<$BlogRSDUrl$>

Sunday, February 29, 2004

Bloggers in de hoek?

Zoals net zoveel andere Amerikaanse meisjes heeft ook de 14-jarige Cecile uit Los Angels een weblog, maar Cecile werd vorige maand in de blogosfeer een echte beroemdheid. Wat was de reden daarvoor? Ze had van een lerares op school het verwijt gekregen rascistische denkbeelden te hebben en maakte op haar wegblog daarover haar beklag. Binnen enkele dagen stond de hele blogwereld op zijn kop.

Cecile is de dochter van Catherine Seipp, journalist bij FrontPageMagazine.com. Ook Catherine heeft een weblog, maar eind februari kreeg de tiener veel meer reacties dan moeder. “Op een bepaald ogenblik bezetten we samen negen van de tien topnoteringen in het blogverkeer op Journalspace,” merkt Catherine op. “Er was me al verteld wat er gebeurt wanneer de machtige Glenn Reynolds van Instapundit zich aan een weblog linkt, maar ik heb het nooit van zo dichtbij meegemaakt.”

Het effect is volgens Catherine Seipp echt verbazingwekkend. “Meestal kreeg de weblog van mijn dochter een honderdtal bezoekers per dag, typisch voor een tienerblog,” stelt ze. “Plots werden dan echter honderd bezoeken per uur, met links naar tientallen andere weblogs en ruim driehonderd berichten.”

Cecile had voor school een verhandeling gemaakt over de 18de eeuwse feministe Mary Wollstonecraft en daarbij opgemerkt dat de moderne Amerikaanse vrouw haar gelijke rechten heeft bereikt en dat Wollstonecraft de wenkbrauwen zou optrekken bij het hedendaagse (fanatieke) streven om dat zogezegde verschil aan rechten recht te zetten. “De lerares was verontwaardigd en had het daarbij over de nood aan acties voor vrouwen en minderheden en noemde Cecile een racist, niet alleen in haar klas, maar in alle andere klassen waar ze die dag les gaf.”

Catherine Seipp schrijft zich in haar artikel niet te willen uitspreken over de inhoudelijke waarde van de verhandeling van haar dochter. “Samizdata, een groep Britse bloggers las het verhaal van Cecile en begon een campagne om haar te steunen,” merkt ze echter op. “Een dag later werd het verhaal opgepikt door Instapundit en de feedback, die door Samizdata al was losgeweekt, begon nu echt massaal te komen.”

Het deed Michael Jennings, een andere blogger, opmerken dat blijkbaar een groot gedeelte van de mensen die in de blogosfeer actief zijn vroeger op school een rotperiode hebben meegemaakt. “Er zijn echter nog andere gevolgtrekkingen te maken uit het verhaal van Cecile,” merkt Catherine op. “Een traditioneel kleine, gesloten wereld als de middelbare school kan niet langer klein en gesloten gehouden blijven, zeker niet wanneer elk kind met amper enkele muiskliks geïnformeerde opinies kan vinden die afwijken van de visie van de leerkrachten.”

Seipp merkt op dat dit een probleem kan worden voor de scholen, die zich volgens haar vooral richten op een links gedachtengoed. “Wellicht komt die affinitieit tussen beide vooral omdat zowel de linkerzijde als het onderwijs zich een opvoedende taak hebben toegewezen,” stelt ze. “Er zijn uiteraard ook talrijke links gerichte bloggers, maar de rechtse visie van enkele van de belangrijkste bloggers – zoals Instapundit, Andrew Sullivan, Eugene Volokh en Matt Drudge – is van in het begin opgemerkt en vaak bekritiseerd, vooral door de traditionele media, een ander instituut dat niet onsympathiek staat tegenover het linkse gedachtengoed.”

Blogging is volgens Seipp van nature ongecontroleerd en vrij, wat mensen met een voorkeur voor regels en wetten gek kan maken. “Van in de begindagen ervaarde ik dan ook een afkeuring ten opzichte van de bloggers die me deed terugdenken aan school. Dat wordt ook duidelijk door de kritiek van tijdschriften zoals The Nation en The American Prospect op het gebrek aan controle op de blogosfeer. Dat doet me denken aan de lievelingetjes van de schooljuf die hun klasgenootjes verklikten.”

Seipp zegt te veronderstellen dat veel leerkrachten inspirende figuren willen zijn die de geesten van de leerlingen willen verruimen. “Dat is perfect wanneer de leerkracht ook open van geest is,” merkt ze op. “Maar wat gebeurt er wanneer de leerling een eigen opinie heeft en zich niet simpelweg wil laten voeden door elke visie die de leerkracht naar voor brengt? Vroeger zou de leerkracht geprobeerd kunnen hebben de leerling te vernederen en dat zou ook gewerkt hebben omdat die schoolwereld bijzonder gesloten was.”

Een teenager met een weblog is volgens Seipp echter een wezen wiens wereld zich al heeft uitgebreid, zonder hulp van leerkrachten. “Er is al veel geschreven over de gevaren van het internet voor tieners,” merkt ze op. “Ik heb echter gezien hoe het ook een veilig toevluchtsoord kan zijn. Cecile voelt zich vaak gefrustreerd door de onderwerpen waarover kinderen van haar leeftijd willen praten. Ze houdt ervan om online politiek en andere onderwerpen te bespreken met de meest uiteenlopende mensen die ze in de schoolrefter niet zou kunnen ontmoeten. Ik twijfel eraan dat zij in het echte leven een veertienjarige in hun buurt zouden kunnen verdragen, maar in de blogosfeer is zij als deelnemer aan de discussie meer dan welkom.”

Nu dat zoveel tieners een weblog hebben, zou het gevaar van indoctrinatie door leerkrachten volgens Seipp wel eens grotendeels achterhaald kunnen zijn. “Onze zonen en dochters zijn aan hun controle ontsnapt,” stelt ze. “Brian Micklethwait, één van de Samizdata-bloggers, merkte op bijna medelijden te krijgen met de leerkracht in kwestie. Hij stelde dat zij waarschijnlijk in de eerste plaats haar eigen vijand was, maar dat Cecile heel dicht in de buurt kwam. Wat we hier gezien hebben, is volgens hem een samenwerken van krachten.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Nieuw e-zine over Europese digitale media

Zopas werd het e-zine European Digital Media Weekly (EDMW) gelanceerd. Dat wil verslaggeving brengen over de exploderende Europese ontspanningsindustrie, met vooral muziek, media en games als belangrijkste pijlers. Het initiatief komt van Londenaar Rafat Ali, de blogger die eerder al het bijzonder succesvolle Paidcontent.org lanceerde.

Ali vertelde aan Jemima Kiss van DotJournalism dat hij van mening is dat er op dit ogenblik ruimte is voor verslaggeving over de Europese digitale media. “Er is een nood aan meer diepteverslaggeving over onderwerpen als draadloze content en breedband, maar ook over traditionele online publicaties,” stelde hij. “De sector van de digitale muziek is helemaal anders dan in de Verenigde Staten en heeft dus een diepgaandere verslaggeving nodig dan tot nu toe bijvoorbeeld in PaidContent.org gebeurde.”

Ali voegde er aan toe dat dit jaar bijzonder belangrijk zal zijn voor de Europese digitale media, want draadloze en breedband-ontwikkelingen kennen volgens hem een enorme versnelling. “Kijk maar naar het nieuws dat uit deze sector komt,” merkte hij op. “Zowel in de traditionele sectoren zoals beltonen, maar ook op het gebied van nieuwe technologieën die door giganten als Nokia, Siemens, Ericsson, Vodafone en anderen worden ontwikkeld. Ook moet er bijzonder veel aandacht besteed worden aan de sector van de breedband-content, waarbij men vooral oog moet hebben voor BBCi, wanneer dat zijn creative archives lanceert.”

Rafat Ali geeft naast EDMW ook de gratis Moco-nieuwsbrief over mobile content uit, net zoals PaidContent.org, met betalende berichtgeving over web publishing.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Maak van een boodschap een evenement

Wie een grote golf van publiciteit wil, doet er goed aan zijn boodschap in te kaderen in een evenement. Dat is de les die volgens Don Crowther van 101PublicRelations.com moet getrokken worden uit de lancering van de film ‘The Passion of The Christ’. “Wat men ook van de film vindt, Mel Gibson en zijn promotioneel team hebben een schitterende job afgeleverd door van de lancering van de film een echt evenement te maken,” merkt Don Crowther op.

In de eerste plaats verwijst naar de mysterieuze sfeer die rond de film werd opgebouwd. “Er werd volop over van alles gespeculeerd, van anti-semitisme tot geweld,” aldus Crowther. “Nochtans waren er nagenoeg geen media uitgenodigd voor een preview, een echte zeldzaamheid in de filmwereld, waar de meeste films door tientallen filmcritici zijn bekeken vooraleer ze officieel uitkomen. De media moesten op aswoensdag in de rij staan om de film met eigen ogen te kunnen zien en dus deel uitmaken van de emotionele groepsbeleving, in plaats van met enkele collega’s. Bovendien moesten ze ook een inkomticket betalen. De media moesten vooraf dan ook gissen hoe goed of hoe slecht de film zou zijn, wat tot heel wat geruchten en speculaties leidde. Dat alles deed de belangstelling in de film tot enorme hoogtes stijgen.”

Gibson zorgde er volgens Crowther ook bewust voor dat er rond zijn film de nodige controverses ontstonden. “Dat blijkt duidelijk uit de interviews die hij vooraf deed,” stelt hij. “Zo waren zijn antwoorden rond anti-semitisme altijd heel vaag en ontwijkend. Nooit gaf hij een rechtstreeks antwoord en die manier van doen stimuleerde speculatie en ongerustheid en dus ook de verslaggeving.”

Hetzelfde deed Mel Gibson met de geruchten alsof een Joodse actrice de rol van Maria zou spelen, terwijl korte fragmenten van bijzonder controversiële scènes – zoals de geseling van Christus en de Judaskus – enkele dagen vrijgegeven werden. “Bovendien paste in die aanpak ook de toegeving om bepaalde scènes uit de film te weren om ze vervolgens vrij te geven aan de pers, zodat ze in elke nieuwsuitzending over de hele wereld getoond zouden worden.”

Het was volgens Crowther ook een geniale zet om alternatieve kanalen te gebruiken om het evenement bekend te maken. “Zo werden kaarten voorverkocht aan kerkgemeenschappen in de hele Verenigde Staten,” stelt hij. “Dit was niet alleen briljant omdat het ervoor zorgde dat de bioskopen ook buiten de piekuren goed bevolkt werden, maar omdat het binnen de kerkgemeenschap voor heel wat commotie zorgde.” Daarbij werd er volgens Crowther wel voor gezorgd dat die voorverkoop gebeurde vooraleer de speculaties over anti-semitisme en geweld begonnen op te duiken en dus vooraleer mensen zich zouden kunnen bedenken of ze wel een ticket zouden kopen.

Een groot gedeelte van het succes van de film is volgens Crowther te wijten aan de enorme belangstelling die Gibson kreeg van de grote media, uiteraard dankzij al het hierboven aangehaalde. “Het is dan ook niet te verwonderen dat de film een gigantisch succes werd,” stelt Crowther. “Op de opening werd een omzet van meer dan 23 miljoen dollar gehaald, het derde grootste bedrag voor een première op woensdag. Maar waarschijnlijk nog verbazingwekkender is dat hij in de nieuwsrubrieken van Google niet minder dan 5.990 vermeldingen haalde.”

Iemand die iets mee te delen heeft, moet zich volgens Crowther dan ook afvragen of hij die boodschap in een evenement kan veranderen. Bovendien moet bij de realisatie ervan, zoals Gibson deed, gebruik gemaakt worden van mysterie, controversie, alternatieve kanalen en de grote media. Bovendien moet er volgens Crowther vroeg en specifiek gepland worden. “Een mysterie gebeurt meestal niet toevallig enkele ogenblikken voor een evenement, het moet vooraf goed gepland en omschreven worden,” stelt hij. “Maar men moet ook de taktiek aanleren om bijkomende publiciteit voor het evenement aan te trekken. Er komt bij het plannen van een evenement veel meer kijken dan wat hierboven werd verteld.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Geloofwaardigheid van het internet is niets nieuws

Eerder deze week verscheen op de eerste bladzijde van de Wall Street Journal een artikel waarin gesteld werd dat het internet er na talloze ontgoochelingen opnieuw in slaagt om adverteerders aan te trekken. Dat artikel is blijkbaar zo opmerkelijk dat MediaPost er twee dagen na mekaar een column aan wijdde.

In OnlineSpin merkte Jim Meskauskas eerder deze week op dat een dergelijk bericht inderdaad opvallend is, aangezien de Wall Street Journal de grootste bedenkingen had tegen de commerciële mogelijkheden van het internet. “In de hoogdagen van de dotcom-economie liet de krant het niet na om de aandelen van de internet-bedrijven op te hemelen, zonder er kans voorbij te laten gaan om de mogelijkheden van het medium als reclamekanaal te hekelen,” aldus Meskauskas.

