<$BlogRSDUrl$>

Wednesday, December 31, 2003

Proces-verbaal voor naakt op het internet

Naakt. Op het internet is het quasi onmogelijk om er naast te kijken, maar toch werd een 21-jarige vrouw uit de Amerikaanse staat Nebraska door de politie geverbaliseerd omdat ze blootfoto’s van zichzelf op het internet had geplaatst. Reden? De foto’s waren genomen in een café en dat werd door de locale sheriff beschouwd als openbare zedenschennis.

De 21-jarige webdesigner Melissa J. Harrington uit het stadje Lincoln zegt van zichzelf dat ze graag naakt in het openbaar rondloopt, zeker wanneer er veel volk is om te kijken. Maar de plaatselijke politie blijkt daar niet zo mee opgezet te zijn. Toen ze enkele naaktfoto’s van zichzelf op het internet plaatste, kon sheriff Tom Casady duidelijk opmaken dat de opnames gebeurd waren in een plaatselijk café.

Dat was meteen voldoende om de jonge vrouw een proces-verbaal aan te smeren. Eind januari moet ze voor de rechter verschijnen, waarbij ze een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 500 dollar riskeert. Maar ze vertelde niet van plan te zijn haar hobby op te geven. De eigenaar van de bar vertelde geschokt te zijn door het gedrag van Harrington en haar geen toelating gegeven te hebben om in zijn etablissement dergelijke foto’s te nemen. Naar eigen zeggen was hij het die de politie op de hoogte had gebracht van de naaktfoto’s. Toch wil Casady voor alle zekerheid een brief sturen naar de Liquor Control Commission van Nebraska om hen te vragen na te kijken of het café niets verkeerd heeft gedaan.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Banners hebben niet afgedaan

Banners, de allereerste vorm van online reclame, werden lange tijd beschouwd als achterhaald, maar diverse onderzoeken wijzen uit dat ze integendeel nog een schitterende toekomst hebben. Vooral breedband en nieuwe creatieve mogelijkheden openen voor het medium nieuwe mogelijkheden.

Jupiter Research stelde in juli van dit jaar nog dat in 2003 de verkoop van banners met zes procent zou afnemen en nog een bedrag van iets meer dan drie miljard dollar zouden vertegenwoordigen. Het hele pakket online reclame zou volgens hetzelfde onderzoek een bedrag van ongeveer 6,3 miljard dollar vertegenwoordigen, wat betekent dat banners nog altijd ongeveer de helft van de internetreclame zou uitmaken.

Uit een onderzoek van PricewaterhouseCoopers en het Interactive Advertising Bureau is gebleken dat banners tijdens het tweede kwartaal van 2003 nog 22 procent van de totale internetreclame uitmaakten, tegenover 32 procent tijdens dezelfde periode van het jaar voordien. Ondanks die daling zijn banners nog altijd het tweede grootste online reclamemedium, na de zoekopdrachten (29 procent). Annonces vormden met 17 procent een derde belangrijk pakket.

Volgens David Berkowitz van eMarketer zal het aandeel van de zoekopdrachten nog aangroeien, maar hij voegde er aan toe dat banners zeker niet zullen verdwijnen. David Card, research director van Jupiter, stelde dat de bannerverkoop in 2004 wel eens met vijftien procent zou kunnen oplopen en zelfs met twintig procent in 2005 en 2006, onder meer dankzij breedband. Ook Michael Zimbalist, directeur van de Online Publishers Association, ziet de banner-toekomst positief in. “Nieuwe, grotere formaten zullen de banner-reclame meer mogelijkheden geven,” merkte hij op. “Bovendien zullen rich media zorgen voor een groter creatief palet. Met het oude formaat kon er niet veel aangevangen worden.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Tuesday, December 30, 2003

Nieuwjaarsdineetje: liefst met Angelina Jolie

Bij een romantisch dineetje op oudejaarsavond zou de Amerikaanse man liefst filmactrice Angelina Jolie bij zich hebben. Dat blijkt uit een onderzoek van het videobedrijf Blockbuster. De Amerikaanse vrouw geeft de voorkeur aan Ashton Kutcher, de ster uit ‘Dude, Where’s My Car’ en het jongste vriendje van Demi Moore.

