televisietoestellen verkocht worden, maar ook nog 150.000 zwart-wit exemplaren. De televisie had in 1960 al een spreiding van 87 procent bij de Amerikaanse gezinnen en met meer dan 98 procent is de televisie nu nagenoeg alomtegenwoordig. Volgens USA Today opmerkelijk genoeg ook steeds meer in auto’s. Studies wijzen uit dat Amerikaanse volwassenen dit jaar gemiddeld 1.669 uren televisie zullen kijken. Dat staat voor 70 dagen en daarmee heeft de televisie zowat elke andere ontspanningsactiviteit de loef afgestoken.

Het televisie-kijken dreigt nu echter een heel ander karakter te zullen krijgen. Dat vertelde ook Microsoft-topman Bill Gates op de recente MS Strategic Account Top. “Adverteerders moeten tv-kijkers niet onderschatten en zich opmaken voor een tijd waarin mensen televisie kijken hoe en wanneer ze dat willen,” aldus Gates. De Microsoft-topman merkte op dat adverteerders nu afhankelijk zijn van mensen die niet opstaan tijdens de reclameblokken op televisie.

Gates voegde er aan toe dat de technologie betere mogelijkheden creëert om de aandacht van de kijkers vast te houden bij commercials. Maar hij gaf ook toe dat hij nog niet weet hoe de technologie de reclame zal veranderen. “Maar de adverteerders moeten ervoor oppassen dat ze de kijkers niet vervelen of irriteren, zoals de pop-up advertising doet op internet,” aldus Gates.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Vlaanderen doet weinig e-werk

Bijna één bedrijf op vijf in Vlaanderen geeft zijn werknemers de mogelijkheid van huis uit te werken. Maar dat moet onmiddellijk gerelativeerd worden, want 7,7 procent van de bedrijven biedt het e-werken aan zonder enige vorm van ondersteuning. De cijfers werden door Vlaamse minister Patricia Ceysens voorgesteld.

Een aantal bedrijven geeft zijn werknemers de mogelijkheid om thuis te werken, maar zonder dat er een draagbare computer of een internet-verbinding ter beschikking wordt gesteld. “Indien alleen bedrijven in rekening genomen worden die hun werknemers daadwerkelijk materieel ondersteunen, komt men slechts aan 11,5 procent van de Vlaamse bedrijven die elektronisch thuiswerken als een optie aanbieden.”

Vooral werknemers actief bij de overheid (25,7 procent) en social-profit (21,5 procent) blijken voor e-werken te kunnen kiezen. Bij de industrie bedraagt dit cijfer slechts 12,5 procent. Uit de studie van minister Ceysens blijkt dat België ten op zichte van Nederland een behoorlijke achterstand heeft. Daar komt men immers aan meer dan 30 procent van de bedrijven die hun werknemers de mogelijkheid geven om thuis te werken. Andere studies geven aan dat zelfs twee op drie Europese bedrijven hun werknemers e-werken toelaten.

De studie wees verder uit dat slechts 13 procent van onze bedrijven een systeem van glijdende werkuren kent, waarbij ouders hun kinderen van en naar school kunnen brengen of halen. Bovendien neemt bijna geen enkel bedrijf – 96 procent – initiatieven voor kinderopvang. Amper één procent doet inspanningen op het gebied van winkeldiensten of huishoudelijke taken.

In het kader van deze studie kondigde minister Ceysens aan dat er een specifiek 'e-werken actieplan' komt voor de werken op de Antwerpse ring. Dat zou moeten helpen om de verkeershinder te beperken. Daarover vindt vrijdag een rondetafel-gesprek plaats met de Antwerpse bedrijven.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Hollywoodfilms kosten meer

De gemiddelde kosten voor een grote Hollywoodproductie hebben in 2003 de kaap van 100 miljoen dollar overschreden. Dat meldt het vakblad The Hollywood Reporter. Op hetzelfde ogenblik werden er echter minder bioskooptickets verkocht.

Jack Valenti, voorzitter van de Motion Picture Association of America (MPAA), stelde dat voor de productie van een film al gauw 63,8 miljoen dollar (52,6 miljoen euro) worden neergeteld. De marketing alleen al zou volgens de MPAA 39 miljoen dollar (29,1 miljoen euro) kosten. Valenti merkte op dat het bedrag voor de productie en marketing van de film in 2003 met 27 procent. Dit is volgens hem vooral te wijten aan de stijgende kosten voor reclame op televisie.

De krant maakte ook bekend dat het aantal Amerikaanse bioscoopbezoekers vorig jaar met vier procent is gedaald. Er werden in 2003 ongeveer 1,57 miljard tickets verkocht, tegenover 1,64 miljard het jaar voordien.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Monday, March 29, 2004

‘Only Fools and Horses’ beste sitcom

‘Only Fools and Horses’ is de beste sitcom van de geschiedenis van de Britse televisie. De voorbije maanden mochten de BBC-kijkers hun voorkeur laten blijken voor één van de tientallen sitcoms die de zender ooit heeft uitgezonden. De resultaten werden tijdens het voorbije weekend bekend gemaakt. ‘Only Fools and Horses’ haalde het voor ‘Blackadder’ en ‘Vicar of Dibley’.

‘Only Fools and Horses’ werd in 1981 voor het eerst gezonden en is een idee van John Sullivan, die nog voor andere succesvolle sitcoms tekende. Centrale figuren van de show zijn de broers Derek en Rodney Trotter, gespeeld door David Jason en Nicholas Lyndhurst. De broers drijven een handeltje waarmee ze de rommelmarkten van Londen afschuimen. Zijn inspiratie haalde Sullivan uit zijn jongere jaren, toen hij zelf op straatmarkten werkte en daar enkele bijzondere karakters ontmoette.

‘Only Fools and Horses’ kreeg 22,5 procent van de stemmen en ging daarmee met ‘Blackadder’ – met de onvolprezen Rowan Atkinson in de hoofdrol – vooraf. Na ‘Vicar of Dibley’ als derde, werd de top tien volgemaakt door ‘Dad’s Army’, ‘Fawlty Towers’, ‘Yes Minister’, ‘Porridge’, ‘Open All Hours’, ‘The Good Life’ en ‘One Foot in the Grave’. Vooral Dad’s Army – met Arthur Lowe als kapitein George Mainwaring – en Fawlty Towers – met John Cleese (Basil Fawlty), Prunella Scales (Sybil Fawlty), Andrew Sachs (Manuel) en Connie Booth (Polly) – maakten ook in het buitenland furore. In België kregen ook onder meer ‘Yes Minister’, ‘The good Life’ en ‘One Foot in the Grave’ behoorlijk wat bijval.

Verder in de rangschikking komen we nog andere bekende namen tegen. Zo prijkt ‘Keeping Up Appearances’ met Patricia Routledge als Hyacinth Bucket, Clive Swift als Richard Bucket en uiteraard Geoffrey Hughes als Onslow op een elfde plaats. Daarmee doet de show het net één plaats beter dan het legendarische ‘Allo! Allo!’ met Gorden Kaye als cafébaas-verzetstrijder René Artois.

In de top honderd vinden we trouwens nog een aantal sitcoms die in Vlaanderen heel bekend zijn geworden, zoals ‘Are You Being Served?’ (20), ‘To The Manor Born’ (21), ‘Some Mothers Do ‘Ave ‘Em’ (22), ‘The Young Ones’ (31), ‘On the Buses’ (53), ‘Please, Sir!’ (63), ‘Men About the House’ (69) en ‘Robin’s Nest’ (85). De BBC heeft aan de sitcoms ook een schitterende website (www.bbc.co.uk/sitcom/winner.shtml) gewijd, waar alle informatie over de sitcoms, met video- en beeldfragmenten, terug te vinden is. Hierna geven we het volledige klassement.

1. Only Fools and Horses, 2. Blackadder, 3. Vicar of Dibley, 4. Dad's Army, 5. Fawlty Towers, 6. Yes Minister, 7. Porridge, 8. Open All Hours, 9. The Good Life, 10. One Foot in the Grave

11. Father Ted, 12. Keeping Up Appearances, 13. 'Allo 'Allo!,14. Last of the Summer Wine,15. Steptoe and Son, 16. Men Behaving Badly, 17. Absolutely Fabulous, 18. Red Dwarf, 19. The Royle Family, 20. Are You Being Served?