Toen de dotcom-ballon barstte, stond de Wall Street Journal volgens Meskauskas vooraan in de rij om reclame op het internet in de grond te boren. “Ik ben dus heel gelukkig dat de krant eindelijk een positief artikel over het medium publiceert,” stelt hij. “Maar het heeft eigenlijk geen zin om daarover verder uit te wijden. Veel belangrijker is stil te staan bij de vraag hoeveel budgetten er online besteed moeten worden.”

Meskauskas merkt op dat die vraag altijd terug terugkomt en misschien ook interessant en belangrijk is, maar eigenlijk compleet naast de kwestie is. “Ieder reclamemedium vraagt zich constant af waar zijn deel van de taart is en waarom dat niet groter is,” stelt hij. “Marketeers vragen zich altijd af hoeveel ze in een bepaald medium zouden moeten investeren en elke vertegenwoordiger van een bepaald medium is van oordeel dat hij meer zou moeten krijgen.”

Dat is volgens Meskauskas echter een verkeerde vraag. “Men moet zich afvragen in welke mate een medium in stand is om bij te dragen tot het overbrengen van de boodschap,” stelt hij. “Elk medium heeft een eigen sterkte die het onderscheidt van een ander en wanneer een mediaplan wordt samengesteld, is het essentieel dat men weet wat en hoeveel elk medium doet of moet doen. De centrale vraag is hoeveel gewicht elk medium kan bijdragen. Het is de kost van een medium ten opzichte van zijn gewenst gewicht en niet het recht van een medium ten opzichte van een ander.”

Meskauskas’ collega Mark Naples merkt echter op dat de WSJ-journalisten zich blijkbaar nooit hersteld hebben van de desastreuze lente van het jaar 2000. “Waarom anders tot vandaag wachten om eindelijk te schrijven over een herstel van geloofwaardigheid die zich al een jaar lang aan het doorzetten is,” vraagt hij zich af.

Naples verwijst daarbij naar The New York Times, die na het verschijnen van het WSJ-artikel stelde dat Google de drijvende kracht is achter het hernieuwde geloof in het internet. “Maar waarom wordt alleen over geloofwaardigheid gesproken wanneer er potentiële investeringen in het vooruitzicht zijn?” werpt hij op. “De vermoedelijke beursgang van Google is ongetwijfeld de oorzaak van deze meningswijziging in de grote media. NJT-journalist Verlyn Klinkenborg schrijft zelfs dat velen hopen dat dit het begin is van een nieuwe investeringsronde die ons terug naar het optimisme van de laatste grote technische revolutie op het einde van de voorbije eeuw brengt.”

Naples verwijt de journalisten op een amateuristische manier over het onderwerp te schrijven. “Er zijn verschillende soorten geloofwaardigheid van een medium,” merkt hij op. “Een medium kan geloofwaardig zijn omdat men er een carrière maakt, of omdat men erin investeert. Dat zijn totaal verschillende benaderingen. De meest journalisten benaderen het gebeuren slechts van één kant.”

Heel veel mensen zijn volgens Naples nog steeds in de internet-sector actief omdat zij dat geloof in het medium zijn blijven koesteren. “Essentieel is dat we goed moeten begrijpen dat de positieve balans van het medium afkomstig is van de dienst die we leveren: het probleem van de klant oplossen, tegemoet komen aan de objectieven van de klant,” aldus Naples. “Het gaat over strategieën, ideeën, relaties en het verwezenlijken van een aantal dingen. En daaraan heeft het de voorbije drie en een half jaar online zeker niet aan ontbroken. De geloofwaardigheid van het internet is niets nieuws voor ons.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Saturday, February 28, 2004

Meedenken doet kopen

Fabrikanten betrekken de consument vaker bij productontwikkeling. Consumenten mogen van de fabrikant steeds vaker meebeslissen hoe een product gaat heten of welke smaak in de markt gezet wordt. Dat wordt opgemerkt in het Nederlandse tijdschrift Distrifood Nieuwsblad.

Merkendeskundige G. Bosman van het Amsterdamse bureau Brand focus Food Marketing & Innovatie stelt dat een consument die bij nieuwe producten betrokken wordt, gemakkelijk terugkeert. “Meedenken creeert een positief gevoel bij de consument, waardoor de kans groot is dat hij later het product bij een bepaalde supermarkt vaker koopt. Dit gaat vooral op bij producten als bier en frisdrank, maar minder bij wasmiddelen en schoonmaakartikelen.”

Vooral wanneer de supermarktsector door een prijzenslag gekentekend wordt en er dus nagenoeg geen marge meer is om te innoveren, is het volgens Bosman belangrijk om met merkbeleving klanten te binden. “Merkbeleving alleen is echter niet voldoende, want ook het product en de prijs moeten kloppen,” aldus Bosman. “Sommige merken vergeten dat laatste nogal eens.” Bosmans noemt de initiatieven van chipsfabrikant Doritos en brouwer Interbrew een goed voorbeeld van hoe het wel moet. “De chipsfabrikant laat consumenten aan de hand van sampling-acties zelf kiezen welke naamsaanduiding op de verpakking moet komen te staan,” merkt hij op. “Interbrew komt in het voorjaar met twee speciaalbieren, waarbij de klant uiteindelijk beslist welke soort blijft.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


McDonald’s Olympisch sponsor tot 2012

McDonald’s blijft nog acht jaar langer sponsor van de Olympische Spelen. Daarvan wil de fastfood-keten gebruik maken om de Chinese markt intensiever te bewerken. In 2008 worden de zomerspelen immers in Beijing georganiseerd. McDonald’s is sinds de zomerspelen van 1996 in Monreal sponsor van de IOC-evenementen.

“McDonald’s wil in China de kloof verkleinen met rivaal KFC, dat in het land dubbel zoveel restaurants heeft,” aldus Reuters-journalisten Juliana Liu en Deborah Cohen. “KFC heeft er meer dan duizend vestigingen en met behulp van een evenement als de Olympische Spelen wil McDonald’s, dat in China op dit ogenblik 580 restaurants heeft, tegen 2008 verdubbelen. Maar dat is volgens general manager Jim Cantalupo pas het begin. “Elk bedrijf dat op wereldvlak actief is, moet aandacht besteden aan China.”

Het nieuwe contract geldt voor de de IOC-evenementen in Turijn (winter 2006), Beijing (zomer 2008), Vancouver (winter 2010) en de zomerspelen van 2012, die nog niet toegewezen zijn. Het huidige contract van Mcdonald’s loopt tot en met de zomerspelen van Athene, later dit jaar. Tevens werd Yao Ming, de Chinese basket-vedette van de Houston Rockets, als een officiële McDonald’s-woordvoerder aangeworven.

McDonald’s merkte op dat dit contract een verderzetting is van een globale politiek, die het vorig jaar begon met de wereldwijde campagne ‘I’m Lovin’ It’. Cantlupo merkte daarbij op dat McDonald’s volgend jaar vijftig wordt, maar bij zijn publiek niet als een vijftigjarige wil overkomen. “De campagne wil McDonald’s linken met een jonge lifestyle, waarbij commercials gebruikt worden met hip-hop-muziek en nieuwe verpakkingen,” aldus Reuters. McDonald’s heeft wereldwijd meer dan 30.000 restaurants in 119 landen, waarbij China als achtste grootste gerangschikt staat.

Nog op sportgebied blijkt dat de 52 bij de UEFA aangesloten landen tijdens het Europees Kampioenschap voetbal in Portugal elk ruim zes miljoen euro zullen innen. Dat is een gevolg van de sterk gestegen televisie-inkomsten en is veel meer dan na Euro 2000, toen per land slechts enkele honderdduizende euros werd verdiend. De voetbalunie verdeelt de helft van de totale winst - één miljard Zwitserse francs - onder de bonden. De zestien deelnemende landen kunnen ook nog een greep doen in de deelnemers- en prijzenpot. In de Nederlandse Volkskrant wordt opgemerkt dat deze cijfers in schril contrast staan met de totale schuldenlast van de Europese clubs, die op zeven miljard euro wordt geschat.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Zorgt nieuw e-mailalfabet voor verzendingsproblemen?

Domeinnamen op het internet mogen vanaf maandag 1 maart een umlaut of een accent bevatten. Franse accenten, umlauten, deeltekens, tildes en ander lettermetaal kunnen dankzij de nieuwe standaardcode IDN (Internationalised Domain Name) door computers als dusdanig worden herkend. Maar Gazet van Antwerpen meldt dar er al wereldwijd voor werd gewaarschuwd dat dit problemen zou kunnen opleveren voor het internetverkeer.

Er wordt opgemerkt dat moderne computers een umlaut en een accent aigu herkennen, maar oudere software zou het nieuwe alfabet problemen kunnen opleveren. Het zal immers voor veel internauten onmogelijk zijn een e-mail te sturen naar iemand die een mail-adres heeft dat één van de nieuwe tekens bevat.

Totnogtoe werden voor internetadressen enkel de tekens van de zogenoemde ASCII-code toegelaten. In die 'American Standard Code for Information Interchange' werden enkel Engelse tekens opgenomen, met name de 26 tekens van het alfabet, de tien cijfers en de koppeltekens. Voor vele talen, waaronder Frans en Duits, stelde dit een probleem. De 92 extra letters worden voorgesteld in 'ASCII-Compatible Encoding' (ACE).

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Friday, February 27, 2004

Nieuwe mijlpaal voor het internet?

In de Verenigde Staten heeft het internet een mijlpaal bereikt. Meer Amerikaanse huishoudens zijn immers aangesloten op het internet dan op kabeltelevisie. Dat wordt door de sector als een zeer belangrijke vaststelling beschouwd. Bovendien is het volgens ook een symbolisch ogenlbik, waar de reclamemaker best heel goed rekening mee houdt.

“Geoffrey Ramsey, directeur van eMarketer, berekende dat 67,9 van de Amerikaanse huisgezinnen een internet-aansluiting heeft,” aldus Joe Mandese en Ross Fadner in MediaPost. “Kabeltelevisie bereikt niet meer dan 65,8 procent van de gezinnen. Bovendien is het heel belangrijk dat kabeltelevisie al een hele periode aan die grens van 66 procent zit, terwijl de online penetratie blijft groeien.”

Dit gegeven is veelzeggend, althans voor Jes Santoro, onderdirecteur geïntegreerde media bij Earthquake Media, een mediabedrijf dat traditionele en online media aankoopt. “Maar het is ook heel symbolisch. Het zegt immers veel over de mediagewoontes van het publiek. Kabeltelevisie is immers een traditioneel gegeven in de Verenigde Staten. Het is een alledaags en vanzelfsprekend gebruiksvoorwerp geworden. Maar voor internet moeten mensen nog altijd een extra inspanning doen, ze moeten het medium echt willen.”

Greg Stuart, directeur van het Interactive Advertising Bureau, merkte op dat deze vaststelling de reclamesector zou moeten wakker schudden. “Het IAB is aan het uitzoeken hoe deze mijlpaal als promotie-middel kan gebruikt worden,” aldus MediaPost. De kabelsector reageert echter niet verontrust. “Om een echte vergelijking te maken, zou men bij de cijfers van de kabeltelevisie ook de satellietverbindingen en andere systemen in rekening moeten brengen,” aldus Ira Sussman, onderdirecteur onderzoek van het Cabletelevision Advertising Bureau. “Wanneer men dan een herberekening maakt, komt men tot de vaststelling dat kabel een penetratie heeft van meer dan tachtig procent.”

Sussman voegde er aan toe dat penetratie-cijfers weliswaar belangrijk zijn, maar dat het veelzeggender is hoeveel tijd het publiek aan een medium besteedt. “Op dat gebied heeft kabel nog altijd een enorme voorsprong op het internet,” aldus Sussman. “Gemiddeld besteedt een Amerikaan jaarlijks 976 uur aan televisie, terwijl hij slechts 182 uur online is. Geschat wordt dat per persoon in totaal 3,732 uur aan media besteed wordt en dat betekent dat kabel daarin een aandeel van 26,2 procent heeft, tegenover slechts 4,9 procent voor online.”

Daar antwoordt Greg Stuart echter weer op dat dergelijke vergelijking misleidend is, aangezien de kwaliteit van het mediagebruik heel verschillend is. “We moeten echt voorzichtig zijn met de tijd die aan televisie besteed wordt,” merkte hij op. “Onderzoek wijst uit dat ongeveer de helft van de kijkers geen aandacht schenkt aan de reclame. Het kan niet echt beschouwd worden als tijd die aan een medium gespendeerd wordt. Bij internet is dat wel het geval. Bij televisie leunt men achterover, bij internet buigt men voorover.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Evenementen niet langer eerste slachtoffer van recessie?