Maar liefst 35 procent van de Amerikaanse mannen kozen Angelina Jolie, de ster van Lara Croft, als date voor een etentje bij kaarslicht op oudejaarsavond. De 28-jarige Jolie ging Catherine Zeta-Jones vooraf. Bij de mannen kreeg de 25-jarige Ashton Kutcher 31 procent van de vrouwen achter zicht. Kutcher toonde zich daarmee populairder dan Johnny Depp.

Jolie zelf heeft net een bezoek aan Egypte achter de rug, waar ze als goodwill-ambassadrice voor de Verenigde Naties een bezoek bracht aan een Soedanees vluchtelingenkamp aan de rand van Kairo, waar ze winterkledij, dekens en speelgoed uitdeelde. Om kandidaat-tafelgenoten een beetje jaloers te maken: Jolie was in het gezelschap van de Egyptische acteur Adel Imam, eveneens UNO-goodwill-ambassadeur. Jolie zelf is al sinds 2001 goodwill-ambassadrice en won in 1999 een oscar als beste bijrol voor haar optreden in de film ‘Girl, Interrupted’. Onlangs kwam er van haar de film ‘Beyond Borders’ uit.

De succesvolle actrice schonk er eveneens 20.000 dollar om in het kamp, waar tienduizenden vluchtelingen uit Soedan verzameld zijn, een gezondheidscentrum op te richten. Volgens officiële bronnen komen er in Kairo wekelijks tweehonderd Soedanezen aan, op de vlucht voor de oorlog in eigen land.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Website ontwikkelaars hebben eigen federatie

De Belgische webontwikkelaars hebben eerder deze maand een eigen belangenvereniging opgericht. De Federatie van Webontwikkelaars (Feweb) heeft als ambitie de sector van de web development te omkaderen met een kwaliteitslabel. Ook wil men een betere toegang verschaffen tot de opleidingen en uiteraard de belangen van de sector verdedigen. De federatie, die intussen al meer dan 160 leden telt, is voorlopig slechts in het noorden van het land actief.

In april 2003 werd een enquête verstuurd naar meer dan 1300 bedrijven die internetdiensten aanbieden met de vraag of een belangenvereniging nuttig zou zijn. Uit de meer dan 200 reacties bleek dat er voldoende interesse was om hier verder over na te denken. Na een drietal overlegvergaderingen - waaraan een 25-tal bedrijven deelnamen - werd duidelijk dat zowel de activiteiten als de aandachtspunten van de webontwikkelaars heel divers zijn.

Om die reden werd beslist om een vereniging op te richten die zich in eerste instantie wil bezighouden met het vergroten van het draagvlak, vooraleer concrete actiepunten uit te werken rond het opstellen van richtlijnen inzake een kwaliteitslabel, de belangenbehartiging, het organiseren van opleidingen en studiedagen of het voorzien van individuele dienstverlening.

Het Charter 2004, zoals het duidelijk afgelijnde actieplan 2003-2004 genoemd werd, voorziet dat FeWeb op de eerste plaats de sector en vooral de behoeften op het vlak van de organisatie van een beroeps- of belangenvereniging beter in kaart zal brengen. Tegelijk wil FeWeb een breed klankbord realiseren dankzij bekendmakingsacties gericht naar de sector en alle betrokken actoren, zoals overheid en verenigingen. In dat kader zal er trouwens een adviserende Raad van Wijzen samengesteld worden bestaande uit experten die over een specifieke kennis of ervaring beschikken in die domeinen die FeWeb aanbelangt. Alle webontwikkelaars krijgen de kans om via het lidmaatschap het Charter 2004 te onderschrijven, en zo mee te helpen aan de uitbouw van FeWeb als een professionele en representatieve vereniging.