21. To the Manor Born, 22. Some Mothers Do 'Ave 'Em, 23. The Likely Lads, 24. My Family, 25. The Office, 26. Drop the Dead Donkey, 27. Rising Damp, 28. Dinnerladies, 29. As Time Goes By, 30. Hancock's Half Hour.

31. The Young Ones, 32. Till Death Us Do Part, 33. Butterflies, 34. The Thin Blue Line, 35. Fall and Rise of Reginald Perrin, 36. Peter Kay's Phoenix Nights, 37. Waiting for God, 38. Birds of a Feather, 39. Bread, 40. Hi-De-Hi.

41. The League of Gentlemen, 42. I'm Alan Partridge, 43. Just Good Friends, 44. 2.4 Children, 45. Bottom, 46. It Ain't Half Hot Mum, 47. The Brittas Empire, 48. Gimme Gimme Gimme, 49. Rab C. Nesbitt, 50. Goodnight Sweetheart.

51. Up Pompeii, 52. Ever Decreasing Circles, 53. On the Buses, 54. Coupling, 55. George and Mildred, 56. A Fine Romance, 57. Citizen Smith, 58. Black Books, 59. The Liver Birds, 60. Two Pints of Lager and...

61. The New Statesman, 62. Sykes, 63. Please, Sir!, 64. Dear John, 65. Barbara, 66. Spaced, 67. Bless this House, 68. Love Thy Neighbour, 69. Man About the House, 70. Desmonds.

71. Duty Free, 72. All Gas and Gaiters, 73. Happy Ever After/Terry & June, 74. Only When I Laugh, 75. Brass, 76. The Rag Trade, 77. Sorry, 78. Kiss Me Kate, 79. Doctor in the House, 80. I Didn't Know You Cared.

81. Shelley, 82. Nearest and Dearest, 83. Fresh Fields, 84. The Army Game, 85. Robin's Nest, 86. The Dustbinmen, 87. Whoops Apocalypse, 88. My Wife Next Door, 89. Never the Twain, 90. Nightingales.

91. Early Doors, 92. Agony, 93. The Lovers, 94. Father Dear Father, 95. Hot Metal, 96. And Mother Makes..., 97. Life With the Lyons, 98. Marriage Lines, 99. A Sharp Intake of Breath, 100. No Problem.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Nu-domeinnaam overleeft cycloon Heta

Begin dit jaar werd het minuscule eilandje Niue door een orkaan van 300 kilometer per uur en golven van 20 meter hoog nagenoeg van de kaart geveegd. Een groot gedeelte van de 1.200 bewoners besloten toen te verhuizen naar het nabijgelegen Nieuw-Zeeland. Dat deed meteen vragen rijzen over de onafhankelijkheid van het mini-staatje. Toen het in 1974 die onafhankelijkheid verwierf, telde het ongeveer 5.000 inwoners. Na de storm van enkele maanden zouden er nog een 500-tal overblijven.

Eén van de opmerkelijkste dingen aan Niue – de kleinste onafhankelijke staat van de wereld en tegelijkertijd het grootste koraaleiland – is de manier waarop het aan zijn inkomsten komt. “Het krijgt jaarlijks van Nieuw-Zeeland een donatie van 8 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar en de verkoop van passievruchten, limoen-olie en kokosnoten, verkocht het altijd afgestempelde postzegels aan buitenlandse collectioneurs, van wie de meesten nooit een voet zouden zetten op het eiland,” schrijft Kieren McCarthy in The Register. “Met die achtergrond is het nauwelijks te verwonderen dat ook het internet voor het eiland een belangrijke bron van inkomsten werd.”

Met het nu-domain is Niue het kleinere broertje van Tuvalu. Dit laatste eiland – met een populatie van 11.300 inwoners – kreeg het populaire tv-domein toegekend. “Met de hulp van twee Amerikanen zijn er nu wereldwijd ruim 100.000 gebruikers met het nu-domein,” aldus McCarthy. “Men zou kunnen verwachten dat ook de Franse porno-industrie (nu = naakt) er zou op inspelen, maar dat is tot nu toe nog niet echt gebeurd.”

Nu het eiland echter nagenoeg is weggeblazen, zijn infrastructuur is vernietigd en zijn onafhankelijkheid bedreigd wordt, beginnen volgens McCarthy velen zich af te vragen of de cycloon Heta meteen ook een gedeelte van het internet zal wegblazen. “Dat zal uiteraard niet het geval zijn,” merkt ze op.

Volgens de officiële regels – in de begindagen van het internet opgesteld – krijgt een land dat opgenomen is in de ‘International Country Code Standard’ (ICCS) automatisch een domein. “Het land moet zelfs geen bepaalde afmeting hebben of een bepaalde graad van belangrijkheid hebben,” merkt McCarthy op. “Het moet zelfs geen onafhankelijke staat zijn. Indien het een ICCS-code heeft, heeft het een domeinnaam.” Dit leidt tot het interessante gegeven dat in 4 van de 243 opgenomen landen geen levende ziel te vinden is.

In de eerste plaats is er Bouvet Island (.bv), waar men niets dan gletsjers vindt. Het land werd in 1739 ontdekt door de Franse, maar werd in 1825 door de Engelsen overgenomen en tenslotte in 1928 aan de Noren geschonken. “Slechts in 1977 kreeg het eiland een permanente bezetting, een metereologisch station,” aldus McCarthy. De Heard & McDonald Islands (.hm) zijn compleet verlaten. “De Britten schonken het in 1947 aan de Australiërs, maar meer dan enkele zeerobben en wat vogels zal men er niet ontmoeten,” zegt McCarthy.

Het British Indian Ocean Territory (.io) heeft een Engels-Amerikaanse marine-basis op Diego Garcia, zijn grootste eiland. “Het moet zowat de afschuwelijkste plek zijn om gestationeerd te worden,” veronderstelt McCarthy. “Daarnaast valt er geen levende ziel te bespeuren.” The Register voegt er aan toe dat de Franse Soutern & Antarctic Lands (.tf) al even gastvrij zijn als hun naam klinkt. Het gebied werd door de Fransen ontdekt in 1840, maar de enige mensen die er ooit voet aan grond zetten, waren onderzoekers die er de locale fauna kwamen bestuderen.

Al meer vergelijkbaar met Niue zijn de Cocos Islands (.cc) met een bevolking van 630 koppen. “Het gaat om twee eilanden, waar de Europeanen zich op West Island ophouden en de Maleisische bevolking zich op Home Island geconcentreerd heeft,” aldus McCarthy. Ook opmerkelijk noemt ze het geval van Pitcairn Island (.pn), dat slechts 47 inwoners heeft, maar zelfs geen email-verbinding heeft. “Toch neemt de bevolking zijn domein zo ernstig dat er een grote rel uitbrak toen men de toekenning van de pn-naam wou herzien,” merkt The Register op. “De herziening moest ingetrokken worden en Pitcairn Island werd daarvan officieel – per briefpost – op de hoogte gebracht.”

Ook de onafhankelijkheid van staten of naamsveranderingen hebben gevolgen voor de domeinnamen. Toen Zaïre opnieuw de Democratische Congolese Republiek werd, werd het zr-domein gewijzigd in een cd-benaming. Op het ogenblik dat de Bezette Palestijnse Gebieden internationaal erkend werden, kreegt het gebied de ps-domeinnaam.

De ICCS vermeldt echter 239 officiële landen, terwijl er 243 domeinnamen voor landen zijn. “Er zijn zelfs 244 landencodes actief,” merkt McCarthy op. “Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie in 1991 was ook de su-domeinnaam gedoemd om op te houden met te bestaan en hij bestaat ook officieel niet meer, maar toch zijn su-adressen nog altijd bereikbaar en de domein-beheerders proberen de su-code weer nieuw leven in te blazen.”

Het verdwijnen van de Sovjet-Unie zorgde wel voor tien nieuwe domeinnamen voor Estland (.ee), Littouwen (.lt), Georgië (.ge), Oekraïne (.ua), Letland (.lv), Azerbeidjan (.az), Moldavië (.md), Rusland (.ru), Wit-Rusland (.by), Armenië (.am) en Kazakstan (.kz). McCarthu vindt het echter opmerkelijk dat Groot-Brittannië geen gb-domeinnaam heeft, maar wel de uk-code meekreeg. “Daarnaast kregen ook vier Britse eilanden – Ascension Island (.ac), Guernsey (.gg), Eiland Man (.im) en Jersey (.je) - een eigen domein,” stelt ze. “En nu heeft men ook de mogelijkheid om de Europese eu-domeinnaam te kopen.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Liever daten dan werken?