In tijden van recessie wordt het eerst op evenementen bezuindigd. Met die vooropstelling stapte Incentive naar een aantal bedrijven en organisatoren van evenementen. Daarbij kreeg de redactie een aantal bevestigende antwoorden, maar anderzijds werd er opgemerkt dat dergelijke initiatieven niet noodzakelijk als eerste uit de boot vallen.

Tachtig procent van de opdrachtgevers gaf toe dat er inderdaad in moeilijke tijden zuiniger wordt omgesprongen met het plannen van evenementen. De anderen waren van oordeel dat die stelling niet zo sterk mocht mocht uitgedrukt worden. Organisatoren daarentegen waren van oordeel dat de weerslag van de crisis op de sector niet zo erg zou zijn als voorspeld wordt.

Wel benadrukten de opdrachtgevers eensgezind dat er veel meer dan in het verleden kritischer naar de kosten gekeken wordt. Ook de organisatoren noemden 2003 een moeilijk jaar, maar merkten op dat het opvallend is dat veel evenementenbureau’s het boekjaar nog met winstcijfers hebben kunnen afsluiten. “Tien jaar geleden sloeg de economische crisis veel harder toe,” merkten ze op.

“Evenementen hebben sindsdien duidelijk een vastere plek verworven in de communicatie van de marketing. Daarom worden ze bij bezuinigingen ook niet meer zo snel als eerste weggesneden,” wordt er aan toegevoegd. “Bovendien blijven de budgetten van de evenementen nog vrij beperkt, zodat ze ook gemakkelijker ontsnappen aan de grote bezuinigingscampagnes van de bedrijven.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

San Diego draadloze hoofdstad van de wereld?

Wi-Fi is veel meer dan internetten in een hotellobby, want het medium blijkt een meer dan indringende invloed te hebben op het alledaagse leven. FastCompany ging daarvoor op onderzoek uit in San Diego, een stad waar de telecom-industrie en draadloze connecties al decennia lang zijn ingeburgerd. De Amerikaanse kans pretendeert immers de draadloze hoofstad van de wereld te zijn.

Centraal daarbij was in 1968 al de oprichting van het bedrijf Linkabit, een spin-off van twee professoren van de Universiteit van California. Het bedrijf, gespecialiseerd in draadloze verbindingen, kreeg later het gezelschap van bedrijven als Qualcomm en de wireless afdelingen van Nokia en Siemens. “Het gevolg daarvan is dat San Diego de hoogste concentratie van draadloze tewerkstelling van heel het land heeft,” schrijft Alison Overholt. “Aangevuld met 75.000 mijl ondergrondse optische en glasvezel-kabel, betekent dit dat San Diego een bijzonder geconnecteerde stad is. Mensen zien deze technologie elke dag aan het werk.”

Snelheid is daarbij blijkbaar bijzonder cruciaal. “Meestal kunnen gebruikers via het internet een Wide-Area Network (WAN) gebruiken, waarbij men grote gebieden kan bereiken, maar waarbij de snelheid beduidend lager ligt dan bij gewone verbindingen,” aldus Overholt. “Wi-Fi maakt echter gebruik van de Local-Area Network (LAN), dat sneller is, maar slechts een actieradius heeft tot ongeveer honderd meter van een basispost. Geen van beide zijn voor extreem competitieve markten – zoals bijvoorbeeld de immobiliënsector waar in San Diego snelle beslissingen bepalen of een huis gekocht kan worden of men in een eindeloos opbieden terecht komt – een geschikt werkmiddel. Het nieuwe netwerk van Qualcomm/Verizon zorgt echter voor WAN-verbinden aan de snelheid van breedband en dat maakt een heel verschil.”

Immobiliën-agent Rick Rothman vertelde aan FastCompany hoe WAN transacties bijzonder gemakkelijk maakt. “Een klant was op zoek naar een nieuwe woning,” verduidelijkt hij. “Op het internet werd gemeld dat er zopas een nieuw huis op de markt was gekomen. Ik belde mijn klant op en we gingen onmiddellijk ter plaatse kijken. Daar werd het contract op laptop ingevoerd en de documenten werden draadloos opgestuurd. Seconden later werd de overeenkomst tussen mijn klant en de verkoper bezegeld.”

Overholt beschrijft vervolgens hoe ook de kamerbediening van het Pacific Terrace Hotel door een draadloos programma gecoördineerd wordt. “Dat is niet onbelangrijk, want het meeste kamerpersoneel komt uit Mexico of El Salvador en spreekt alleen maar Spaans,” aldus diensthoofd Irma Simental. Dat leidde tot misverstanden en frustraties bij het personeel. Een draadloze dispatching maakt nu duidelijk hoe het werk geregeld wordt en waar aanwezigheid van personeel gevraagd wordt.” Het dispatching-systeem loopt op het Wi-Fi-netwerk van het hotel, waarbij voor een instant-vertaling tussen het Engels en het Spaans wordt gezorgd. Als extra kunnen de hotelgasten met een laptop gratis gebruik maken van het hotel-netwerk, dat de naam Just-in-Time Housekeeping Integrated (Ji-Hi) meekreeg. “De hotel-directie wil het experiment nu uitbreiden naar zes andere vestigingen in de regio,” merkt Overholt op. “Ik vreesde dat we problemen zouden krijgen omdat van mensen uit onderhoud en kamerservice niet direct een grote vertrouwdheid met technologie wordt verondersteld,” aldus hoteldirecteur J. Robert Kingery. “Maar dat bleek een grote misrekening.”

Overholt merkt op dat minder efficiënt hotelmanagement bijzonder frustrerend kan zijn, maar niet levensbedreigend is. “Anders wordt het in de gezondheidssector,” merkt ze op. “Daar kan het toedienen van een verkeerd geneesmiddel – misschien omdat de gegevens verkeerd zijn ingevuld – desastreuze gevolgen hebben. De Sharp Healthcare van San Diego begon dan ook vorig jaar Wi-Fi-netwerken te installeren in zijn zeven ziekenhuizen. Daardoor kon men constant de gezondheids-geschiedenis van de patiënt opvolgen doorheen de consultaties en zorgen die hij toegediend kreeg. Daardoor kon vermeden worden dat bijvoorbeeld pas ’s avonds alle resultaten van de voorbije dag zouden worden ingevoerd.”

Hetzelfde geldt ook voor de apothekers-dienst van het Sharp Memorail Hospital. Daar liep een experiment met de apothekers die de voorschriften van de dokters moesten controleren op onder meer gevaar voor allergieën of ongewenste interacties tussen geneesmiddelen. “Ook daar werden de gegevens pas ingevoerd nadat de apothekers hun ronde door het ziekenhuis hadden gedaan,” aldus Overholt. “Pas daarna konden de geneesmiddelen toegediend worden. Wireless gebeurt dat nu allemaal onmiddellijk, waarbij een computer-gestuurde robot de geneesmiddelen aflevert en de verpleger identificeert die ze in ontvangst neemt.”

Het commerciële centrum van Sentre Partners moet echter een revolutie betekenen op de relatie van het zakenleven met breedband en draadloze communicaties. “In alle kantoren heeft men snelle internetverbindingen,” aldus project-ontwikkelaar Matthew Spathas. “In de lobby’s en op de plaza’s wordt gratis internet aangeboden. Eén van de gebouwen is echter niet alleen helemaal uitgerust met breedband, maar heeft ook Wi-Fi op alle verdiepingen.” De complete uitrusting van het gebouw maakt het volgens Spathas mogelijk de diensten aan een bijzonder goedkope prijs aan te bieden. “Dure breedband-prijzen zijn het gevolg van een weinig inefficiënte installatie,” meent Spathas. “Voor ons is breedband een standaard-uitrusting, net zoals water of elektriciteit. Ook de prijs is vergelijkbaar. Breedband is een alledaags gebruiksinstrument, Wi-Fi is een faciliteit. Men hoeft niet te betalen voor elk extra gebruik van de lift of het waterfontein.”

Overholt merkt op dat deze strategie blijkbaar aanslaat, want sinds het gebouw in juni vorig jaar in dienst werd genomen, heeft men een bezettingsgraad van 95 procent bereikt. “Dat aanbod heeft ons ook aangezet om naar hier te verhuizen,” getuigt Bruce Shepherd van het advocatenkantoor Latham & Watkins. “Die aanpak bewijst dat het management een toekomstgericht denken hanteert. Indien zij op deze manier deze problematiek behandelen, kunnen we verwachten dat zij op andere gebieden dezelfde denkwijze hanteren.”

Volgens Spathas zullen alle project-ontwikkelaars breedband-voorzieningen als een standaard-uitrusting beschouwen. Hij voegt er aan toe dat San Diego in die ontwikkeling verder een belangrijke rol zal blijven spelen. Hij is ervan overtuigd dat San Diego de wireless hoofdstad van de wereld zal worden.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Thursday, February 26, 2004

Internetprovider introduceert geurende e-mail

De Britse internetprovider Telewest Broadband heeft bekend gemaakt binnenkort met een systeem op de markt te komen waarmee het mogelijk is een e-mail met een geurtje te versturen. Een dispenser dat aan de computer wordt bevestigd, verspreidt de luchtjes. Zodra een e-mail geopend wordt waaraan een bepaalde geur is gekoppeld, gaat de veredelde luchtverfrisser aan het werk.

Telewest Broadband denkt dat het systeem vooral aantrekkelijk is voor winkels. “Zo kunnen bakkers hun klanten per e-mail verleiden met de geur van vers brood, kan een pizzeria de klanten aan de pizza`s laten ruiken, en zouden reisbureaus de geur van zeelucht, zonnecreme of vruchtencocktail kunnen toevoegen aan hun reclame voor strandvakanties,” aldus Nu.nl. “Consumenten zouden het kastje kunnen gebruiken om een e-mail met een lekker luchtje naar hun geliefde te sturen, of om foto`s met passende geuren naar vrienden of familieleden te zenden.”

In het kastje zitten twintig verschillende aroma's die in bepaalde combinaties kunnen leiden tot maximaal zestig geuren. In de toekomst denkt het bedrijf een kastje te ontwikkelen dat meer dan 2000 geuren produceert.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Lego terug naar de blokjes

Lego heeft geen bijster schitterend decennium achter de rug. Voor het eerst in de geschiedenis van de Deense speelgoedmaker leken jongeren geen interesse meer te hebben in de beroemde bouwblokjes. Zelfs pogingen om de technologische evoluties op de moderne speelgoedmarkt te volgen, wierpen geen vruchten af. Dus maakte Kjeld Kirk Kristiansen bekend dat het bedrijf zich terug gaat richten op zijn kernactiviteit. Deze strategie-wijziging kostte meteen voorman Poul Plougmann het hoofd.

Lego-erfgenaam Kjeld Kirk Kristiansen maakte bekend dat het bedrijf het voorbije jaar een recordverlies heeft gemaakt. Tot in het begin van jaren tachtig was Lego speelgoed dat ieder kind moest hebben, maar in First Impression (Fastcompany.com) schrijft Charles Fishman dat het leven van kinderen sindsdien grondig is veranderd. “Vandaag zijn kinderen wezentjes met een heel drukke agenda,” merkte Leah Kalboussi, verkoopsdirecteur voor een aantal technologische afdelingen van Lego, op.

Fishman stelt dat de vorige generatie kinderen alleen maar enkele televisiezenders hadden, video games heel primitief waren en dat van een computer al helemaal geen sprake was. “Vandaag groeien kinderen op in een ontspannings-industrie, waarin een open en zelfgestuurd spel steeds minder aan bod komt,” aldus Fishman. In een poging om het tij te doen keren, probeerde Lego dan ook die trend te volgen. Dat werd ook een succes, want de nieuwe producten zorgden voor een bijzonder sterke verkoop, maar dat was slechts schijn. Dit soort games was voor Lego immers geen thuismarkt en stond heel ver van het oorspronkelijke opzet. In de Lego-filosofie kon speelgoed immers pas tot stand komen wanneer het door een kinderhand was opgebouwd en dat werd met projecten als Bionicle, Harry Potter en Star Wars en aanverwanten steeds minder het geval.

“We hebben een strategie gevolgd die vooral gebaseerd was op groei, door ons te focussen op totaal nieuwe producten,” geeft Kjeld Kristiansen in een artikel in BBCNews toe. “Maar die strategie heeft niet de verwachte resultaten opgeleverd. Daardoor hebben we de echte waarden van onze kernproducten vergeten. Terwijl de speelgoedverkoop het voorbije jaar niet verder meer is gegroeid, zijn de inkomsten uit de verkoop van onze kernproducten verdubbeld.”

Kristiansen wil dan ook het roer kordaat omgooien om het Lego-schip terug op een beter traject te brengen en dat betekent dat weer alle aandacht volop naar het eenvoudige bouwblokje gaat. Topman Plougmann werd aan de deur gezet en een volgende stap in de heropleving – die Lego dit jaar een break-even zou moeten opleveren – is het heruitbrengen van de duplo-serie.