Het secretariaat van FeWeb is gevestigd aan de Visserij 201 in 9000 Gent (tel. 09/324.77.71, fax 09/233.51.19, e-mail info@feweb.be - website www.feweb.be). Contactpersoon is Marc Mestdagh.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Internet belangrijker dan televisie

Het mediagebruik van jonge volwassenen draait steeds meer rond het internet. Dat blijkt uit de Cyberscan-studie van FastBridge. Veertig procent van de 18- tot 24-jarigen besteedt immers per dag meer tijd aan het internet dan aan de televisie. In diezelfde categorie heeft 82 procent trouwens een internetaansluiting.

Van deze jonge volwassenen surft 31 procent dagelijks op het internet. Tachtig procent heeft trouwens een e-mail adres, terwijl zestig procent instant messaging gebruikt en 93 procent minstens één sms-bericht per maand. Opmerkelijk is dat 42 procent minstens twintig sms-berichten per maand verstuurd, terwijl 52 procent het chatten een favoriete activiteit op het internet noemt.

Naast de communicatiebehoefte blijft volgens Cyberscan ook het vervullen van de informatie- en ontspanningsbehoefte centraal staan. Uit de studie blijkt zo dat het opzoeken van informatie met 69 procent de meest genoemde favoriete activiteit is, gevolgd door het downloaden van muziek (52 procent), het downloaden van bestanden en programma’s (47 procent) en online spelletjes (43 procent).

FastBridge stelt dat deze gegevens aantonen dat er nooit eerder een generatie zo betrokken was in het gebruik van elektronische communicatiekanalen, want 98 procent van de jonge volwassenen blijken immers één of meerdere van de communicatiekanalen van het internet te bezigen. Het internet is volgens Fastbridge trouwens ook niet een bezigheid van eenzaten. Meer dan de helft surft immers af en toe van bij en met vrienden.

Uit een vergelijking met zijn vorige studies leidt FastBridge af dat het gebruik van het internet in het algemeen nog steeds in de lift zit. Het bedrijf stelde uit zijn bevraging vast dat net niet de helft van de Belgen online is (46 procent van de + 12-jarigen). Dat is een stijging met 25 procent tegenover 18 maanden geleden. De sterkste toename is daarbij weggelegd voor de 55-plussers (een stijging met 85 procent).

Hoewel de hoogste sociale klassen en de 15- tot 24-jarigen het meest aanwezig zijn op het web, blijkt dus dat het net steeds meer verspreid raakt over alle sociale en geografische lagen van de bevolking. Zo wijst FastBridge er op dat de Brusselaars, de 25-54 jarigen en de hogere gemiddelde klassen een interessante doelgroep zijn. Naar de onmiddellijke toekomst toe wordt er verder ondermeer groei verwacht in de lagere sociale klassen en bij de vrouwen die in ons land procentueel nog niet het peil behalen van verschillende andere landen.

Cyberscan stelde tenslotte vast dat naast het bereik ook de gemiddelde consumptie van het medium internet nog steeds in stijgende lijn gaat. Daarbij wordt er meer en langer gesurft, wat onder meer te maken heeft met het succes van breedband. Op drie jaar tijd is het gesurft volume verdrievoudigd. De gemiddelde consumptie steeg van twee dagen per week en een duur van 53 minuten per verbinding in 1998 tot vier dagen per week en een gemiddelde van 85 minuten dit jaar.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Monday, December 29, 2003

Grote toekomst voor reclame in online nieuwsbrieven?

In 2003 had de online marketing vooral aandacht voor de zoekmachines, maar volgens Brian McFadden, directeur van Xtenic, zal reclame op het internet volgend jaar vooral in opgevraagde content, zoals e-nieuwsbrieven, een weg vinden. Dat vertelde hij tenminste aan Larry Dobrow van MediaPost.