Slechts een minderheid van de bedrijven maakt bij de werving van personeel gebruik van vacaturesites. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nederlandse bureau Heliview. Datingsites doen het daarentegen bijzonder goed, al moet er volgens Elsevier rekening mee gehouden worden dat hun cijfers bijzonder moeilijk te controleren zijn.

In Nederland gebruik slechts 17 procent van de bedrijven bij de werving van personeel gebruik van vacaturesites. Heliview merkt op dat het in 2002 nog om aanmerkelijk meer bedrijven ging. “De verminderde belangstelling voor vacaturesites is met name een gevolg van de sterke afname van de werkgelegenheid en dus van het aantal vacatures die bedrijven plaatsen,” aldus Heliview. “Daarbij komt dat bedrijven liever gebruikmaken van traditionelere wervingsmethoden. Zo maakt 31 procent gebruik van de eigen website, terwijl 13 procent daarvoor beroep doet op een website van intermediairs en 33 procent op de gedrukte media.”

Datingsites genieten dan wel veel belangstelling. Zo wordt in Elsevier geopperd dat al tien procent van de huwelijken aan het internet te danken zouden zijn, al wordt er aan toegevoegd dat deze stelling niet met harde cijfers kan bewezen worden. “Datingsites hebben een grote toekomst,” aldus Elsevier. “Tweederde van alle Nederlanders gaat minimaal één keer per week online en uitgaan is een dure zaak, terwijl het geen garantie biedt voor een leuke partner.”

Elsevier merkt ook op dat Nederland volgend jaar ongeveer 2,5 miljoen alleenstaanden zal tellen. “Omdat de datingsites het moeten hebben van het aantal ingeschrevenen, claimen zij grote aantallen,” merkt het tijdschrift echter op. “Die aantal zijn niet te controleren. Daarnaast pronken die sites met cijfers van het aantal bezoekers. Relatieplanet.nl schrijft naar eigen zeggen maandelijks 25.000 tot 30.000 nieuwe leden in en zou elke maand 2,5 miljoen bezoekers trekken. Lexa.nl zegt 100.698 leden te hebben en op een doordeweekse dag 708 bezoekers te trekken. Iwannadate claimt 104.406 leden. Om misbruik tegen te gaan, heeft Relatieplanet.nl zes controleurs in dienst die inschrijvingen van nieuwe leden controleren.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Sunday, March 28, 2004

De Puma is geen kuddedier

Net zoals zovele andere steden in het wereld, heeft het Duitse stadje Herzogenaurach – in de omgeving van Nürnberg – een industrie die het stadsleven beheerst. Het opmerkelijke van de oud-Frankische nederzetting is echter dat er met een bevolking van amper 23.000 man toch twee bedrijven van wereldniveau gevestigd zijn. Bovendien richten beide zich op dezelfde markt. Adidas en Puma zijn immers beide gespecialiseerd in sportuitrusting.

Uiteraard zorgt dit gegeven voor heel wat animositeit in de regio, temeer daar Adidas-topman Herbert Hainer en zijn Puma-collega Jochen Zeitz geregeld van mening en visie verschillen. Nu Adidas bekend gemaakt heeft een koerswijziging te willen doorvoeren, was Jochen Zeitz voor de krant Welt am Sontag dan ook de ideale gesprekspartner om op die nieuwe Adidas-strategie dieper in te gaan.

Adidas gaf aan dat in de toekomst de rendabiliteit van het bedrijf absolute voorrang zal krijgen op het fanatiek nastreven van een omzetsgroei. Daarmee stopt het Duitse bedrijf met zijn strijd om marktleider Nike naar de troon te steken. “Puma heeft zich al heel lang buiten een dergelijke strijd gehouden,” merkte journaliste Martina Goy tegenover Zietz op. “Is Zeitz nu fier dat de grote broer, die zolang neergekeken heeft op de concurrentie naast de deur, de Puma-filosofie volgt?”

Zeitz stelde echter zich niet met dergelijke duels bezig te houden. “Maar ergens moet ik toch glimlachen,” gaf hij toe. “Het is toch wel verwonderlijk dat diegenen die altijd onze grootste critici zijn geweest, ons vandaag kopiëren. Maar voor mij is dat niet meer dan een bevestiging van de weg die wij al lang geleden ingeslagen zijn.”

De Puma-topman weigerde echter te spreken over een territorium-gevecht tussen beide bedrijven. “Uiteraard willen wij ons territorium afbakenen en tegen indringers beschermen,” stelde hij. “Maar voor Puma is een territorium geen wedstrijd, wel een aanduiding dat wij onze eigen weg gaan. Wij oriënteren ons niet op wat anderen zeggen en doen, maar richten ons consequent op onze klant. Het is heel belangrijk het eigen doel niet uit het oog te verliezen. Dat is de grondslag voor het succes van het merk en de onderneming geweest.”

Zeitz merkte daarbij op dat men een visie moet hebben en vervolgens consequent moet werken aan de ontwikkeling ervan. “De sleutel van het succes ligt in de juiste mengeling van continuïteit en voortdurende innovatie,” stelde hij. “Natuurlijk doen wij niet alles juist, maar het is belangrijk dat men fouten analyseert en eruit leert om het de volgende keer beter te doen.”

Een bedrijf moet volgens Zeitz dagelijks vechten om de wensen van zijn klanten en gebruikers te beantwoorden en hoeft zich niet te focussen op de strijd tegen de concurrentie. “Wij leven niet op een geïsoleerd eiland, maar ons concept is duidelijk,” stelde hij. “We willen ons positioneren in de sector van de Sport-Lifestyle. Daardoor draaien we die concurrentiestrijd de rug toe. Aan nieuwe producten, innovatieve ideeën en een merk heeft men meer dan aan een marktleider die men wil bestrijden. Dat laten wij aan anderen over.”

Zeitz stelde dat Puma weet wat het kan. “Wij hebben een team dat zich al jarenlang tot één van de sterkste ploegen van de sector ontwikkeld,” merkte hij op. “Dat team heeft hard gewerkt voor het succes en heeft van bij het begin in het potentieel van het merk geloofd. We hebben geleerd om met bescheiden middelen een onafhankelijke strategie te volgen.”

De Puma-topman gaf toe dat de kritici geregeld opmerkten dat de strategie van het bedrijf nooit zou kunnen lukken. “Ook toen we bekend maakten dat we ons op Sport-Lifestyle zouden richten, geloofden velen dat we dat nooit zouden kunnen realiseren,” merkte hij op. “Nu dat toch blijkt te lukken, vraagt men zich af hoe lang dat nog zal duren. Ik antwoord daarop dat wie succesrijk wil zijn, zich elke dag opnieuw moet bewijzen.”

Die eigengereidheid straalt ook de merknaam uit. “De poema is een individualist, geen kuddedier,” aldus Zeitz. “Hij staat bovendien tegelijkertijd voor kracht en elegantie. Dat alles samen mondt uit in een heel individueel karakter en daarmee kunnen wij als merk zelfs met een Griekse godin (Nike) concurreren.”

Puma is kledij-leverancier voor de Italiaanse nationale voetbalploeg, maar engageert zich volgens Zeitz ook met sportbeoefenaars die niet de echte winnaars zijn. “Het gaat niet zozeer om winst of nederlaag,” vertelde hij. “Uiteraard wil men succesrijk zijn, maar we willen ook plezier maken en plezier hebben aan wat we doen. Een groot gedeelte van het leven speelt zich af op de werkvloer, maar werk mag alleen maar een middel zijn om een doel te bereiken. Wij zijn heel gelukkig wanneer de gebruiker zegt dat we weer iets gepresteerd hebben dat typisch Puma is.”

Zo kan men volgens Zeitz ook in de sport(sponsoring) tevreden zijn met een plaats op de achterste rijen, zolang men maar plezier heeft aan het eigen doel en zijn prestaties individueel definieert. “Dat is zoals Sauber, Jaguar en Jordan in de Formule 1,” merkte hij op. “Die passen perfect bij Puma, aangezien ze de groten elke keer weer uitdagen. De hi-tech van de Formule 1 weerspiegelt ook onze filosofie. Geld alleen is geen garantie voor succes; de teamgeest is even belangrijk.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Alpha Répartition optimaliseert distributierondes

Routing International, een Belgische producent van software voor rittenplanning en -optimalisering op het vlak van transport en mobiliteit, heeft onlangs haar softwareprogramma WinRoute bij Alpha Répartition geïmplementeerd. Alpha Répartition is een groothandel en verdeler van farmaceutische producten die, voornamelijk in Wallonië en in het Brusselse, levert aan onafhankelijke apotheken.