De duplo-serie – gericht op kinderen tot zes jaar – werd in 2002 stopgezet om plaats te maken voor de Explore-lijn, bedoeld voor jonge tieners. Associated Press meldt dat deze gewijzigde strategie het trouwe Lego-publiek in verwarring bracht en in Europa de verkoop voor het jongste publiek met dertig tot vijftig procent deed dalen. “Explore was een schitterende serie, maar tegelijkertijd hebben we het voor de consument niet gemakkelijk genoeg gemaakt om de producten te kopen waarvan ze hielden,” gaf Mads Nipper, onderdirecteur wereldwijde innovatie en marketing, toe.

Lego ontkende volgens Associated Press echter wel dat het zijn modernere producten zou opgeven. Er komen dan ook nieuwe Bionicle-spelletjes en figuren die gelinkt zijn aan succesformules zoals Star Wars en Harry Potter. Door opnieuw meer aandacht te besteden aan zijn oorspronkelijk product, wil Lego in 2005 tot de vijf meest gerespecteerde bedrijven van de wereld behoren.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Europese reclame minder sterk dan Amerikaanse

Iedereen gelooft in een relance van de wereldwijde reclamemarkt, ook Martin Sorrell van WPP, die nochtans bekend staat om zijn afkeer van overdreven optimisme. Anderzijds heeft de European Association of Communications Agencies(EACA) gewaarschuwd dat de heropleving van Europese reclamebranche zich niet zo snel doorzet als in de Verenigde Staten en Azië, al zijn er volgens haar ook hier tekenen van herstel zichtbaar.

Volgens de EACA blijft Europa op reclamegebied de meest moeilijke regio en zullen de Verenigde Staten de drijvende kracht achter het herstel blijven. De vereniging stelt dan ook dat Europa niet de zelfde groeicijfers zal halen als de Amerikaanse sector. “De huidige Europese condities zorgen voor een minder snelle groei,” stelde John Taylor, ceo van ZenithOptimedia en voorzitter van de EACA-mediaraad.

Steeds voorzichtig is Martin Sorrell, maar ook hij kondigde aan dat de recessie in de reclame nagenoeg achter de rug is. Niet iedereen is echter even overtuigd van een roze toekomst. “Er is voor dit jaar meer optimisme, maar adverteerders hebben de ene voet op het gaspedaal en de andere op de rem,” aldus Christian de la Villehuchet, directeur van Euro RSCG België. Bernard Barnett, Europees onderdirectuer bij Young & Rubicam, stelde dat de klanten in de Verenigde Staten en Azië bereid zijn om verder te kijken dan traditionele reclame. Dat is volgens hem een belangrijke reden voor het achterop blijven van Europa.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Heimwee naar de pop-up?

Het tijdperk van de pop-up lijkt nu wel definitief afgelopen te zijn. Steeds meer gingen ze de internauten irriteren, zodat ook adverteerders, providers en reclamemakers ervoor begonnen terug te deinzen ze nog langer te gebruiken. Maar anderzijds vragen een aantal specialisten zich af of die pop-ups inderdaad zoveel irriterender waren dan andere reclamevormen.

“Internetters willen geen pop-ups meer zien, online mediabureaus weigeren ze te verkopen en iedereen heeft inmiddels software van Google gedownload om er vanaf te zijn,” schrijft de redactie van Communicatienieuws. “Dat zal best maar Koen Verhagen, creatief directeur bij .Bone, is het er niet mee eens.” Volgens Verhaegen is de pop-up immers één van de instrumenten die bijgedragen heeft tot het succes van de online advertising. “Prachtig dingetje,” vertelde Verhagen. “Lekker groot qua formaat en over de content heen, dus lekker opvallend. En die pop-up levert ook nog eens een boel op. Metingen na de klik wijzen uit dat de pop-up bijzonder efficiënt is, waar het gaat om het realiseren van communicatiedoelen.”

Verhaegen geeft toe dat de pop-up irritant is, maar dat geldt volgens hem evenzeer voor een banner, een billboard of een televisie-commercial die een spannende film onderbreekt. “Een pop-up is irritant omdat het reclame is en reclame wordt per definitie als irritant ervaren,” stelt hij. “De pop-up in de ban doen is echter niet de oplossing. Simpelweg omdat de pop-up zelf niet het probleem is. De oplossing moet worden gezocht in het efficiënter en relevanter communiceren met de mensen die men wil bereiken. Teveel adverteerders gaan nog steeds voor een maximaal aantal contactmomenten om de boodschap over te brengen. En daar wordt iedereen doodziek van. Relevanter communiceren is dus een noodzaak. Want relevantie is het middel tegen irritatie.”

Nog in Communicatienieuws stelt ook Jelle Kolleman, creatief directeur bij Red Urban, dat de pop-up door de consumenten gehaat wordt. “Het is anderzijds heel geliefd bij vele adverteerders, die bereid zijn daar goed voor te betalen, wat met zich meebrengt, dat ook de uitgever smakelijk eet van de opbrengst van de pop-up,” stelt hij. “Helaas voor de adverteerder, het advertentienetwerk en de uitgever is het al enige tijd mogelijk om middels eenvoudige software de pop-ups van je scherm te vegen voordat je ze gezien hebt! Want zolang als het duurt om een consument vriendelijk systeem te ontwikkelen dat in staat is om tv-commercials te skippen, zo snel zijn pop-up killers voor een grote groep consumenten gemeen goed geworden.”

Kolleman wijst er in dat verband op dat bij het invoeren van de term ‘pop-up’ de eerst acht resultaten gevormd worden door links naar pop-up killers in alle vormen en maten. “Dat duidt er natuurlijk op dat daar geld mee is te verdienen,” stelt hij. “En zo houdt de branche zichzelf fijn in stand. Overigens niet lang meer, want Google zelf biedt nu ook al de mogelijkheid aan om gratis software te downloaden, waarmee je pop-up vrij kunt surfen.”

Kolleman wijst erop dat een aantal uitgevers en advertentie-netwerken - WebAds en MSN - goed luisteren naar de internet gebruiker. “Ze stoppen met de pop-up!” werpt hij op. “Er werd namelijk na een onderzoek onder internetgebruikers ontdekt, dat pop-ups door 91 procent als irritant werden ervaren. De overige negen procent werken vermoedelijk bij online mediabureaus, advertentie-netwerken, creatieve bureaus of bij adverteerders in de leningen of energie markt.”

Het is volgens Kolleman uiteraard geen verrassende uitkomst. “Maar wat er ogenschijnlijk met de uitkomst gebeurt wel,” voegt hij er aan toe. “Op het eerste gezicht lijkt het op z'n minst verwonderlijk dat WebAds en MSN daadwerkelijk naar de klachten van de internetgebruiker luisteren. Maar als we in Amerika kijken, zien we dat nog geen twee jaar geleden AOL dezelfde stap nam. Men vindt pop-ups namelijk dusdanig irritant, dat AOL dit financiële offer naar haar gebruikers graag maakte om meer loyale klanten over te houden. Het pop-up beleid wordt dus ingezet in de concurrentiestrijd om de bezoekers-aantallen.”

Kolleman merkt daarbij op dat deze discussie voordien slechts tussen redactie enerzijds en de sales afdeling anderzijds werd gevoerd, maar de marketeer lijkt volgens hem de knoop nu door te hakken en te kiezen voor de klant. “Sales gaat akkoord, omdat hij verwacht dat binnenkort tachtig procent of meer een pop-up killer heeft, waardoor de uiting toch niet meer te verkopen is, vanwege te weinig bereik.”

De auteur vraagt zich daarbij af wat dit nu allemaal zo bijzonder maakt. “Consumenten zijn voor het eerst, geholpen door software ontwikkelaars, in staat om een vuist te maken tegen een advertentievorm, dusdanig dat uitgevers hem daadwerkelijk afschaffen,” stelt hij. “Als we dat zouden kunnen toepassen op televisie, zouden er weinig commercials over blijven vrees ik. Maar dat is vooralsnog alleen voor een handjevol techno-freaks weggelegd.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Reclamewereld verandert sneller en sneller

De reclamewereld is de voorbije 36 maand meer veranderd dan de voorbije 36 jaar. Dat stelde een topman van het reclamebureau Carat North Amerika tijdens de Marketing Show van de Direct Marketing Association in New York. Hij voegde er aan toe dat dat proces de volgende 36 maanden nog veel sneller zou gaan en hij raadde marketeers dan ook aan die evoluties heel goed in de gaten te houden.

In DMNews.com schrijft Mickay Alam Khan dat er voor de beweringen van de Carat-zegsman, David Verklin, meer dan voldoende bewijzen zijn. “Zo hebben twaalf internationale groepen controle over 95 procent van de aankoop van reclameruimte- en tijd,” aldus Khan. “Drie jaar geleden waren dat er nog vijftig.” Khan voegt er aan toe dat hetzelfde beeld opduikt bij de (Amerikaanse) televisiereclame, waar zeven bureau’s driekwart van de inventaris van de netwerken beheren, terwijl in outdoor media drie bedrijven meer dan de helft van alle beschikbare ruimte controleren.

Volgens Verklin is outdoor het medium waarin wereldwijde reclame-overeenkomsten verwacht mogen worden en niet de televisie, zoals algemeen wordt verondersteld. “Dit kleine hoekje van de Amerikaanse economie is duidelijk aan het veranderen,” aldus Khan. “Vooral opvallend is het verdwijnen van de full-service modellen. Er zijn nu twee aspecten, want terwijl het ene bureau creatief aan het werk gaat, nemen anderen de planning en buying voor hun rekening. Dit model is heel populair bij de grote reclamegroepen en komt volgens Verklin overgewaaid vanuit Europa en is ook populair in Azië.”

Het zijn volgens Verklin die twaalf grote bureau’s waar de marketeers vooral moeten mee werken. “Zij moeten rekening houden met enkele belangrijke trends in de media,” merkt hij op. “In de eerste plaats moet daarbij de prijs van televisie in het oog gehouden worden. De televisiestations hebben het voorbije jaar hun prijzen met 14 procent opgetrokken, volgend op een stijging van 12 procent het jaar voordien, ondanks het feit dat er minder mensen naar (netwerk)televisie kijken.”

Een andere trend is dat de klant steeds meer geïnteresseerd is in direct marketing en de mogelijkheden van gadgets zoals digitale video recorders. “Deze laatste kunnen immers reclamespots doorspoelen, tot grote ergernis van de adverteerders.” Daarnaast moet men volgens Verklin ook goed beseffen dat adverteerders steeds meer wereldwijde beslissingen nemen. “Het doet er voor die bedrijven op dat ogenblik echter niet echt meer toe dat een locale vestiging bijzonder tevreden is met zijn plaatselijk reclamebureau.”

Tenslotte is er volgens Verklin nog de multimedia-packaging. “Zeven mediabedrijven – waaronder News Corp, Viacom en Time Warner – de meeste media controleren,” merkt hij op. “Viacom is marktleider op het gebied van billboards en eigenaar van CBS, UPN, MTV Networks and Blockbuster Video. Marketeers moeten leren hoe er package deals gemaakt kunnen worden met deze media-giganten.”

Verklin identificeerde drie factoren die de media veranderen en een effect hebben op direct marketing. “In de eeerste plaats zijn er de nieuwe technologieën,” aldus Verklin. Een groot aantal toepassingen wordt op dit ogenblik uitgetest op hun geschiktheid voor reclame-doeleinden. Daarnaast moet er volgens hem ook rekening gehouden worden met de globalisering, waarbij zeven holdings – Omnicom, Interpublic, WPP, Publicis, Havas, Aegis en GreyGlobal – meer dan negentig procent van de wereldwijde reclamebureau’s bezitten. Tenslotte vernoemt Verklin ook nog de consolidatie bij de mediabedrijven, waar grote overname-operaties gebeuren. “Daarom moeten direct marketeers praten met bedrijven als Viacom, News Corp, Time Warner en Disney,” merkt hij op. “Ze moeten vragen waar die giganten mee bezig zijn. Er doen zich heel wat opportuniteiten voor, want zij hebben een enorme interesse in de direct marketing.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Wednesday, February 25, 2004

Zoekmachine-reclame blijft op zijn elan

Het succesverhaal van paid search is nog lang niet over, aldus een Amerikaans onderzoek van Jupiter Research. Voorspeld wordt dat de sector de online reclame zal opstuwen naar 14,8 miljard dollar in 2008, samen met bannering en e-mail marketing.

Volgens Jupiter groeide de internetreclame het voorbije jaar met tien procent, vooral dankzij een sprong van 50 procent van de paid search. “De online reclame-uitgaven zouden tot 2008 met jaarlijks 19 procent blijven groeien,” aldus Janis Mara in Clickz.com. Jupiter haalt voor die voorspelling vier redenen aan. In de eerste plaats zal tegen 2008 bijna 80 procent van de (Amerikaanse) huisgezinnen aangesloten zijn op het internet. “Bovendien zal ook de breedband-penetratie gevoelig toenemen en nieuwe mogelijkheden bieden,” zegt Mara. Ten derde beginnen websites te werken aan grote merkreclames, verkocht via sponsorship of per duizend contacten. Tenslotte wordt verspeld dat online advertentie de vertraagde groei van direct mail en de steeds moeilijker telemarketing – door do-not-call - zal opvangen.