McFadden merkt op dat mensen die een online abonnement nemen, duidelijk te kennen geven dat zij die content wensen, dat ze een relatie willen opbouwen met de uitgever en dat ze op de hoogte gehouden willen worden van nieuws en nieuwe ontwikkelingen. “Daar is ruimte voor reclame die nog niet echt is betreden,” merkt hij op. “Dat alleen al zou vele uitgevers moeten aanspreken.” Dat dit nog niet gebeurd is, is volgens McFadden te wijten aan het feit dat men met deze reclamevorm nog niet vertrouwd is. “Er werd vooral gepraat over betaalde zoekopdrachten, terwijl de technologie die gebruikt kan worden vooral in verband gebracht wordt met direct marketing communicatie die niet echt veel te maken heeft met gevraagde content,” stelt hij.

McFadden geeft toe dat websites marketeers toelaten om specifieke reclame te voeren naar een specifiek publiek, maar voegt er aan toe dat de resultaten onvoorstelbaar blijven. “Vele websites worden niet echt gericht bezocht,” merkt hij op. “Bovendien weet de marketeer weinig van zijn bezoekers, tenzij ze zich inschrijven. Content die langs e-mail verzonden wordt, bereikt een vooraf bepaald, ontvankelijk publiek. Dat geeft uitgevers de mogelijkheid om het bereik vooraf beter te bepalen en dus meer reclameruimte vooraf te verkopen. Bovendien hebben de uitgevers ook meer specifieke informatie over de ontvangers van e-nieuwsbrieven.”

McFadden is ook van oordeel dat reclame-inlassingen in dergelijke online nieuwsbrieven de lezer niet zal irriteren. “Tijdschriften en kranten hebben altijd reclame gebracht,” merkt hij op. “Het publiek is daar gewoon aan geraakt. Bovendien kan met een gericht publiek het aantal reclame-inlassingen ook beperkt worden. Deze boodschappen kunnen immers beter gericht worden.

E-nieuwsbrieven kunnen volgens McFadden dan ook een perfect alternatief zijn voor de direct e-mail marketing. “Voor e-mail marketing wordt het immers veel moeilijker en duurder om een publiek te recruteren,” meent hij. “Marketeers zullen zeer omzichtig omgaan met wat ook maar in de verste verte zou kunnen lijken op het overtreden van de spam-wetgeving. Bedrijven zullen ontdekken dat reclame in e-mail uitgaven minder risico’s inhoudt.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Cynisme tabaksindustrie op internet getoond

Het Health Select Committee van het Britse House of Commons heeft in het kader van een onderzoek naar tabak-marketing duizenden interne documenten van sigarettenfabrikanten op het internet gezet. Daaruit blijkt volgens Conal Walsh van The Observer het gigantische cynische van de tabaksproducenten.

Een van de nota’s uit 1998, geschreven door een topman van het reclamebureau CDP aan zijn klant Gallahar (Benson & Hedges) stelt dat meer 18- tot 34-jarige mannen moeten aangezet worden om Benson & Hedges te roken. “We willen hen allemaal de pakjes met Amerikaanse rommel zien verscheuren en met de minachting zien behandelen die dergelijke tweederangsproducten verdienen,” aldus de CDP-nota. “Waarom roken mensen merken die gemaakt zijn om gerookt te worden door cowboys en niet door jongeren van het meest trendy en coole land in de wereld?” Een andere nota stelt dat het rokerspubliek gemanipuleerd moet worden. “Een irrationeel geloof dat B&H op één of andere manier beter is dan andere merken, helpt hen trouw te blijven aan het merk,” aldus de raad van de reclamesector.

In totaal werden door het HSC 14.000 van dergelijke nota’s op het internet geplaatst. “In een aantal daarvan worden de consumenten als vetzakken bestempeld, vooral als ze uit Schotland of de Midlands komen,” aldus Walsh. “Er wordt daarbij verteld dat ze een dergelijke benaming zelf uitlokken door hun geringe interesse die ze betonen voor hun uiterlijk en de weinige moeite die ze doen om geïnformeerd te zijn.” Hij voegt er aan toe dat weinig bedrijven er goed zouden uitkomen indien hun nota’s over marketing research en brainstorming publiek gemaakt zouden worden, maar deze documenten tonen volgens hem duidelijk aan hoe cynisch de Britse tabaksindustrie de anti-rookcampagnes ondermijnt en liegt over het niet willen aantrekken van nieuwe rokers.