“De overheid legt de farmaceutische groothandelaars zeer kleine marges op, naast een aantal andere beperkingen, zoals prijsdalingen voor producten die al 15 jaar op de markt zijn, enzovoort,” aldus een persbericht. “Om deze situatie het hoofd te kunnen bieden, is het zeer belangrijk om de productiviteit en de efficiëntie van de onderneming te verhogen. Alpha Répartition wenste in dat kader de logistiek van haar organisatie te optimaliseren. Om dit te verwezenlijken, voerde ze een volledige analyse uit van haar bedrijfskosten, waaruit onder andere bleek dat de transportkost enorm was. Alpha Répartition reorganiseerde de onderneming en vooral de distributierondes.”

Vóór de reorganisatie voerde Alpha Répartition vijf rondes per dag uit om 1200 klanten te bedienen, vaak voor een zeer kleine bestelling. "De aanpassing van de bestaande rondes is een zeer moeilijke oefening,” merkt Vincent Estiévenart, directeur operaties, aankoop en IT bij Alpha Répartition, op. “We spreken over een zeer concurrentiële en emotionele situatie. Het is een werk van lange adem, dat we zowel aan het personeel als aan de klanten hebben moeten toelichten. We konden echt niet verder onder de toenmalige situatie zonder in ons eigen ongeluk te lopen."

Estiévenart stelt dat bestellingen in het verleden op een zeer chaotische manier binnen liepen, soms nog net voor het vertrek van onze bestelwagens. “Dat betekende dat we op een onrealistische manier orders moesten samenstellen,” stelt hij. “Onze machines zijn niet berekend om een dergelijke hoeveelheid werk op zo een korte tijd te verzetten, wat dan weer extra mankracht vroeg om de bestellingen af te werken. Dat resulteerde dan weer in een overbezetting voor de leveringen en een teveel aan af te leggen kilometers.”

Estiévenart voegt er aan toe dat Alpha na analyse van het probleem begreep dat ze het geheel van externe parameters die inspelen op de organisatie van de rondes niet kon beheersen. “Daarom deed ze een beroep op Routing International,” merkt hij op. "We hebben een selectie gemaakt van bedrijven die gespecialiseerd zijn in de optimalisatie van rondes. Uit onze shortlist hebben we Routing International en haar product WinRoute weerhouden. Winroute is het enige softwareprogramma uit het genre dat rekening houdt met een aantal karakteristieken in de organisatie van de leveringsrondes, zoals het volume van de voertuigen, het tijdsmanagement, de prioriteitstellingen en de eisen van de klant en mogelijkheiden tot simulaties biedt. WinRoute laat ook een beknopte rapportering toe en is gemakkelijk in gebruik. Daarbovenop is WinRoute aangepast aan de werking van een KMO en heeft het een goede prijs/kwaliteitverhouding.”

Alpha Répartition zette een pilootproject op in Luik, waar de rondes momenteel worden beheerd door Winroute. De toepassing houdt rekening met verschillende kenmerken (leveringsuren, eisen van de apotheker) en heeft de reorganisatie grotendeels ondersteund. Deze fase heeft twee jaar geduurd. “Het grootste deel van het werk bestond erin het commerciële team van de ontwikkelingen te overtuigen,” aldus Estiévenart. "We hebben een project-team 'Winroute' samengesteld met leden uit de logistieke en commerciële departementen en hebben onze vertegenwoordigers van deze nieuwe organisatie moeten overtuigen. Het operationele model dat gehanteerd werd, was onbetaalbaar geworden. Eens de organisatie op punt stond, konden we efficiënt gebruik beginnen maken van Winroute. Men moet voor alles zijn organisatie goed kennen en weten waar men naartoe wil alvorens te kiezen voor een toepassing als WinRoute, hoe efficiënt die tool ook is."

Alpha Répartition stelt dat de logistieke kosten in Luik al sterk teruggedrongen zijn. De distributeur voert momenteel drie rondes per dag uit in plaats van vijf, en werknemers die dat wensen, kunnen eventueel halftijds aan de slag. De doestelling voor de nabije toekomst is WinRoute te installeren in de drie andere vestigingen. Het is voor Alpha Répartition niet mogelijk WinRoute centraal te installeren, omdat men met teveel specifieke parameters per site (kennis van de lokale markt en specificiteit van de rondes) moet rekening houden. Het gaat hier om regionaal gebonden werk dat niet centraal te uniformiseren is.

"De samenwerking met Routing International verliep voorbeeldig,” besluit Estiévenart. “In het begin verzekerde Routing de opleiding van het betrokken personeel en beheerde het de software. Vervolgens hebben we een logistiek assistent aangesteld die zich voltijds met WinRoute bezighoudt. Dankzij Routing International hebben we momenteel een ommekeer in de organisatie van de rondes gerealiseerd en zetten we de ingeslagen weg verder."

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Kelkoo is nieuwe Yahoo-dochter

Het Amerikaanse internetbedrijf Yahoo neemt de Franse internetdienstverlener Kelkoo over. Met deze strategie wil Yahoo zijn positie op de Europese markt verstevigen. Bovendien verstrekt de overname de zoek-mogelijkheden van Yahoo op het internet. Zoekmachines worden beschouwd als een vitale technologie om internet-bedrijven toe te laten een zo groot mogelijke online populatie te bereiken. Met de overname is een bedrag van 475 miljoen euro gemoeid.

Kelkoo is een gespecialiseerde zoekrobot voor de verkoop van goederen via internet. Het is de derde grootste in zijn soort, na Amazon en eBay. In Europa bereikt Kelkoo ongeveer 27 miljoen mensen, bijna 10 procent van alle internetgebruikers. Het is actief in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Spanje, Nederland, Noorwegen, Zweden en Denemarken. Kelkoo heeft 250 medewerkers en is gevestigd in Grenoble.

Eerder al nam Yahoo de bedrijven Overture en Inktomi over, in een streven om zijn zoekoperaties te verstevigen en zich te wapenen tegen zijn grote concurrenten, Google en MSN. De overname van Kelkoo zou volgens experten wel eens de deur kunnen openzetten voor een nieuwe golf van overnames van Europese technologie-bedrijven.

Kelkoo werd al lang genoemd als een mogelijke partner voor een bedrijf als Yahoo of Google. Dit laatste heeft met Froogle trouwens een gelijkaardige website uitgebouwd. Froogle verkeert echter nog altijd in een testfaze. Voor de werknemers van Kelkoo zou de overname geen gevolgen hebben en ook topman Pierre Chappaz zal de leiding van de nieuwe Yahoo-dochter in handen blijven houden. Kelkoo werd in 1999 opgericht.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Saturday, March 27, 2004

Liever prostituée dan blogger

De weblog van een Londense call-girl – Belle de Jour – hebben in Britse mediakringen heel wat commotie gewekt. Wie de figuur achter Belle de Jour is blijft een geheim, maar toen ze lucratief contract afsloot voor een boek, gingen alle kranten achter haar identiteit aan. Er kwam zelfs een grafoloog aan te pas, maar het resultaat van zijn opzoekingen was opmerkelijk.

Belle de Jour schrijft in haar weblog (http://belledejour-uk.blogspot.com) over haar ervaringen als een Londense prostituée en haar onmoetingen met haar klanten, over haar madame en haar minnaars. Haar ontboezemingen lokten vele lezers en uiteindelijk besloot een uitgeverij haar een contract aan te bieden voor een boek. Dat was voor de Engelse kranten voldoende om een klopjacht te beginnen om te achterhalen wie Belle de Jour nu eigenlijk wel was.

The Times haalde er zelfs grafoloog Don Foster bij om de identiteit van de blogger te achterhalen. Aan de hand van de teksten die ze geschreven had, ging hij op het internet op zoek naar een gelijkaardige schrijfstijl. Foster is niet de eerste de beste, want hij werkte ook al aan de zoektocht naar Monica Lewinsky en de Unabomber. Dit keer had hij amper twintig minuten nodig om op het internet uit te vissen wie Belle de Jour was.

Foster kwam uiteindelijk in San Francisco terecht bij Sarah Champion, een Britse journaliste die naar de Verenigde Staten was uitgewezen. Daarop werden zowel zijzelf als haar ouders belegerd door een meute journalisten. Maar al vlug werd het duidelijk dat Champion niets te doen had met het beroep van Belle de Jour en uiteraard ook niets met de Londense zelf.