In totaal werd het voorbije jaar in de Verenigde Staten 6,3 miljard dollar besteed aan online reclame, waarbij paid search 1,6 miljard dollar voor zijn rekening nam. “Er bestaat ook geen twijfel over dat de sector nog zal groeien,” aldus Kevin Lee, directeur van Dit-it.com, een bedrijf dat gespecialiseerd is in search marketing. “Search marketing werkt dan ook uitstekend. Vooral contextuele search zal de volgende jaren een drijvende kracht blijken te zijn, samen met de grotere concurrentie die marketeers agressiever zal doen optreden.”

Het rapport stelde echter ook dat ook de andere vormen van online reclame – zoals rich media – dit jaar opnieuw zullen heropleven. “Dat wordt mogelijk gemaakt door de uitbreiding van de breedband-netwerken. Dit laat een grotere investering in rich media-reclame toe.” De display-reclame is volgens Jupiter-analyst Gary Stein trouwens nog steeds de dominante vorm van online reclame. “Paid search groeit enorm, maar de display-reclame heeft nog altijd een groter aandeel. Volgens Mara zagen de onderzoekers ook hoopvolle tekenen voor de e-mail marketing, die volgens hen tot 2008 elk jaar met 24 procent zal groeien tot een omvang van 6,1 miljard dollar.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Tweede golf internauten?

Er komt een tweede golf internauten aan. Dat is tenminste de conclusie van het studiebureau Ipsos, dat daarover onder de Franse bevolking een enquête hield. Daaruit bleek dat de helft van de offline Fransen in de nabije toekomst op het internet willen gaan.

Uit het onderzoek bleek dat 19 procent van de ondervraagden van plan was om één van de volgende maanden aan te sluiten op het internet, terwijl nog eens 31 procent zegt dat volgend jaar te willen doen. Journal du Net stelt dat er twee belangrijke oorzaken zijn om deze groep tot het internet te bekeren. “In de eerste plaats zijn er de goedkopere tarieven, door 57 procent van de ondervraagden een belangrijke reden om alsnog online te gaan,” aldus de onderzoekers. “Maar daarnaast is ook de vertrouwdheid met het medium een belangrijk gegeven (44 procent van de antwoorden).”

Uit het onderzoek bleek echter ook dat 45 procent van de off-line Fransen het medium nog altijd niet vertrouwen. “Deze groep bestaat vooral uit de oudere bevolking – 58 procent is ouder dan zestig – en heeft ook heel dikwijls (40 procent) een beperkt financieel budget,” merken de onderzoekers op. “De enige manier om hen aan te zetten internaut te worden, is hen overtuigen van het nut van het internet.”

Het onderzoek wees verder uit dat het internet nog altijd hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het opzoeken van informatie (94 procent), maar ook voor bankverrichtingen (94 procent) en het bestellen van vliegtuigtickets (45 procent). Ontspanning – met het downloaden van muziek, film of boeken – komt met 36 procent op de vierde plaats en is vooral een activiteit van jongeren. Anderzijds blijkt het shoppen op het internet vooral een zaak van de hogere kaders zijn, want 36 procent onder hen zeggen geregeld op het web te winkelen.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Heeft Osama Bin Laden toekomst binnen de reclame?

Het worden voor reclamebureau’s heel gevaarlijke tijden. Dat is alvast de mening van Lee Watters, hoofdredacteur van
IMediaConnection. Tijdens een iMediaConnection-conferentie, eerder deze maand, werd door sommigen immers de dood van de traditionele reclame aangekondigd. Ook Watters stelt dat er wel eens een schokeffect nodig zou kunnen zijn om de sector opnieuw te wekken.

Watters is het helemaal eens met Joe Cappo, auteur van ‘The Future of Advertising: New Media, New Clients, New Consumers in the Post-Television Age’. Cappo stelde daarin onder meer dat reclamebureau’s in de toekomst niet meer zullen zijn dan de printer die brochures van bedrijven drukt. Watters stelt dat vooral vaste vergoedingen een probleem zullen worden voor de reclamebureau’s. “Wanneer creativiteit gebaseerd is op commissie, kan ze haar vrije gang gaan,” merkte hij op. “Wanneer er echter met vaste vergoedingen gewerkt wordt, telt vooral de tijd en men de bureau’s durven het niet aan geld van de klant te verspillen aan creatieve avonturen.”

Maar er zijn volgens Watters juist creatieve avonturen nodig. “Cappo beweert dan ook terecht dat we in een tijdperk van generetische reclame leven,” merkt hij op. “Daarbij verwijst hij naar een experiment waarin de soundtracks van reclamespots van Coca-Cola en Pepsi werden omgewisseld, zonder dat het iemand opviel. Dat is er volgens Cappo verkeerd met de reclame. Reclame moet een publiek identificeren en zich daarop richten.”

Watters merkt op dat Cappo ook gelijk heeft wanneer hij beweert dat de televisie zichzelf aan het vermoorden is. “Wie vroeger reclametijd kocht op televisie, kon er zeker van zijn dat hij negentig van alle huisgezinnen bereikte,” stelt hij. “Ze bleven voor het scherm zitten terwijl je je producten aan het verkopen was. Vandaag is dat publiek echter teruggevallen op veertig procent. Bovendien daalt dat tijdens de reclameblokken nog eens dramatisch, al zullen de televisie-stations dat niet toegeven. Men kan nu eenmaal niet tegelijkertijd het publiek tot het internet aantrekken en hun relatie met de televisie ongemoeid laten.”

Sommigen werpen op dat de reclamewereld een Boris Yeltsin nodig heeft. “Yeltsin was de Russische president die, wanneer hij niet aan de fles wodka zat, Rusland van een communistische lethargie naar een maniakaal kapitalisme schopte,” verduidelijkt Watters. “Maar Cappo is van oordeel dat de televisie een Osama Bin Laden nodig heeft. De sector moet traumatisch en dramatisch wakker geschud worden indien hij opnieuw belangrijk wil worden.”

Watters stelt daarbij dat de grote reclamebedrijven zoals Omnicon en collega’s er absoluut moeten voor zorgen dat hun verschillende afdelingen met elkaar beginnen te praten. “Ze hebben de juiste bureau’s om ongelooflijk efficiënte wereldomvattende campagnes uit te bouwen, waarin ze een breed gamma van kanalen, met inbegrip van het internet, kunnen inschakelen,” benadrukt hij. “Er moet gezorgd worden voor een duidelijke en boeiende boodschap, die dankzij de unieke mogelijkheden van elk medium wereldwijd verspreid kan worden. Er moeten databanken opgesteld worden met twee miljoen namen en daarop moet vanuit CRM-hoek krachtig op ingewerkt worden.”

Maar volgens Cappo laat ook het internet talrijke unieke mogelijkheden van zijn eigen medium aan zich voorbij gaan. “Op het internet wordt teveel gedacht als een massa-marketeer, terwijl men eerder een instelling als individueel marketeer zou moeten hebben,” aldus Cappo. Die stelt dat het internet een nieuwe consument naar voor heeft gebracht. “Op het web is er een compleet andere mengelijk van consumenten-categorieën en jongeren hebben een zeer uiteenlopende smaak en mediagebruik. Dat zijn andere consumenten dan hun voorgangers uit het Stenen Tijdperk van de jaren negentig, toen computers, mobiele telefoons, breedband en draadloze communicatie niet tot het alledaagse leven van iedereen behoorde.”

“Het publiek verwacht van ons dat we hen iets geven wat het kan gebruiken, maar het internet doet dat nog niet,” aldus Watters. “Cappo merkt op dat het web bewezen heeft een schitterend verkoopsinstrument te zijn, maar dat het zichzelf nog altijd moet bewijzen als uitstekend reclame-instrument.” Maar Watters voegt er wel aan toe dat men geen schitterende reclame nodig heeft om grote merken te creëren.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Monday, February 23, 2004

Bedrijven hebben hotspots nodig

Een onderzoek van Gartner wijst uit dat bedrijven hotspots zouden moeten huren in luchthavens en publieke ruimtes. Op die manier zouden ze de productiviteit van hun mobiele werknemers met ruim dertig minuten per dag kunnen verbeteren.

In ElectricNews.net wordt gesteld dat het aantal gebruikers van hotspot het voorbije jaar wereldwijd was opgelopen tot 9,4 miljoen. Dat zou volgens het rapport dit jaar verdrievoudigen. Volgens Gartners moeten bedrijven een strategie uitwerken waarbij hun werknemers toegang krijgen tot hotspots, maar er tevens voor zorgen dat ze de kosten ervan onder controle houden. Indien het bedrijf geen regeling vindt, zullen de werknemers ze volgens Gartner toch gebruiken en de kosten ervan onder andere hoofdingen aan het bedrijf doorverrekenen.

Ook moet er volgens het onderzoek voor gewaakt worden geen lange overeenkomsten af te sluiten met de hotspot-providers. “De sector is immers voortdurend aan veranderingen onderhevig en het gevaar bestaat dat sommige providers niet aan bepaalde noden van de bedrijven tegemoet zullen kunnen komen,” wordt er opgemerkt. “Bovendien moet het bedrijf goed opvolgen hoe de hotspots gebruikt worden, zodat men weet wat welke toekomstige evoluties interessant kunnen zijn.”

Gartner stelde ook dat veel van de hotspot-aanbieders de tweede helft van het jaar zouden fuseren of overgenomen worden.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Virale marketing helpt HW-kunstproject

“Kunst, economie en het internet lijken misschien weinig met elkaar te maken hebben, maar Hewlett-Packard heeft inmiddels uitgepakt met een multimediaal initiatief waarbij virtuele en traditionele media samengevoegd om de zogenaamde iMac-generatie te behagen,” aldus Meg Carter in The Guardian. “Het bedrijf is kunstcurator geworden door zowel in het Londense East End als online een galerij te openen en gebruikt de modernste nieuwe media om het initiatief bekend te maken.”

Het initiatief ‘Hype, HP’ nodigt iedereen uit om originele, computer-gerelateerde kunst aan te bieden om tentoon gesteld te worden in een oude brouwerij in Brick Lane, omgebouwd tot een kunstgalerij. “Het idee is dat artiesten een digitaal beeld of een korte film op cd-rom lefveren om in de galerij tentoon te stellen,” aldus Carter. “Het onderwerp is vrij, maar elk kunstwerk moet op één of andere manier de letters H en P – in die volgorde bevatten. Eens de galerij vol is, gaat de tentoonstelling ook online.”

Carter voegt er aan toe dat ‘Hype, HP’ werd ontworpen door het reclamebureau Publicis, maar HP-business manager Mark Ellis weigert het initiatief reclame te noemen. “Hype is een platform voor de ontwerpers van morgen,” merkte hij op. “Het geeft hen de mogelijkheid hun werk door hun collega’s in de hele artistieke en commerciële wereld te doen erkennen.”

Hype startte volgens Carter met een virale marketing, waarbij meer dan 120 websites, communities, weblogs en discussie-for a werden betrokken. Vervolgens werden informatie- en promotiepakketten verdeeld via de National Union of Students en diverse kunstscholen. Ook de underground-scène werd ingeschakeld, onder meer met een nacht van de underground film in een Londens park. Advertenties werden ontworpen voor lifestyle- en modetijdschriften.

Vooral de website hypegallery.com heeft volgens Carter echter een centrale rol gespeeld in het creëren van het Hype-merk. “Oorspronkelijk leidde ze bezoekers langs een virtuele reis – met geluiden, beelden en film – om het idee uit te leggen en potentiële kandidaten te verduidelijken hoe ze aan het project konden deelnemen,” merkt ze op. “De website was echter ook ontworpen om deelnemers toe te laten vanuit heel de wereld hun bijdragen op te sturen. Tenslotte werd de website omgevormd tot een virtuele kunstgalerij die het werk van de deelnemers toonde.”

Publicis stelt dat het Hype-project een belangrijke investering vertegenwoordigt van een grote adverteerder in een campagne waarin geen televisie-reclame is voorzien. “Maar beginnend met de virale reclame heeft Hewlett Packard daarbij een database gecreëerd van consumenten die het bedrijf in de toekomst wil bewerken,” aldus Carter. “Bovendien omvatte de campagne het gebruik van hypertags, waarbij posters informatie kunnen zenden naar de mobiele telefoons van voorbijgangers.”