De nota’s onthullen volgens Walsh ook veel over de inspanningen om zogezegd lichte en milde sigaretten, door sommigen beschouwd als minder schadelijk, te promoten, “Voor de tabaksindustrie heeft het publiek niet veel waardering meer, maar M&C Saatchi, Lowe Howard Spink en de andere reclamebedrijven zullen deze documenten ongetwijfeld heel vervelend vinden,” stelt hij.
Walsh merkt op dat het reclamebedrijf Market Trends in 1995 aan Gallahar schreef dat de grootste bedreiging niet afkomstig is van de concurrerende merken, maar wel van de roker die ermee wil ophouden. “Het is het bijzonder lage teerniveau en de veronderstelde minder schadelijke effecten die Silk Cut Ultra Lights een positief imago bezorgt,” aldus de reclame-jongens. Walsh stelt dat de reclame-adviseurs elders stellen dat ze zich willen richten op de vrouwen uit de bovenste lagen van de maatschappij die willen stoppen met roken en geloven dat ze daar ook zullen in slagen. “Maar ze genieten nog altijd van het ritueel,” wordt er opgemerkt.

Uit documenten uit 1998 blijkt verder dat Silk Cut Ultra Lights gepositioneerd moest worden als een moderne, hedendaagse sigaret voor jonge volwassen rokers. “Er worden campagnes vooropgesteld om studenten en het jonge publiek te bereiken door de marketing van sigaretten te voeren in trendy bars en nachtclubs. “Daarbij moest de pakjes lijken op een doos condooms, snoep of muntjes,” aldus Walsh.

Uit andere nota’s blijkt dat de industrie ook pogingen ondernam om de strengere wetgeving op de tabaksreclame en de hogere belastingen tegen te gaan, onder meer minister van gezondheid Tessa Jowell in een slecht daglicht te plaatsen. Bovendien werden grote acties gepland om de invloed van het reclameverbod te beperken. Er werd volgens Walsh gedacht aan nieuwe merken door te drukken en de relaties met de verkopers te versterken, wat zou moeten geleid hebben tot een beter product placement.

David Hinchliffe, voorzitter van het Health Select Committee, noemde de documenten shockerend. “Nergens is er op deze bladzijden één aanwijzing te vinden van een ethisch gevoel of morele twijfel,” merkte hij op. Hinchliffe wil tot een speciale regeling komen voor de tabaksindustrie. “Hun commerciële honger zal het altijd winnen van vrijwillige maatregelen,” stelde hij. “Strikt opgelegde controlemaatregelen zijn dan ook de enige oplossing.”

De documenten werden in het jaar 2000 aan de Britse parlementsleden overhandigd, maar ze werden pas online gepubliceerd op de website Tobaccopapers.com, een initiatief van Cancer Research UK, de Strathclyde University and the NHS in Scotland.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Manchester wil van supporters klanten maken

De 39-jarige Andy Anson, voormalig topman van Channel 4 en Walt Disney werd door de Engelse voetbalclub Manchester United aangesteld als nieuw commercieel directeur. De directie wil van Manchester commercieel de meest succesvolle club van de wereld maken. Geschat wordt dat de club wereldwijd 53 miljoen fans heeft, wat een enorm commercieel potentieel betekent. Anson moet ervoor zorgen dat die supporters ook klanten worden.

“Om daarin te slagen moeten we de supporters, waar ze zich ook bevinden, de juiste producten en services aanbieden, zodat die fans voelen dat ze deel uitmaken van het succesverhaal van Old Trafford,” aldus Anson, die de bevoegdheid krijgt over marketing en sponsor relations, business development, customer relationship management, financieel beheer en ledenwerking.