Journalisten vonden echter al vlug een nieuw spoor en suggereerden dat Belle de Jour niemand minder was dan Andrew Orlowsky, journalist bij The Register. Orlowsky en Champion – oude vrienden – zouden samen Belle de Jour uitgevonden hebben om goedgelovige bloggers een hak te zetten. “Bovendien werd geopperd dat ze daarmee een parodie wilden brengen op de stelling dat vele bloggers hun weblog gebruiken om hun vuile was buiten te hangen,” schrijft Ashlee Vance in The Register. “Het duo zou de weblog zelfs gebruiken om mee te doen aan de jaarlijkse weblog-wedstrijd van The Guardian.”

Maar ook Orlowski ontkende in alle toonaarden. “Dat men mij een prostituée noemt, tot daar aan toe,” merkte hij daarbij op. “Dat men mij een blogger noemt, kan ik niet tolereren. Dat gaat te ver.” Ook op de weblog van Belle de Jour werd nadrukkelijk ontkend dat Orlowski of Champion iets met de weblog te maken zou hebben.

Ook uitgever Faber ontekende met klem dat Belle de Jour een alias zou zijn voor Orlowski of Champion. “Die ontkenning is begrijpelijk”, hielden echter enkele kranten vol. “Indien het uit zou komen dat Orlowski of Champion achter het project zitten, zien de uitgeverij en de auteurs de inkomsten van het boek verloren gaan.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Virtueel bier in café’s Las Vegas

Caféklanten uit Las Vegas werden eerder deze maand op een experiment virtueel bier getrakteerd. De toepassing is volgens het blad New Scientist een schitterend nieuw instrument voor reclamemakers.

Het experiment draaide rond driedimensionele tv-spots via X3D-technologie. Terwijl de café-bezoekers naar de televisie keken, schoof een schuimende pot bier virtueel een meter vooruit. Volgens het tijdschrift waren de aanwezigen overweldigd door het fenomeen.

Tot nu toe konden driedimensionale beelden alleen maar bekeken worden met een speciale bril, met aan de ene kant een rode filter en aan de andere krant een groene. Op die manier ziet elk oog een lichtjes verschillend beeld, waardoor een diepte-effect ontstaat. De volgende stap in de driedimensionale technologie bestond erin het licht te filteren vooraleer het het beeldscherm verlaat. Een plasmascherm stuurt twee lichtjes verschillende beelden uit, waarbij het ene door een rode en het andere door een groene filter werd geblokkeerd. De proefkonijnen konden aldus met het blote oog een glas bier op zich zien afkomen.

Ook de Amerikaanse brouwer Coors probeert een nieuwe strategie uit. Het bedrijf uit Colorado werd de jongste tijd geconfronteerd met een dalende omzet en zag bovendien concurrenten bieren met een lager koolhydraten-gehalte (low-carb) op de markt komen. Met het Aspen Edge-vier wil Coors zich nu ook in dat segment wagen. “Het is belangrijk de slag rond het low-carb bier te winnen,” vertelde Ron Askey, marketing-directeur bij Coors, aan AdAge.

Journaliste Kate MacArthur stelt daarbij echter dat de brouwers nog altijd uitzoeken hoe low-carb bier het best in de markt geplaatst kan worden. “Het probleem is immers dat twintigers niet betrapt wil worden op het drinken van low-carb bier. “Dit geeft immers aan dat men met dieet-problemen zit,” merken een aantal verdelers op.

De verkoop van Coors Light – het derde grootste merk op de Amerikaanse markt – ging vorig jaar met twee procent achteruit. “Dat is de eerste daling in de geschiedenis van het merk,” aldus MacArthur. “Marktleider Bud Light kende een groei van 2,5 procent, terwijl nummer vier Miller Lite met 0,6 procent vooruit ging.” Coors spendeerde dat jaar 167 miljoen dollar aan reclame, 16 procent minder dan het jaar voordien.

Ook de Tsjechische brouwerij Chodavar beweegt zich op nieuwe paden. Brouwer Jiri Plevka uit de stad Chodova Plana komt op de markt met een heuse bier-confituur, gemaakt van bijproducten van het brouwproces. Het recept blijft een zorgvuldig bewaard geheim, maar Plevka beweert dat de confituur wel degelijk een percentage alchohol bevat. De eerste potten zouden later dit jaar in het restaurant van de brouwerij kunnen verkregen worden.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Acties tegen online neo-Nazistische muziek

De Duitse politie heeft eerder deze week huiszoekingen verricht bij meer dan 300 neo-Nazi’s die ervan verdacht worden racistische skinhead-muziek verspreid te hebben op het internet. Computers en cd’s werden in beslag genomen. Het verspreiden van dergelijk materiaal is in Duitsland verboden.

Joerg Ziercke, hoofd van de Duitse misdaadbestrijding, merkte op dat het verspreiden van opruiend materiaal erger is dan een doordeweeks misdrijf. “Jongeren zijn daarvan het slachtoffer en worden in een wereld geloodst van anti-semitisme en vreemdelingenhaat,” aldus Ziercke.

Lester Haines verwijst daarbij in The Register naar december 2002, toen de 16-jarige Marius Schoeberl door twee jongeren werd gemarteld en vermoord omdat hij er alleen maar uitzag als een jood. “Het duo had naar neo-Nazistische muziek, met zijn agressieve teksten en gewelddadige sound, geluisterd en alcohol gedronken voor ze de nacht introkken op zoek naar een slachtoffer,” aldus Haines.

“De vrees voor een heropbloei van het Duitse neo-Nazisme werd vorig jaar nog aangewakkerd toen de politie op een samenzwering stuitte om tijdens een bezoek van de Duitse president een bomaanslag te plegen op een Joods centrum in München,” stelt Haines nog. “Op de Duitse televisie merkte minister van binnenlandse zaken Otto Schily kort nadien op dat er duidelijke aanwijzingen waren dat rechtse extremisten een groot potentieel gevaar betekende voor de maatschappij.”

Om in dezelfde sfeer te blijven, kan nog gemeld worden dat tijdens de jongste Boekenbeurs van Leipzig de roman ‘Endstufe’ van de Berlijnse schrijver Thor Kunkel werd voorgesteld. “Daarin wordt de porno-cultuur van het Nazi-regime belicht,” aldus Sven Felix Kellerhoff in Die Welt. Het boek is weliswaar een fictieverhaal, waaruit echter moet blijken dat de Nazi’s een pornohandel dreven om in Noord-Afrika boorvergunningen voor olie en in Zweden ijzererts te krijgen.

De schrijver zou contacten gehad hebben met een voormalige actrice uit één van de Nazi-pornofilms en met een verzamelaar van sex-memorabilia. “Feit is zeker dat Kunkel met zijn roman zich in een zeer populair marktgebied waagt,” aldus Kellerhoff. “Geruchten over orgieën in Hitlers Berghof in Berchtesgaden, de Rijkskanselarij en zelfs de Führerbunker doken al vlug na de afloop van de tweede wereldoorlog op.”

Daarnaast verwijst Kellerhoff naar de onthullingen van SS-officier Walter Schellenberg, die in zijn memoires gewag maakt van ‘Salon Kitty’, een bordeel in de Giesebrechtstrasse in Berlijn, waar ‘gastvrouwen’ hun belangrijke klanten in opdracht van Reinhard Heydrich zouden uitgehoord hebben. In 1970 merkte schrijven Peter Norden op dat opnames daarvan veilig in de archieven van de Stasi, de geheime dienst van de DDR, zitten. Maar Kellerhoff merkt dat daarvan na de val van de Berlijnse muur nergens sporen zijn van teruggevonden.

Hij voegt er aan toe dat dit niet in tegenspraak hoeft te zijn met het opzoekingswerk van Kunkel, maar stelt wel dat men de nodige terughoudendheid moet blijven tonen en de resultaten niet automatisch als waarheid aannemen.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

NYT-times heeft kwalitatief beste nieuwssite

De website van The New York Times is kwalitatief de beste online nieuwsbron. Dat is de conclusie van Newsknife van het Nieuw-Zeelandse Industry Standard Computing, waarbij op Google News op zoek gegaan werd naar het meest relevante nieuws van de voorbije maanden. De top tien bestaat trouwens uit heel vertrouwde en verwachte namen, op uitzondering van het Chinese Xinhua.