Chris Aldous, creative director van Publicis, stelt dat Hewlett-Packard zich meer wil positioneren bij de volgende generatie van kunstenaars, filmmakers en fotografen. “Een heel gesofisticeerde generatie die tegelijkertijd enorm cynisch is over reclame,” merkt hij op. “Traditionele reclame zou dan ook niet gewerkt worden. Het zou deze groep mensen niets interessant, origineel of relevant gezegd hebben. Sponsoring zou al evenmin geholpen hebben. Het was nodig om met de doelgroep een band te smeden. Dat konden ze doen door de jonge kunstenaars te ondersteunen in wat zij het meest nastreven, namelijk exposure.” Publicis hoopt dat de virtuele galerij een blijvende bron zal zijn voor creatieve bureaus en uitgevers.

In het begin van de campagne werkte Publicis samen met Cake, specialist in virale reclame, om de bekendheid van Hype op het internet te verspreiden. “Dat kan een zeer risicovolle strategie zijn, want men kan niet zomaar een nieuwsgroep binnenvallen en over zijn product of merk beginnen te praten,” aldus Publicis. “Men moet iemand uit die community kennen en dan op het juiste moment in actie komen. Het moet voor die community-leden boeiend zijn, men moet iets in return te bieden hebben. Het langzaam opbouwen van de Hype-campagne gedurende een aantal maanden toont hoe online waarden een fundamentele impact kunnen hebben op campagnes met multimedia reclame.”

De efficiëntie van de strategie kan volgens Carter echter heel gemakkelijk aangetoond worden. “De website heeft bijna 2,5 miljoen bezoekers gehad sinds ze vorige maand actief werd,” stelt ze. “Meer dan 1.200 orginele kunstwerken werden opgestuurd en 900 daarvan werden op de website geplaatst. Ondertussen is ook de galerij in Brick Lane helemaal volzet. De eerste werken werden overgebracht naar het internet om plaats te maken voor nieuwe inzendingen.” Het is volgens haar echter nog te vroeg om uit te maken hoe commercieel waardevol al die nieuwe contacten voor Hewlett Packard wel zullen zijn.” Desondanks overweegt Hype het project uit te breiden tot Berlijn, Parijs en Barcelona.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Maken pornoberichtjes computer menselijk?

Er wordt al jarenlang gepraat over slimme machines. In het computertijdperk zijn machines tot steeds meer in staat, maar in BBC News Online stelt Mark Ward dat er nu echt wel machines zijn die als slim beschouwd kunnen worden. Opmerkelijk genoeg gaat het daarbij om spam-, games- en porno-technologieën.

“Op het eerste zicht dragen pornografische tekstjes, spam en video-games niet echt bij tot de verdere ontwikkeling van de mensheid,” stelt Mark Ward. “Maar die drie toepassingen kunnen misschien ook beschouwd worden als een van de slimste vormen van artificiële intelligentie.”

Ward verwijst naar de wiskundige Alan Turing, die de beruchte Turing Test ontwierp om een manier om de intelligentie van machines te beoordelen en waarbij de machine en het menselijk individu met elkaar communiceerden via getikte boodschappen. “Een machine werd als intelligent beschouwd wanneer de correspondent geloofde met een andere persoon te corresponderen,” aldus Ward. Turing, die leefde van 1912 tot 1954, voorspelde dat een machine tegen het jaar 2000 zou kunnen verslaan.

“Turing vergiste zich, maar slechts met enkele jaren,” aldus Ward. “Vandaag communiceren we met getikte boodschappen met vele machines en vele daarvan hebben ons voor de gek gehouden.” Spam is daarvan volgens hem een schitterend voorbeeld. “Het is misschien een irriterende toepassing die het nut van e-mail uitholt, maar tegelijkertijd slaagt het erin computers overtuigende menselijke boodschappen te creëren. Hoe menselijker de boodschap lijkt, hoe groter de kans dat ze door de spam-filters raakt.”

Ward stelt dat boodschappen van machines hun mechanische oorsprong verraden door het gebruik van woorden als X@nax, Val|i|um en _V|@GRa. “Maar af toe komt een boodschap aan die de ontvanger met een slimme of verleidende titel ertoe verleidt het bericht te openen,” aldus Ward. “Op dat ogenblik is de computer de mens te slim af.

Ook de zogenaamde ‘bots’ van vele computerspelletjes komen volgens Ward in aanmerking als intelligente machine. “In het spelletje Unreal Tournament 2004 beledigt en scheldt de bot er lustig op los, waarbij ze hun menselijke tegenspelers voor de gek houden,” merkt Ward op. “In een dergelijke omgeving kan een computer heel overtuigd zijn,” aldus Dave Koska van de Gamespy-website. “Koska ontwierp de bot Julia, die de gebruiker in de Time Traveller-toepassing moest helpen om zich een weg te vinden in de virtuele wereld,” merkt Ward op. “Eén gebruiker heeft nooit begrepen dat Julia alleen maar een programma was en hij probeerde dagenlang met haar een virtuele date te maken.”

De grootste kandidaat om in de Turing Test te slagen is volgens Ward echter het Natachata-programma dat met text messages vuile praatjes verkoopt. “Geregelde gebruikers van de pornografische SMS-chat zouden wel eens geshockeerd kunnen zijn wanneer ze beseffen dat ze die vuile praat uitwisselen met machines in plaats van met jonge mannen en vrouwen,” merkt hij op.

“Op de drukste momenten verwerkt Natachata vijftien berichten per seconde,” aldus Ward. “Een normale sessie duurt ongeveer zeven tot acht boodschappen en elke SMS kost meer dan 1 Engelse pond. Het programma doet heel wat inspanningen om zijn computer-identiteit te verbergen. Het werkt niet met een vast script, maar vergelijkt inkomende berichten met een database van 100.000 zinnen en zoekt daarbij uit waarover het ingezonden bericht gaat. Vervolgens vervaardigt het programma een antwoord op basis van de inhoud van de boodschap, giet het in text-slang en voegt er spellingsfouten aan toe, om het daarna terug te zenden. Het zorgt zelfs voor een vertraging van het antwoord, want indien dat te vlug zou komen, zouden de correspondenten kunnen raden dat ze met een computer te maken hebben.”

Natachata-ontwerpen Luttrell weet dat de meeste mensen niet realiseren dat ze met een computer corresponderen. “Ze zijn heel tevreden met het chatten,” aldus Luttrell. “Het programma onthoudt namen, leeftijden en andere gegevens van enkele boodschappen terug. Ik probeerde het programma zo natuurlijk mogelijk te laten overkomen.”

Ward stelt dat sommige gebruikers de persoonlijkheden die Natachata aanneemt op fouten proberen te betrappen. “Luttrell heeft er echter voldoende elementen ingebouwd om het de gebruiker moeilijker te maken Natachata slimmer af te zijn,” zegt hij. “Sommigen komen tot de vaststelling dat Natachata een computer is en komen nooit meer terug. Sommigen houden er echter van dat ze met een machine te maken hebben. Het gaat daarbij om ongeveer vijf procent, maar die gebruiken het programma zelfs meer frequent omdat ze weten dat het een computer is.”

Maar deze voorbeelden zouden volgens Ward eerder als een bewijs beschouwd kunnen worden van mensen die de Turing Test niet halen dan als een voorbeeld van machines die in de test slagen.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

E-mail is lang niet dood

Volgens vele specialisten zou spam de dood van de commerciële e-mail betekenen. Er werden dan ook alternatieven naar voor geschoven, maar in Mediapost stelt Mark Naples duidelijk dat e-mail nog lang niet dood is. Daarvoor verwijst hij naar Roy Disney, die met de hulp van onder meer een e-mail campagne kon beletten dat het bedrijf van zijn grootvader zou worden overgenomen.

Mark Naples merkt op dat Roy Disney – hoewel zelf geen grote aandeelhouder – er blijkbaar in geslaagd is om genoeg stemmen samen te brengen om de verkoop van het Disney-imperium tegen te houden. “Daarbij maakte hij gebruik van enkele heel bijzondere kanalen,” aldus Naples. “Hij gebruikte daarbij onder meer e-mail marketing.”

Naples stelt dat er voor een mediabedrijf een duidelijke band is tussen het exclusieve bezit van consumentengegevens en de waarde van het bedrijf. “Indien een bedrijf er niet in slaagt om zijn publiek aan zich te binden, maakt het geen zier uit dat er een boodschap gestuurd wordt naar 5.000 of 500.000 internauten,” merkt hij op. “Wanneer men anderen toelaat – spammers of een derde partij – zal de waarde van het bedrijf afnemen.”

Naples benadrukt dat Roy Disney bij zijn actie beroep deed op Penn Media, een bedrijf dat e-mail nieuwsbrieven beheert met in totaal ongeveer 62 miljoen abonnees. “Penn Media geeft honderden nieuwsbrieven uit over de meest uiteenlopende onderwerpen,” aldus Naples. “De waarde ervan is heel eenvoudig. De lijsten van Penn Media zijn proper en blijven proper.”

Naples merkte op dat Roy Disney een niet-traditioneel kanaal moest gebruiken om de investeerders te bereiken. “Samen met Jaffer Ali, directeur van Penn Media, werden een aantal eenvoudige boodschappen geformuleerd en als advertenties in een aantal e-mail nieuwsletters geplaatst waarvan Ali wist dat ze door Disney-aandeelhouders gelezen werden,” aldus Naples. “Twee dagen later had Roy meer dan duizend aandeelhouders aan zijn zijde om de overname van Disney door Comcast te beletten.”

“Met welk ander medium zou Roy Disney dat gerealiseerd kunnen hebben,” vraagt Naples zich af. “E-mail is het meest efficient wanneer het medium gebruikt wordt als een communicatiemiddel om relaties op te bouwen en onderhouden,” merkt Ali daarbij op. “Opt-In is daarbij van vitaal belang want dat is de component die de toelating geeft tot de relatie. In de fysieke wereld kunnen relaties zonder toelating niet onderhouden worden, maar dat geldt nog veel meer in de digitale wereld.”

Ali voegt er aan toe dat E-Zines de ontvanger iets aan te bieden hebben. “Dit aanbod vormt een ander onderdeel van de marketing-relaties,” stelt hij. “Indien men een resultaat wil bereiken, moet er eerst iets aangeboden worden om de relatie uit te bouwen. Hier gaan veel marketeers aan voorbij. Zij willen alleen maar nemen. Wanneer e-mail marketing goed uitgevoerd wordt, kan ze zorgen voor een symmetrie tussen aanbieder en ontvanger.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Kranten aarzelend met journalistenblogs

In de Verenigde Staten houden een groot aantal journalisten er persoonlijke weblogs op na. De reacties van hun kranten daarop zijn volgens Steve Outing in Editor & Publisher heel uiteenlopend. Sommige hoofdredacties zijn er vierkant tegen, anderen laten hun journalisten in princiepe vrij, op voorwaarde dat ze niet ingaan tegen de belangen van het medium.

Bij een rondvraag bleek Steve Outing twee soorten journalisten-bloggers te kunnen onderscheiden. “Een eerste groep gaat heel voorzichtig tewerk, waarbij ze nooit te controversieel worden en zelden persoonlijke opinies naar buiten brengen,” merkt hij op. “Hun hoofdredacties zijn van het bloggen op de hoogte en ondersteunen hen, zoalng ze niets doen dat de nieuwsorganisatie in een slecht daglicht plaatsen.” Daarnaast bleek er echter ook een groep te zijn die zich door hun bazen gedwarsboomd voelen omdat ze niet kunnen schrijven wat ze willen. “Ze kijken naar de bredere bloggers-wereld en zijn gefrustreerd omdat zij niet de vrijheid van de andere bloggers genieten,” stelt Outing.

Voor hoofdredacties zijn persoonlijke weblogs van journalisten volgens Outing echte landmijnen. “Dat komt door de aard van het internet,” merkt hij op. “Een journalist zou in een familieblog misschien wel eens kunnen verwijzen naar moeilijkheden op het werk of ontevredenheid over één van zijn chefs. Dat bericht is misschien bedoeld voor een kleine groep, maar is tegelijkertijd toegankelijk voor de hele internet-wereld.”

Dat is volgens Outing één van de redenen waarom een krant als The New York Times heel strikt toekijkt op de persoonlijke weblogs van zijn journalisten. “Hoofdredacteur Len Apcar stelt dat weblogs een schitterend medium zijn en dat de krant zelf een aantal blogs heeft, maar redacteurs wordt ten stelligste afgeraden een persoonlijke blog te onderhouden,” aldus Outing. “Er is dan ook een expleciete toelating nodig om aan een blog te mogen beginnen, want een blog kan volgens de krant de objectiviteit en geloofwaardigheid van de journalist in vraag doen stellen.”

Ook hoofdredacteur Ken Sands van The Spokesman-Review in Spokane (Washington) wil dat zijn journalisten hem vooraf op de hoogte brengen van hun blog-plannen. “Ik wil dat vooraf weten en ook wil ik weten of het bloggen voor een belangenconflict of problemen rond geloofwaardigheid zou kunnen zorgen,” vertelde Sands aan Outing. “Maar in princiepe worden private weblogs van redactieleden niet verboden.” De journalisten-bloggers blijken er zich meestal echter heel goed van bewust dat ze met hun weblog heel voorzichtig tewerk moeten gaan.