De club heeft zopas een contract ter waarde van 36 miljoen pond getekend met Vodafone, dat ook de volgend vier jaar als shirt-sponsor zal optreden. Maar er doen ook koppige geruchten de ronde over een overname. De Amerikaanse zakenman Malcolm Glazer heeft eerder deze maand zijn aandelenpakket in de club opgedreven tot 14,31 procent. Het is meteen de tweede keer in twee maanden tijd dat Glazer in de club investeert.

Op financieel vlak dreigt er dan weer minder goed nieuws voor Man-verdediger Rio Ferdinand. Die werd immers voor acht maanden geschorst omdat hij bij een dopingcontrole niet was komen opdagen. Daardoor dreigt Ferdinand volgens specialisten in sportrecht zijn contracten met een aantal sponsors te verliezen. Het zou daarbij gaan om een bedrag van honderdduizenden ponden.

Ferdinand heeft op dit ogenblik een driejarig contract met Nike voor een bedrag van 270.000 pond. Het bedrijf stelde achter de voetballer te blijven staan, maar volgens Mel Goldberg, specialist in sportrecht, zullen de sponsors ongetwijfeld naar de kleine lettertjes in de contracten kijken om uit te zoeken hoe ze eventueel onder de overeenkomst onderuit kunnen. Ferdinand heeft ook een contract met het kledingmerk Ben Sherman.

“De meeste sponsorcontracten hebben clausules in verband met voorbeeldig gedrag en geven de sponsors de mogelijkheid bij een overtreding van die regels, het contract op te zeggen,” vertelde Goldberg op BBC Radio. “Indien de schorsing inderdaad gehandhaafd blijft, is hij voor zijn sponsors de volgende acht maanden van niet veel nut en zullen ze oplossingen proberen te vinden.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Sunday, December 28, 2003

Red Devil campagne verwijst naar anale seks

In Engeland is een reclame voor een energiedrankje uit circulatie gehaald omdat de inhoud te zeer naar anale seks zou verwijzen.

Het bedrijf Britivic lanceerde onlangs een postercampagne voor de energiedrank Red Devil. Daarbij werden slagzinnen gebruikt als ‘He was going so fast he went for the wrong entrance’ en ‘Once he’d found the right zone, she was raring to go’. Britivic gaf aan Claire Cozens van The Guardian toe dat de slogangs suggestief waren, maar vooral speels bedoeld waren. Britivic voegde er aan toe dat het product gericht was naar de leeftijdscategorie van 18- tot 24-jarige en dat daar een bepaald woordgebruik moet gehanteerd worden.

Claire Cozens stelt dat er slechts twee mensen een klacht hadden neergelegd, maar de Britse Advertising Standards Authority was van mening dat de slogans niet geschikt waren voor het poster-medium. “Het is niet onwaarschijnlijk dat deze woorden bij gedeelten van het publiek aanstootgevend overkomen. Cozens voegde er aan toe het niet de eerste keer is dat Red Devil bij een publicitaire controverse betrokken is. Drie jaar geleden zorgde een televisiecampagne waarbij voetballer Vinnie Jones een roodborstje zijn dood inlokte, voor bijna vierhonderd klachten bij de Independent Television Commission, maar toen oordeelde de commissie dat de reclame niet getuigde van slechte smaak of aanzette tot geweld ten opzichte van dieren.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Digitale televisie in Europa: nog een lange weg?

Tegen het jaar 2010 zullen 97,1 miljoen Europese huisgezinnen digitale televisie hebben. Op dit ogenblik zijn dat er volgens een onderzoek van Informa Media Group ruim 30,7 miljoen.

Informa stelt dat in 2010 het Europese netwerk voor 41 procent digitaal zal zijn. Verwacht wordt dat de penetratie in Zweden (81 procent) het sterkste zal zijn, gevolgd door Zwitserland (70 procent), Groot-Brittannië (66 procent) en Nederland (60 procent). In de andere onderzochte landen (Frankrijk, Duitsland en Spanje) zou dit penetratie rond de vijftig procent liggen. Met 33 procent hinkt Italië ver achteraan.