Google News zoekt wereldwijd constant op 4.500 verschillende nieuwsbronnen en rangschikt die naar relevantie. “De volgens Google meest relevante worden bovenaan gerangschikt,” aldus Newsknife. “Zij zijn dan ook voor de lezer het gemakkelijkst te bereiken.” Aan de hand daarvan stelde Newsknife vervolgens een rangschikking op van de meest relevante nieuwssite.

Het onderzoek strekte zich uit van december 2003 tot februari 2004, waarbij bekeken werd naar informatie over het harde nieuws. Daarbij kwam de website van The New York Times als beste naar voor, gevolgd door ABC News en Reuters. The Washington Post en The San Francisco Chronicle maakten de top vijf rond. Daarna volgden CNN, The Christian Science Monitor, het Chinese Xinhua, het Canadese Toronto Star, het Engelse Guardian Unlimited en Newsday.

Newsknife stelt dat Google News daarvoor een goede barometer om te bepalen hoe goed een nieuwssite is voor het grote publiek. “Indien een nieuwssite goed scoort bij Google, is er een grote kans dat ze het ook buiten Google News goed doet,” aldus Newsknife. “De titels op de homepage van Google News worden uitsluitend door een computer-algoritme geselecteerd, onder meer gebaseerd op het aantal keer dat een verhaal elders op het web verschijnt. Met andere woorden, Google News baseert zich op het editoriaal oordeel van online media om te bepalen welke verhalen het verdienen om prominent bij Google News te verschijnen.

Het is volgens Newsknife dan ook niet verwonderlijk dat de meeste namen op de lijst absoluut geen verrassingen zijn. “Er is echter één verrassing,” aldus Newsknife. “Niemand had de aanwezigheid van Xinhua verwacht. Maar hun verhalen zijn wereldomvattend en Xinhua scoorde bijvoorbeeld ook bijzonder goed met de Aziatische vogelgriep.” Volgens Newsknife kunnen nieuwwsite hun relevantie verhogen door gebruik te maken van News Relevance Optimization, waar de presentatie en de bruikbaarheid van nieuws-artikels wordt verbeterd.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Televisie en computer slecht voor slaaprust kinderen

Computer, GSM en televisie op de slaapkamer blijken slecht te zijn voor de nachtrust van kinderen. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Oxford kost dit hen één maand slaap per jaar.

Het onderzoek toonde aan dat kinderen tot vijf uur minder slapen dan hun ouders toen die nog klein waren. Wetenschappers waarschuwen daarom voor de mogelijke gezondheidsproblemen door slaaptekort. "Dit is de eerste generatie kinderen die allerlei alternatieven heeft om niet te hoeven gaan slapen," merkte Luci Wiggs, psychiater aan de universiteit van Oxford. “De precieze gevolgen op lange termijn zijn nog niet bekend, maar het is wel een feit dat slaaptekort het immuunsysteem kan aantasten en de groei beïnvloeden. Kinderen uit deze leeftijdsgroep hebben tussen de tien en de twaalf uren slaap per nacht nodig.”

Kinderslaapkamers worden meer en meer bemeubeld met nieuwe media en zij worden beschouwd als de grote boosdoeners voor het tekort aan slaap. "Vroeger dienden kinderkamers om te lezen en te slapen, maar vandaag staat het ontspanningsplezier er centraal," merkte professor Jim Horne van de Universiteit van Loughborough op. “Onderzoek wees namelijk uit dat veel kinderen onder de lakens SMS-berichten versturen in plaats van te slapen.”

Wetenschappers geven ouders dan ook de raad om hun kinderen 15 minuten te laten ontspannen, door bijvoorbeeld voor te lezen, voor ze naar bed te sturen. Ook belangrijk is dat kinderen elke avond op hetzelfde uur onder de wol kruipen.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Friday, March 26, 2004

Internetten met Lufthansa

Lufhansa-passagiers zullen in de toekomst aan boord met hun laptop op het internet kunnen gaan. De Duitse maatschappij is daarmee de eerste die zijn klanten in de lucht een directe verbinding tot het netwerk aanbiedt. Het programma werd ontwikkeld door het Amerikaanse Boeing. De nieuwe service zou eind april of begin mei van start gaan op de vluchten tussen Duitsland en de Verenigde Staten. Binnen twee jaar zouden alle lange afstandsvluchten met het internet-aanbod moeten uitgerust zijn.

“De reacties op het nieuwe aanbod zijn gemengd,” schrijft Peter Pae in The Los Angeles Times. “Voor sommigen is het aanbod bijzonder welkom. Ze zeggen dat het vliegtuigreis is een ideaal ogenblik is om de mail-berichten te bekijken. Anderen zien hun laatste oase van rust – zonder gsm, semafoons en internet – wegsmelten. Nu kan men hen op alle ogenblikken bereiken en lastig vallen.”

Nog zes andere maatschappijen hebben plannen om internet aan boord aan te bieden, waaronder Singapore Airlines, Scandinavian Airlines, Japan Airlines en China Airlines. “Vreemd genoeg zullen de eerste vliegtuigen met internet aan boord Airbussen zijn, de grote concurrent van Boeing,” aldus Pae. “Het programma kreeg de naam FlyNet en geeft de passagiers de mogelijkheid e-mails te zenden en te ontvangen, op het internet te surfen, videos te downloaden en toegang te hebben tot het intranet van bedrijven. Voor 30 dollar kan de passagier ongelimiteerd van de dienst gebruik maken. Het eerste halfuur kost ongeveer 10 dollar.”

Vooral de hoge verbindingskosten hebben er volgens Pae lange tijd voor gezorgd dat het internet uit de luchtvaart-industrie bleef. “Volgens analysten kunnen de maatschappijen zich met het aanbieden van internet-diensten onderscheiden van de concurrentie en een select publiek van zakenmensen aantrekken, waarvan er ongeveer 70 procent aan boord met de laptop werkt,” stelt hij.

Zakenreizigers bezetten gemiddeld de helft van de zetels, maar zorgen wel voor 75 procent van de inkomsten. “Bij Lufthansa kost een business-class op de lijn Los Angels-München ongeveer 8.600 dollar,” merkt Pae op. “In economy-class is dat ongeveer 1.000 dollar. De maatschappij verwacht dat de passagiers van business-class de vergoeding voor de internet-toegang als een kleine onkost zullen beschouwen. Lufhansa meent dat het aanbod door de passagiers echt zal gewaardeerd worden.”

Op dit ogenblik gebruiken verscheidene maatschappijen – zoals UAL en Cathay Pacific Airways – Tenzing, een goedkoper, maar beperkt aanbod waarbij telefoon-netwerken aan boord gebruikt worden om e-mails te verzenden en te ontvangen. “De kosten variëren van de omvang van de e-mail,” merkt Pae op. “Boeing was al geruime tijd bezig met de ontwikkeling van het FlyNet-programma, maar dat liep vertraging op door de aanslagen van 11 september. Het bedrijf geeft toe dat de eerste jaren geen winsten verwacht worden, maar verwacht tegen 2010 een omzet van 5 miljard dollar.”

Dagelijks voeren 4.800 toestellen lange-afstandsvluchten uit. Het is de bedoeling dat ook andere diensten worden aangeboden, zoals movie-on-demand of rechtstreekse televisie-uitzendingen. De internet-verbindingen lopen via tien satellieten en een aantal grondstations. Lufthansa stelt dat tests uitgewezen hebben dat het publiek grote belangstelling heeft in het nieuwe aanbod en dat ze opmerkten dat het internet-aanbod een belangrijke factor zou zijn in de keuze van een luchtvaart-maatschappij.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Heeft Dasani een pr-kans gemist?

Uiteindelijk heeft Coca-Cola dan toch besloten om zijn flessenwater Dasani niet te herlanceren op de Britse markt en het merk ook niet te introduceren op de Franse en Duitse markt. In de Dasani-affaire is de softdrink-gigant volgens Mark Borkowski van Media.Guardian op het gebied van public relations echter zwaar tekort geschoten.

Dasani werd in Groot-Brittannië met veel tromgeroffel gelanceerd, maar kreeg al onmiddellijk de kous over de kop toen bleek dat het niet meer was dan kraantjeswater dat in een fabriek in Londen werd bewerkt. Vervolgens bleek dat Dasani een hoger gehalte bromaat-gehalte bevatte dat in Engeland wordt toegelaten. Daarop werden vorige week 500.000 flessen uit de handel genomen, waarbij Coca-Cola verklaarde de klant alleen producten met de hoogste kwaliteit te willen aanbieden.