Bij MSNBC.com stelt hoofdredacteur Dean Wright dat van een politiek journalist geen opiniërende persoonlijke weblog zou toegelaten worden. “Indien hij echter wil schrijven over Franse sonnetten of de geschiedenis van de Amerikaanse Burgeroorlog is er geen enkel probleem,” merkte hij op. Kinsey Wilson, hoofdredacteur van USAToday.com, stelde dat de weblogs van de journalisten niet echt gevolgd worden, maar dat hij hen genoeg vertrouwt om te weten dat ze de belangen van het nieuwsbedrijf niet zullen schaden.

Een aantal journalisten kiest er echter voor om zonder medeweten van hun hoofdredacties te bloggen. “Waarschijnlijk heeft elke redactie wel enkele bloggers waar de anderen niets van afweten,” aldus Outing. “Op die manier willen ze de controle van de redactie ontwijken. Eén van de ondervraagde journalisten klaagde over de beperkingen die aan redacteurs worden opgelegd bij het uitdrukken van hun opinies. Er zijn veel dingen die een journalist weet, maar die hij niet naar buiten kan brengen. De journalist in kwestie stelde dat weblogs daarbij een uitweg kunnen bieden. Hij stelt dat veel kranten, onder het mom van objectiviteit, gewoon flauw zijn. Hij hoopt dat de stem van de bloggers de kranten zal verlevendigen en de journalisten menselijker maken.”

Outing besluit dat veel mediabedrijven geen echte politiek hebben over persoonlijke weblogs. “Maar indien een journalist met een weblog begint, kan hij zich misschien baseren op de ethische code van het Poynter Institute for Media Studies,” aldus Outing. “Daarbij wordt gesteld dat de redacteur ook bij het bloggen zijn rol binnen het mediabedrijven in het oog moet houden. Vooral moet er opgelet worden dat het bloggen hun verantwoordelijkheden tegenover het bedrijf niet in het gevaar brengen. Dergelijke conflicten tasten immers hun waarde aan voor het publiek, de publicatie van het bedrijf en dus ook voor het bedrijf zelf aan.” Dit is volgens Outing een werkbare regel, waardoor het bloggen niet strikt wordt verboden, maar waarbij er duidelijk genoeg steld wordt dat het bloggen een negatieve impact zou kunnen hebben op de nieuwsorganisatie.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Bedrijfsleiders hebben cultuur nodig

Bedrijfsleiders houden zich bezig met het besturen van hun onderneming, het werken aan innovaties en het nemen van beslissingen. Maar ze zouden meer aandacht moeten hebben voor kunst en cultuur. Dat is alvast het centrale thema van het boek ‘L’Intelligence Sensible’ van de Franse filosofe Christine Cayol, tevens drijvende kracht achter het incentive-bureau Synthésis.

Kunst en cultuur kunnen volgens haar bedrijfsleiders inspireren tot het nemen van belangrijke beslissingen. “De economische wereld wordt gedomineerd door een Cartesiaanse instelling,” merkte Cayol op tegen Journal du Net. “Daarin staan techniek en wetenschap centraal en de bedrijfleiders laten daarbij hun emotionele mogelijkheden ongebruikt. Dat zorgt voor een steeds grotere handicap bij de leidende kaders, waarbij sociale en ethische waarden ontbreken.”

Dat heeft volgens Cayol nefaste gevolgen. “Bedrijfsleiders gaan ongemakkelijk om met wanorde, onzekerheid, creativiteit, informatie en sociale contacten,” meent ze. “Dat heeft zijn weerslag op de algemene bedrijfsstrategie, vooral op het gebied van crisisbeheersing en innovatie-politiek.”

Om dat emotioneel potentieel opnieuw aan te boren, wil Synthésis met de bedrijfsleiders de wereld van de kunst en cultuur exploreren. “Individueel of in groep worden die industriëlen uitgenodigd op een geleid bezoek aan de schilderkunst, de bioskoop of het theater,” aldus Journal du Net. “Dat zijn niet louter ontspanningsmomenten, want ze krijgen daarbij een opdracht mee, zoals het verwoorden van hun reacties bij het zien van bijvoorbeeld een schilderij van Picasso of het naar voor brengen van een tekst op een theaterpodium.”

Cayol stelt dat de praktijk bewezen heeft dat deze manier van werken duidelijk zijn vruchten oplevert. “Vooral de sociale contacten en het beheersen van moeilijke periodes blijken veel vloter te gaan,” vertelde ze. “Bovendien hebben vele bedrijfsleiders die met ons hebben gewerkt een narrenfiguur binnen hun organisatie gebracht om de creativiteit en het nemen van risico’s aan te moedigen.”

Een gelijkaardige stelling wordt trouwens naar voor gebracht in ‘La Soif d’Emotion’ van het Institut Foreseen. Ook daarin wordt gesteld dat het stimuleren van emoties voor een balans zorgen met het rationalisme dat onze economisch gedreven maatschappij domineert. In het rapport wordt opgemerkt dat emotie daarbij een bevrijdende kracht is, maar bovendien ook een uitstekend verkoopsargument kan zijn.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com


Tradities zorgen voor oogkleppen

Traditie is één van de belangrijkste oogkleppen die de evolutie van een bedrijf kunnen tegenhouden. Dat stelt Don Crowther in de Newsletter van 101PublicRelations.com. Bedrijven moeten zichzelf steeds afvragen of vertrouwde werkmethodes en producten nog niets van hun frisheid verloren hebben.

“Vele bedrijven doen iets omdat ze dat nu eenmaal al een hele tijd doen,” aldus Crowther. “Maar dat kan de onderneming – direct of indirect – heel veel geld kosten. Een eenvoudige verandering kan op het gebied van kosten soms een groot verschil maken en kan bovendien het bedrijf ook beter richten naae de noden van de klanten.”

Een bedrijf zou volgens Crowther minstens één keer per jaar elke werkmethode, elk systeem, elke gewoonte, elk product, elke service en elk communicatiemiddel met de klant nauwlettend onder de loep moeten nemen en zich afvragen of het behulpzaam is bij het tegemoetkomen en beantwoorden van de noden van de consument. “Wanneer het antwoord daarop negatief is, wanneer er geen toegevoegde waarde is voor de consument en wanneer hij zich geen zorgen zou maken indien dat er niet meer is, dan moet men er gewoon van af stappen,” aldus Crowther.

Daarnaast meent Crowther dat het bedrijf tenminste ook één keer per jaar een consulent zou moeten aanstellen om de onderneming door te lichten. “Die consulent moet van buiten het bedrijf komen en mag niet ingebed zitten in de normen en praktijken van de sector,” benadrukt hij. “Zijn opmerkingen zullen misschien pijnlijk en vervelend zijn, maar indien men aandachtig luistert, zal men talrijke dingen te weten komen waar men voordien geen flauw benul van had. Maar een dergelijk consulent mag men ook niet langer dan twee jaar na mekaar aanstellen.”

Daarnaast is Crowther van oordeel dat ook nieuwe werknemers kunnen ingeschakeld worden om de oogkleppen van een bedrijf te ontdekken. “Men moet hen vragen alles te noteren wat ze vreemd, frustrerend, destructief of weinig waardevol vinden,” merkt hij op. “Werknemers kunnen bovendien met premies gestimuleerd worden om op zoek te gaan naar oogkleppen. Ook een soort praatgroep buiten de activiteitensector van het bedrijf kan veel helpen, terwijl het eveneens nuttig kan zijn om te kijken hoe andere bedrijven, ook buiten de eigen sector, met dergelijke items omgaan. Wie op zoek gaat naar best practices in de meest uiteenlopende sectoren, kan nieuwe technieken ontdekken die de omzet van een bedrijf binnen de twaalf maanden kan verdubbelen.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Online porno tijdens het werk

Ongeveer één vierde van de Amerikaanse werknemers gebruikt een computer van zijn bedrijf om pornografische en romantische websites en chatrooms te bezoeken. Dat blijkt uit het onderzoek ‘America At Work’ van de Employment Law Alliance (ELA). Bovendien geeft 43 procent van de ondervraagden toe dat het internetgebruik ten koste gaat van hun productiviteit .

Tegen SearchEngine Journal merkte ELA-directeur Stephen Hirschfeld op dat deze resultaten bijzonder belangrijk zijn, want het toont volgens hem voor de eerste keer aan dat werknemers het web niet alleen gebruiken voor persoonlijke zaken, maar ook voor romantiek. “Bij elk bedrijf zal het internet al wel eens gebruikt zijn voor een aantal onschuldige activiteiten, zoals het online shoppen,” aldus Hirschfeld. “Maar nu hebben we een fascinerend inzicht over de meer seksuele doelstellingen van de werknemers.”

Werknemers blijken ook graag te bloggen. “Slechts vier procent van de bloggers doet dit alleen op en voor het werk,” aldus SearchEngine Journal. “Maar 53 procent geeft toe op het werk te bloggen.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Friday, February 20, 2004

Universiteiten geloven in weblogs

In de Verenigde Staten integreren de universiteiten steeds meer weblogs op hun campussen en in hun cursussen. Dat schrijft Adam Lewis in Diamondback Online. Niet alleen gebruiken docenten ze om hun cursussen te begeleiden, er ontstaan ook spin-offs uit.

Lewis stelt dat sommigen weblogs nog altijd enkel maar zien als een online dagboek. “Leden van de universiteitsgemeenschappen hebben daar echter een heel andere visie over,” merkt hij op. “De technologie wordt gebruikt voor educatieve doeleinden en zakelijke initiatieven.

Matthew Kirschenbaum, assistant Engels, geeft toe dat het bloggen een evolutie is van de persoonlijke homepagina’s uit het midden van de jaren negentig. “Het fenomeen is de voorbije jaren echter tot de mainstream cultuur doorgedrongen,” merkt hij op. “Vooral dankzij diensten als Blogger, LiveJournal, DeadJournal en Xanga kunnen internetgebruikers van gratis software gebruik maken om hun online dagboeken te creëren.” Kirschenbaum merkt op dat figuren als Howard Dean en Salam Pax duidelijk niet de eerste bloggers waren, maar dat ze er wel voor gezorgd hebben dat velen voor de allereerste keer van een weblog hoorden spreken.

Sommige studenten hebben volgens Lewis van hun weblogs meer gemaakt dan een hobby en hebben er een economische activiteit van gemaakt. “Zo is MindSay – een blogservice met meer dan 14.000 klanten – opgestart door de studenten Adam Ostrow en Brian Klug,” merkt hij op. “We werkten aan een andere website en dachten eraan om daar weblogs aan toe te voegen,” aldus Ostrow. “We begonnen over bloggen te praten en we kwamen tot de vaststelling dat dit misschien wel eens een heel nieuw interessant gebied kon zijn.”

Lewis merkt op dat MindSay zich van de andere blogging-technologie onderscheidt door een bijkomende service, waardoor teksten geplaatst kunnen worden en blogs gelezen worden via Instant Messenger. Opvallend is dat Ostrow stelt dat MindSay vooral gegroeid is door mond-aan-mond reclame van de bloggers. In het geval van MindSay zijn dat meestal tieners en studenten. “Ons doelpubliek is heel verschillend dan dat van de media-bloggers,” aldus Ostrow. Studenten gebruiken de technologie om vrienden elders in het land of de wereld op de hoogte te houden van hun dagelijks leven, maar delen daarbij volgens Ostrow ook hun gedachten en opinies met vreemden.

Kirschenbaum zelf ging een jaar geleden van start, maar gebruikt weblogs inmiddels voor zijn cursussen. “Na drie weken had ik van studenten al 125 reacties ontvangen,” merkt hij op. “Op een e-maillijst is er veel minder discussie dan op een weblog.” Daarnaast heeft Kirschenbaum ook nog een persoonlijke weblog, waar hij zich vooral op zijn onderzoek en de inhoud van zijn lessen richt. “Het geeft de studenten een heel andere visie op wat ik doe,” benadrukte hij. “Het gaat niet zozeer om wat ik schrijf, maar om wat de studenten antwoorden.”

Ostrow gelooft niet dat het bloggen een voorbijgaande trend is. “Ik ben er zeker van dat het zal blijven,” merkte hij op. “Mensen kunnen er op een prachtige manier met elkaar communiceren en een dergelijke toepassing zal niet vlug verdwijnen. Volgens Lewis gelooft ook de universitaire wereld duidelijk in de communicatieve kracht van de blogs. “Daarom is de technologie ook al uitgeprobeerd voor educatieve doeleinden,” merkt hij op.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Voorzichtige groei voor ICT-markt?

De markt van de IT- en telecommunicatiesectoren zou er dit jaar gevoelig op vooruitgaan. Dat zijn alvast de vooruitzichten van het European Information Technology Observatory (EITO). De Europese informatie technologie zou in 2004 een vooruitgang kennen van 2,4 procent en een omzet halen van 294 miljard euro. De Europese telecommunicatie zou er zelfs met 3,8 procent op vooruitgaan tot 317 miljard euro.