In de Verenigde Staten is Dasani nochtans razend populair en is er het tweede meest verkochte flessenwater. De negatieve reclame heeft Coca-Cola uiteindelijk eerder deze week doen besluiten het product niet terug op de markt te brengen. Tevens wordt de introductie op de Franse en Duitse markt voor onbepaalde tijd uitgesteld. “Dit is niet de juiste timing om het product op een nieuwe markt te brengen,” wordt er bij Coca-Cola gesteld.

In MediaGuardian stelt Mark Borkowski echter dat Coca-Cola met Dasani vooral op het gebied van public relations heeft geblunderd. “Er is niets mis met kraantjeswater,” merkt hij op. “Heel veel mensen drinken het. De publiciteit rond Dasani is echter compleet verkeerd aangepakt.” Dat is volgens hem de kern van het probleem.

“Public relations moet bij de introductie van een nieuw product een grote rol krijgen,” meent Borkowski. “Public relations moet het product van bij een begin kritisch benaderen en de visie van de producent heel strikt onder de loep nemen. De pr-mensen moeten met de media werken en ze moeten zich dan ook even cynisch als de media opstellen, zodat er kan geanticipeerd worden op opmerkingen en vragen die vanuit de pers zouden gesteld kunnen worden.”

Borkowski stelt dat Dasani kraantjeswater met een toegevoegd product is. “Het toevoegen van mineralen betekent echter niet dat het water plots Evian, Volvic of Perrier wordt,” zegt hij. “Wanneer het echter wel op die manier gepositioneerd wordt, zijn de moeilijkheden niet ver meer weg. Wanneer er een pr-machine op gang wordt gebracht om iets te verklaren wat niet waar is, mag men verwachten dat één of andere journalist al vlug iets vindt om een groot verhaal over te maken.”

Borkowski wijst erop dat journalisten door hun werkgevers onder druk gezet worden om grote verhalen te maken. “Bovendien houden journalisten niet echt van grote bedrijven,” voegt hij er aan toe. “En men kan zich moeilijk een groter bedrijf dan Coca-Cola voorstellen. Dus is het voor een journalist des te leuker om de Achilleshiel ervan te vinden.”

Het Dasani-debacle liet Coca-Cola volgens Borkowski verschillende opties. “Uiteraard zou men Dasani kunnen afschrijven,” merkt hij op. “Het zou in de cursussen marketing als een voorbeeld van verkeerde communicatie staan. Er is echter een grote investering mee gepaard gegaan. Men zou dan ook kunnen nadenken hoe men met dit gegeven verder zou kunnen werken.”

Met de nodige inspanningen zou men volgens hem het hele gebeuren rond het merk in een richting kunnen duwen die uiteindelijk positief zou uitwerken voor Dasani. “Men zou kunnen benadrukken dat het water van de Theems zo goed is, dat Dasani alleen daarop gebaseerd wilde zijn,” stelt hij. “Men zou kunnen stellen dat het niet nodig is om een alpenbron te zoeken om water met een grote kwaliteit te vinden. Indien daarbij bovendien de nadruk wordt gelegd op ‘het Britse water is het beste’, zou men iets compleet anders op gang kunnen brengen.” Daarnaast zou men het merk volgens hem ook het centrum kunnen maken van een evenementen-project, waarbij het publiek zich emotioneel verbonden zou voelen met het merk. Entertainment is hier de echte oplossing.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Winkelcentra moeten hun publiek kennen

Voor shopping centers staat de menigte synoniem voor zaken. Maar aanwezigheid is niet voldoende; het publiek moet immers ook aangezet worden om te kopen. Speciale evenementen kunnen daar uiteraard veel toe bijdragen, maar daarbij moet volgens specialisten wel zorgvuldig tewerk gegaan worden.

In ‘The New Straits Times’ vraagt Stanley Kok zich echter af wat dergelijke winkelcentra moeten doen om die menigte naar binnen te lokken. “Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de bezoekers ook het publiek zijn waar ze zich willen toe richten?” merkt hij op. “Eén van de manieren om dat te realiseren is hen te verwelkomen met de beste presentaties, de nieuwste producten of voor evenementen te zorgen die een shopping-bezoek opwindender en memorabel maken.

“Hoe opwindender en innoverender dergelijke evenementen zijn, hoe meer ze er zullen in slagen grote massa’s aan te trekken,” aldus Kok. “Bovendien zorgen ze ervoor dat de afzonderlijke winkels zich meer bij het winkelcentrum betrokken voelen en dat er betere relaties ontstaan met het management van de centra. Daarnaast geven dergelijke evenementen ook aanleiding tot een grotere mediabelangstelling. Op lange termijn zal deze reclame een bonus zijn voor het centrum.”

Maar vooraleer een dergelijk evenement op het getouw wordt gezet, moet er volgens Kok voor een degelijk marktonderzoek gezorgd worden. “Dit moet beletten dat een verkeerd publiek aangetrokken wordt, wat tot compleet verloren inspanningen zou leiden. “Een winkelcentrum van een hoger niveau zal bijvoorbeeld best geen rockband engageren om in de gangen een concert te geven. Dat publiek heeft immers een afkeer van luide muziek en gillende tieners.”

Een goed evenement op het juiste tijdstip zal er volgens Kok echter voor zorgen dat het imago van het winkelcentrum wordt verbeterd en dat het publiek een algemeen goed gevoel overhoudt aan zijn bezoek. “Dergelijke evenementen zetten het publiek aan om langer te blijven en misschien ook meer te besteden dan gewoonlijk.”

Kok stelt dat er verschillende manieren zijn om de massa naar een winkelcentrum te lokken. “Hoe groter het budget, hoe meer kans er is dat er grote massa’s worden aangetrokken,” geeft hij toe. “Maar dat is niet de enige oplossing. Het is belangrijk dat het juiste publiek wordt uitgekozen en er vervolgens een evenement wordt voorgesteld dat perfect bij hen past.”

Daarbij doet het management er volgens Kok goed aan om te bekijken was de concurrentie doet om publiek aan te trekken. “Maar daarbij moet men er wel rekening houden dat niet alle oplossingen werken voor alle winkelcentra,” stelt hij. “Hoe beter een winkelcentrum zijn publiek kent, hoe groter de kans is dat men het op de juiste manier aanspreekt.”

Kok stelt dat populaire winkelcentra een groter budget hebben en dus evenementen kunnen uitwerken met personages uit de internationale film- of stripwereld. “Figuren zoals Mickey Mouse, de Power Rangers en andere personages zijn er dan ook geregeld terug te vinden,” aldus Kok. “Deze acts trekken gewoonlijk een bepaald type klanten. Walt Disney-figuren zijn uiteraard heel populair bij kinderen, terwijl volwassenen en tieners wellicht meer interesse hebben voor acrobaten, etnische dansen en hedendaagse shows.”

Succesvolle winkelcentra zijn volgens Kok altijd alert voor de nieuwste trends en dat aan hun klanten voorstellen, in de hoop dat ze voor de show naar het centrum zullen komen. “Daarbij moet er voor een zorgvuldige planning gezorgd worden,” aldus Kok. “De winkeliers moeten kunnen bijdragen door extra kortingen of geschenken.”

Hij voegt er aan toe dat ook wedstrijden met aantrekkelijke prijzen een goede manier zijn om klanten te lokken. Maar buiten deze sales promotions, kan een winkelcentrum volgens hem ook gemeenschaps-activiteiten organiseren. “Men zou kunnen overwegen om acties te organiseren voor een goed doel,” merkt hij op. “Dat geeft het winkelcentrum goodwill en publiciteit als een onderneming met maatschappelijke betrokkenheid.”

Uiteraard zijn ook gebeurtenissen als de opening van een nieuwe afdeling de perfecte gelegenheid om dergelijke evenementen te organiseren. “Dit lokt altijd klanten aan en verbetert het imago van het winkelcentrum,” aldus Kok. “Dat kan gepaard gaan met een aantal evenementen en speciale aanbiedingen. Meestal zal hierdoor een nieuw publiek aangetrokken worden of zal het aanleiding geven tot een hernieuwde interesse.”

Men moet volgens Kok echter bijzonder goed nadenken over de timing van deze evenementen. “Tijdens de eindejaarsfeesten en de schoolvakanties is er altijd veel volk, met of zonder promotie-acties,” stelt hij. “Speciale evenementen of decoraties kunnen de klant misschien wel aanzetten om meer te besteden. De positieve ervaring die ze er opdoen kan tevens de getrouwheid stimuleren.”

Maar interessante evenementen kunnen er volgens Kok echter ook voor zorgen dat er ook tijdens dalperiodes voldoende aantrekkingskracht is. “Winkeliers zullen maar al te graag bereid zijn om actief aan het evenement mee te werken,” stelt hij. “Aantrekkelijke cadeau’s zullen het publiek aanzetten om meer te spenderen.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Belgische ondernemingen niet klaar voor EU-uitbreiding

Op iets meer dan een maand voor de uitbreiding van de Europese Unie met liefst tien nieuwe lidstaten, blijven Belgische ondernemers de impact van die historische gebeurtenis onderschatten. Dat blijkt uit de nieuwe peiling die PricewaterhouseCoopers (PwC) uitvoerde bij 102 bedrijven die actief zijn in de nieuwe EU-landen.

Dertig procent van de bevraagde ondernemingen die zaken doet in of met deze toetredingslanden is van mening dat de uitbreiding van de EU geen impact zal hebben op hun bedrijf. “Dit terwijl er nochtans 90.000 pagina's aan Europese wetgeving in voege treden in de tien nieuwe EU landen,” aldus de PwC-studie, waarin gesteld worden dat bedrijven ervoor moeten zorgen dat ze in de eerste plaats wettelijk met alles in orde zijn. “Maar daarnaast laten de ondernemers ook heel wat kansen liggen.”

Eind 2002 leverde de eerste peiling volgens PwC al enkele opmerkelijke resultaten op. “De overgrote meerderheid, namelijk bijna 85 procent, bleek zich toen niet bewust te zijn van het strategisch belang van de uitbreiding,” aldus de onderzoekers. “Ook vandaag blijkt amper 66 procent van de ondervraagde ondernemingen die zaken doen met deze landen of er zelfs een vestiging hebben, te denken dat de uitbreiding impact zal hebben op hun onderneming. Dertig procent onder hen stelt zelfs expliciet dat er geen impact zal zijn. Nochtans heeft 61 procent van de ondervraagde bedrijven een vestiging in één of meerdere van de tien lidstaten.”

"Er is wel degelijk een aanzienlijke impact,” merkt PwC op. “Bedrijven die goederen exporteren naar Polen, zullen aan de grens niet langer douaneformaliteiten dienen te vervullen. Voortaan wordt alles administratief in de betrokken bedrijven zelf afgewikkeld. Dit betekent dat zij vanaf 1 mei, indien de administratie niet in orde is, boetes kunnen oplopen.” De ondervraagde ondernemingen lijken zich volgens PwC niet bewust te zijn van het feit dat de wetgeving in deze landen grondig wijzigt op 1 mei. “Dit heeft tot onmiddellijk gevolg dat hun vestigingen in de nieuwe landen minstens hun aan- en verkoopprocessen, de contracten en administratie moesten nazien en aanpassen,” wordt er opgemerkt. “Als dit niet gebeurd is, lopen bedrijven risico's op boetes en in een land als Polen kan men zelfs strafrechterlijk worden vervolgd.”

De bedrijven die dan al een impact verwachten, bleken aan te geven dat ze die niet voor alle domeinen even hoog inschatten. “Indirecte belastingen worden als belangrijkste focuspunt naar voor geschoven,” stellen de onderzoekers. “Hier wordt door 33 procent van de ondervraagden een vrij aanzienlijke verandering verwacht. Ver daar achter volgen het handels- en ondernemingsrecht (14 procent) en milieurecht (9 procent). Op het gebied van human resources, directe belastingen en IT ligt de graad van bewustzijn onder de 8 procent.”

Verder bleek dat slechts 5 procent van de ondervraagde bedrijven al de noodzakelijke aanpassingen gedaan hebben aan hun boekhoudsystemen. Voor 18 procent vormt de EU-uitbreiding een aanleiding om de financiële en boekhoudkundige processen aan te passen. “In de vorige peiling lag dat cijfer beduidend hoger, namelijk 37 procent,” merkt PwC op. Slechts 9 procent van de bedrijven blijkt een extra budget gereserveerd te hebben om de uitbreiding op te vangen. “In 2002 was dit nog 13 procent,” benadrukt PwC. “Bovendien zegt amper 42 procent van de ondervraagden de EU-uitbreiding op de voet te blijven volgen.”

“De uitbreiding maakt distributie en transport naar - en tussen de verschillende Europese landen heel anders, eigenlijk makkelijker, en daarop zou het hele onderliggende IT-systeem intussen moeten zijn aangepast,” aldus de onderzoekers. “De ondervraagde bedrijven schijnen de opportuniteiten van die nieuw, open markt niet meteen te grijpen. De maatregelen die zij vandaag al hebben genomen lijken eerder van tactische aard dan echt strategisch. De uitbreiding biedt naast een enorme potentieel in het domein van export, ook opportuniteiten tot het optimaliseren van middelen - onder vorm van nieuwe structuren - in relatie met lokale bedrijven. Dergelijke synergiën vergen een grondige analyse van de onderliggende systemen. De Belgische bedrijven zouden zich snel in deze markten moeten nestelen.”

Besluitend stelt PwC dat de bedrijven de EU-uitbreiding ten opzichte van 18 maanden geleden wel actiever volgen, maar nog steeds te weinig doordrongen zijn van wat er voor hun bedrijfsactiviteiten verandert. “Daardoor is waarschijnlijk onvoldoende actie genomen,” aldus de studie. “Bedrijven lopen hierdoor niet alleen risico's vanaf 1 mei, maar missen ook opportuniteiten. Zo hebben ze nu de kans om de producten die ze in België op de markt brengen ook te verkopen aan 75 miljoen nieuwe consumenten.” Ook het uitbouwen van een "Europees Bedrijf" en het stroomlijnen van de distributie - met België als het logistiek distributiecentrum - blijken ze volgens de onderzoekers niet ten volle te benutten. Verder wordt opgemerkt dat de lage tarieven inzake vennootschapsbelasting in de meeste van deze nieuwe lidstaten mee zou kunnen helpen om de verdere groei van de ondernemingen te financieren.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Thursday, March 25, 2004

Tien jaar cel voor online afpersing

Een 46-jarige programmeur die zuivelproducent Campina probeerde af te persen, werd door een Nederlandse rechtbank wegens afpersing en vijf gevallen voor moordpoging veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Nochtans dacht de man met de modernste internet-technieken de perfecte misdaad gepleegd te hebben.

De afperser dreigde een vergif te mengen in bepaalde Campina-desserten en eiste 200.000 euro. “Om zijn sporen uit te wissen, gebruikte hij een Amerikaanse anonymizer-dienst, die toelaat websites te bezoeken zonder een spoor na te laten,” schrijft Jan Libbinga in The Register. “Maar in dit geval werkte het niet zoals de man had gedacht, hoewel hij van mening was dat hij de perfecte misdaad had gepleegd.”

De afperser dwong Campina een bankrekening te openen en daarop een bedrag van 200.000 euro te storten. Campina kreeg daarvoor een kredietkaart die de man wilde gebruiken om het geld te innen. “Maar de man wenste geen gebruik te maken van de originele kaart,” verduidelijkt Libbinga. “Om zich in te dekken, eiste hij dat Campina een kredietkaart-lezer zou kopen en de gegeven van de magnetische strip te kopiëren.”

Die gegevens moesten vervolgens overgezet worden in een beeld van een VW Golf in een online-advertentie voor tweedehandswagens. Met de anonymizer downloadde de afperser het beeld en decodeerde daarop de gegevens van de kredietkaart, waarmee hij een nieuwe kaart maakte. Daarna kon hij aan de slag om het geld te innen.

Zijn grote vergissing echter was dat hij veronderstelde dat de download-service, Anonymizer.com, zijn identiteit zou beschermen. In samenwerking met het bedrijf en de FBI werd de man uiteindelijk ontmaskerd. Hij werd vorig jaar op heterdaad betrapt toen hij met de kopie van de kredietkaart uit de bankautomaat geld wilde halen.

“Zelfs criminele genieën kunnen dus op kleine foutjes worden gepakt,” aldus Libbenga. “Experten stellen dat de afperser het risico had kunnen verkleinen door het beeld te downloaden in een internet-café in plaats van zijn eigen computer te gebruiken. Bovendien betaalde hij de Anonymizer-service aan de hand van Paypal, waarbij hij zijn persoonlijk e-mail adres opgaf.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

This page is powered by Blogger. Isn't yours?