In The Register merkt John Leyden op dat de IT-markt het voorbije jaar nog een inkrimping kende van 1,2 procent. “Vooral de breedband-verbindingen tonen een sterke groei,” aldus Leyden. “Volgens de studie van het EITO zullen er in 2007 in Europa niet minder dan 62 miljoen breedband-verbindingen gelegd zijn, een verdriedubbeling tegenover het huidige niveau. E-government en e-business spelen volgens de studie daarin een belangrijke rol.”

Leyden merkt echter op dat de studie op een aantal gevoelige factoren wijst die de heropleving heel fragiel maken. “Vooral het aarzelende economische herstel, de strenge budgetbeperkingen en het tekort aan gespecialiseerde werkkrachten zouden volgens het EITO een probleem kunnen vormen,” werpt hij op. “EITO-voorzitter Bruno Lamborghini is van oordeel dat noch de zakenwereld, noch de overheid alle mogelijkheden van de Europese ICT-sector aangrijpt, al is die de drijfkracht achter de productiviteitsgroei, zowel op micro- als macro-economisch niveau.”

Volgens het rapport kent Spanje van alle Europese landen in beide sectoren de sterkste groei, terwijl Frankrijk en Duitsland onder het gemiddelde presteren. Op wereldvlak zijn echter Oost-Azië (met vooral China) en Centraal- en Oost-Europa de regio’s met de grootste groei. “Zo voorspelt het EITO dat de ICT-markt in Centraal- en Oost-Europa dit jaar met 8,1 procent zal groeien tot een pakket van 42 miljard euro,” aldus Leyden. Lamborghini merkt dan ook op dat Europa er moet voor zorgen geen voeling te verliezen met het begin van deze nieuwe ICT-cyclus die door de opkomende digitale wereld wordt gedragen. Anders zal die evolutie geleid worden door Noord-Amerika en steeds meer door China en Oost-Azië.

Wereldwijd zou de ICT-industrie in 2004 een omzet van 2,160 miljard euro halen, wat een stijging van 4,3 procent tegenover het voorbije jaar zou betekenen. De Europese markt vertegenwoordigt 30 procent van de totale ICT-uitgaven, terwijl de Verenigde Staten een aandeel heeft van 32 procent. Japan vertegenwoordigt 12 procent van de markt.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Iraanse bloggerswereld bedreigd?

Vrijheid van meningsuiting is in Iran nog altijd zwaar problematisch. Het internet en de blog-technologie heeft daar weliswaar behoorlijk wat verandering in gebracht, maar met de verkiezingen voor de deur vrezen Iraanse bloggers dat de conservatieven die democratiserende werking van het internet zullen willen uithollen.

Tegen Brian Murphy, journalist van Associated Press, vertelde de Iraanse blogster Lady Sun dat de weblogs een toevluchtsoord geworden zijn voor een grote groep hoger opgeleide en jonge Iraniërs. “Maar wanneer de conservatieven opnieuw aan de macht komen, zal het blog-tijdperk in Iran afgelopen zijn,” aldus de blogster van pinkfloydish.com. Murphy stelt echter dat de Iraanse overheid, die sinds het einde van de jaren negentig tientallen hervormingsgezinde publicaties heeft opgedoekt, er nooit in geslaagd is om het internet het zwijgen op te leggen.

Murphy merkt op dat de meeste Iraanse weblogs in het Farsi worden onderhouden, dankzij een Iraanse emigrant die vanuit Canada in die taal een weblog-handleiding heeft opgesteld. “De anonimiteit van e-mail en het gebruik van pseudoniemen neemt alle terughoudendheid weg,” schrijft Murphy. “Zo wordt er in de bloggers-wereld schamper opgemerkt dat het bijzonder boeiend is om in het jaar 2004 te moeten praten met mensen uit de achttiende eeuw.”

Maar zelfs de Iraanse vice-president Mohammad Ali Abtahi, blijkt een blog te hebben, hoewel die volgens Murphy de regering weinig in de weg legt. “Maar de gewone Iraniër leest zijn gedachten en geeft hem feedback, rechtstreeks via e-mail,” aldus Blogger-vertaler Hossein Derakhshan. “Dit is voor een Iraans politicus heel zeldzaam.”

De Iraanse bloggers hebben volgens Murphu de censuur kunnen ontwijken door hun sites langs verschillende servers te bedienen en buitenlandse blogs te gebruiken als portals voor Iraanse collega’s. Maar heel belangrijk is dat de Iraanse overheid niet alle servers onder overheidscontrole heeft gebracht. Vorig jaar werd er al wel een verbod op private internet providers aangekondigd, maar dat is er voorlopig nog niet van gekomen. “Sommigen denken dat de overheid vreesde dat men op teveel tegenkanting van de bevolking zou stuiten,” aldus Murphy. “Maar met het nieuwe parlement zou dat allemaal kunnen veranderen.”

Het internet is volgens Murphy één van de grootste paradoxen van Iran. “De regering maakte jacht op satelliet-antennes en westerse video’s,” stelt hij. “Maar in de jaren negentig lieten ze het internet zonder enige ernstige controle groeien. Dat leidde tot duizenden internet-café’s, goedkope computers uit Oost-Azië en een stroom ondernemers die allemaal internet-toegangen aanboden.” Murphy stelt dan ook dat Iraniërs online niet alleen bloggen, maar ook veel gebruik maken van chatrooms, muziek downloaden, poëzie lezen, Farsi nieuwssites bezoeken en op zoek naar naar erotiek.

Pedram Moallemian, die vanuit San Diego de Engelstalige eyeranian.net stuurt, bereikt eveneens vele Iraniërs met zijn opmerkingen over de Iraanse verkiezingen en Amerikaans nieuws. “Bloggen is in Iran een opmerkelijk fenomeen,” merkt hij op. “Het toont aan dat Iraniërs willen duidelijk maken dat ze ook een deel van de wereld vormen.

Weblogs:
Lady Sun: http://www.ladysun.net
Pedram Moallemian: http://www.eyeranian.net
Hossein Derakhshan: http://www.hoder.com/weblog/

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Economische kater na Olympische Winterspelen?

Salt Lake City heeft aan de Olympische Winterspelen van 2002 een behoorlijk financiële kater overgehouden. In The Salt Lake Tribune schrijft Mike Gorrell dat dat het sportevenement de toeristische industrie moest stimuleren en de plaatselijke congreskalender moest vullen, maar daar is volgens hem tot nu toe nog maar weinig van in huis gekomen. Maar ondanks het gebrek aan direct meetbare resultaten heeft men in Utah blijkbaar toch een goed gevoel overgehouden aan het gebeuren.

Maar de economische sector van de staat Utah blijkt toch een positief gevoel te hebben overgehouden aan het Olympisch evenement. “Het heeft heel wat betekend voor de trots van de Utah-bevolking,” vertelde Jim Wood, directeur van het Bureau of Economic & Business Research aan de Universiteit van Utah. “Dit maken we in een hele eeuw niet meer mee. Het zorgt niet voor een economische impact, maar bouwt wel een community op. Het kan weliswaar niet gekwantificeerd worden, maar het is wel een schitterende zaak.”

Wood voegde er aan toe dat de Olympische Winterspelen weliswaar een gigantisch evenement waren, maar toch slechts een fractie hebben betekend van het economisch budget van de Amerikaanse staat. Het is volgens Gorrell dan ook onmogelijk om definitieve conclusies te trekken. “Zo stelt Kip Pitou, directeur van Ski Utah, dat de Olympische spelen de dertien Utah-skigebieden op de kaart heeft gezet,” merkt hij op. “Iedereen heeft erkend dat wij een aanbod van wereldklasse hebben.”

Nochtans stelt Gorrell dat Colorado het jaar na de Olympische Spelen op skigebied veel beter scoorde dan buurstaat Utah. “Dit jaar lijkt het andersom te zijn,” merkt hij op. “Maar vorig jaar had Colorado goede sneeuw, terwijl die dit jaar in Utah ligt.”

Kristen Rust, woordvoerster van Colorado Ski Country USA, stelde dan weer dat Colorado niet geleden heeft onder de aandacht voor Utah. “Voor internationale skiërs zijn Colorado en Utah beiden de Rocky Mountains en ze maken geen verschil,” merkte ze op. “Wat goed was voor Utah, was ook goed voor Colorado. De indrukken over de sneeuwkwaliteit zijn het belangrijkste.”

Ook de reisindustrie ziet geen wezenlijk verschil. Daar stelt men dat veel te maken heeft met de prijzen van de vliegtuigtickets. “Die liggen vandaag bijzonder hoog, zodat de skivakanties achterwege gelaten worden,” aldus Kathryn Smith van Carlson Wagonlit in Texas.

Kip Pitou geeft echter toe dat Utah het toerisme niet voldoende heeft ondersteund. “Zij rusten op hun lauweren en vinden dat ze een prima job hebben afgeleverd,” stelde hij. “De staat moet echter voor opvolging zorgen en verder gaan met te investeren.

Earl Holding was met een geschat bedrag van ruim 400 miljoen dollar één van de grote investeerders in de Olympische Winterspelen. “Die leverden min of meer op wat we verwacht hadden, namelijk een heel bescheiden financiële return,” aldus een woordvoerder van de investeerder. “Maar op lange termijn is het veel belangrijker dat potentiële bezoekers de nationale en internationale verslaggeving over de Olympische Spelen hebben gevolgd en daar ook wel eens willen gaan skiën. Wij realiseren nu het beste jaar uit onze geschiedenis.”

Ook het hotelwezen is van mening dat de Olympische koorts grotendeels is verdwenen. “Maar men is ervan overtuigd dat wie een dergelijk evement kan organiseren, ook een congres aankan,” aldus nog de Holding-woordvoerder. “De grotere hotelaccommodaties trekken dan ook grote bedrijven en organisaties aan” Bovendien wordt er gezegd dat de Olympische Spelen ook een belangrijk visitekaartje zijn, want het blijkt allerlei duren te openen.

De meeste zakenmensen uit Salt Lake City blijken alvast een positief gevoel te hebben over het evenement. “Niemand weet hoe het zou geworden zijn zonder de Olympische Spelen,” merken ze op. “Maar we weten dat we zoiets nog willen meemaken, zelfs al leverde het ons niet onmiddelijk veel op.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com
Farma blijft spam-peloton leiden

Farmaceutische producten zoals viagra en dieetmiddelen blijven met voorsprong de lijst van het Spam-peloton aanvoeren. Dat blijkt uit een onderzoek van filterspecialist Clearswift. In de Spam Index van januari blijkt immers dat 42,6 procent van ongewenste mail uit reclame voor dergelijke middeltjes bestaat.

Lucy Sherriff merkt in The Register op dat porno in de spam-berichten een opmerkelijke top hebben bereikt. Toch blijft met seks gerelateerde spam met 22 procent van het volume ver achterop tegenover de farmaceutische producten. “Die enorme exploitatie van het internet door bedenkelijke farmaceutische producten is voor de legitieme farmaceutische industrie een groot probleem,” aldus Sherriff. “Maar ook voor de mensen die beetgenomen worden en vervalste of minderwaardige producten kopen,” voegt Alyn Hockey, research-directeur bij Clearswift er aan toe.

De groei van de farmaceutische spam bewijst volgens de onderzoekers echter wel dat er op de e-mails inderdaad geantwoord wordt. “E-mail is zo goedkoop dat zelfs een lage click-trough nog altijd voor voldoende inkomsten zorgen,” aldus ook een onderzoek van Andrew Leung. “Bovendien is het internet een populaire plek om drugs te kopen. Vooral de anonimiteit en het gebrek aan wetgeving zorgen dat e-mail voor dit soort transacties een aantrekkelijk medium is.”

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

Monday, February 16, 2004

Nieuwe records voor online reclame

Tijdens het vierde kwartaal van vorig jaar hebben de online reclame-inkomsten een niveau bereikt van 2,2 miljard dollar. Dat blijkt uit een studie van PricewaterhouseCoopers (PwC), dat daarbij benadrukt dat daarmee een recordstijging van 38 procent ten opzichte van het vorig jaar is gerealiseerd. Het is immers de sterkste groei sinds PwC in 1996 de evolutie van de online reclame-inkomsten begon te volgen.

Volgens het rapport werden de inkomsten over een heel jaar geschat op 7,2 miljard dollar, wat een stijging met twintig procent betekent ten opzichte van 2002. Het vorige record stond op naam van het vierde kwartaal van het jaar 2000. De nieuwe cijfers betekenen bovendien dat het vijfde kwartaal op rij er vooruitgang geboekt wordt.

Het definitieve rapport wordt in april uitgebracht, maar nu al stelde Tom Hyland, directeur van de New Media Group van PwC, dat het online medium op verschillende manieren zijn vitaliteit toont.

Reacties: Gazettenpraat@yahoo.com

This page is powered by Blogger. Isn't yours?