Screen Digest stelt daarentegen dat de Europese gezinnen nog een lange weg zullen moeten afleggen vooraleer zij het vooropgestelde niveau van Informa zullen bereiken. In Groot-Brittannië was in de lente van dit jaar slechts 34 procent van de huisgezinnen met digitale televisie uitgerust, terwijl dat in Nederland amper drie procent bedroeg.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Sponsored magazines doeltreffender dan gedacht

Adverteerders die ervaring hebben met sponsored magazines zijn veel positiever over de effecten op klantentrouw en winst dan marketeers die er geen ervaring mee hebben. Dit blijkt volgens Communicatienieuws.nl uit onderzoek van het Britse NOP Business en Mintel. NOP onderzocht de houding van marketeers ten opzichte van sponsored magazines en Mintel berekende het aandeel van dit medium in de totale reclame-uitingen.

Van de bedrijven zonder sponsored magazine meende 29 procent dat het medium bijdraagt aan klantentrouw, tegen 74 procent van de ondernemingen met een sponsored magazine. Bij het vermogen een band met klanten op te bouwen waren de uitkomsten 14 procent tegen 87 procent, bij het vergroten van het klantenbestand 3 procent tegen 37 procent, als medium om doelgroepen te bereiken 25 procent tegen 81 procent en als reclamevorm die waar voor zijn geld levert 31 procent tegen 85 procent.

Lezers van een sponsored magazine zijn positiever over het betreffende bedrijf dan niet-lezers. Van de lezers meent 80 procent dat het tijdschrift bijdraagt aan het imago van het bedrijf en zijn merken en tweederde dat het aantoont dat een bedrijf begrijpt wat klanten nodig hebben.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Friday, December 26, 2003

Huwelijksreis met Space Adventures

Voor wie de liefde groot genoeg is om 40 miljoen dollar te besteden aan een huwelijksreis, ligt er bij het Amerikaanse bureau Space Adventures een schitterend voorstel klaar. Voor die som mogen de tortelduifjes immers hun wittebroodsdagen vieren aan boord van het International Space Station (ISS).

Het ISS slorpt enorme budgetten op en dus is de Russische ruimte-organisatie Rosaviakosmos al geruime tijd op zoek naar financiële extraatjes om de rekeningen enigszins in evenwicht te houden. Ruimte-toerisme bleek daarbij één van de mogelijkheden te zijn. Eerder al werden twee toeristen op die manier de ruimte ingestuurd. In de lente van 2001 werd Dennis Tito de eerste ruimtetoerist, een jaar later gevolgd door Mark Shuttleworth.

Met het Amerikaanse bureau Space Adventures, gespecialiseerd in ruimtetoerisme, sloot Rosaviakosmos een overeenkomst af om in de loop van 2004 of 2005 nog eens twee toeristen met het Soyouz-ruimteschip naar het ISS te brengen. Maar dit keer zou men twee reizigers tegelijk de ruimte in willen sturen. Dat zou dus ook een jong koppeltje kunnen zijn dat op die enorme hoogte zijn prille huwelijk viert.

Volgens L’Internaute moeten de kandidaten bewijzen dat ze in goede gezondheid verkeren en moeten ze bereid zijn een opleiding van tien maanden te volgen. Bovendien moeten ze volgens Sergei Gorbounov, woordvoerder van Rosaviakosmos aantonen dat hun geld niet afkomstig uit illegale bronnen en dat ze niet tot een terroristische organisatie behoren. Er werd niet verteld of het koppeltje aan boord seksueel contact mag hebben. In principe is dit voor astronauten verboden, omwille van de mogelijke gevaren voor het embryo.

Het ruimte-huwelijk zal echter geen primeur zijn. Tijdens de voorbije zomer trouwde de 41-jarige Russische kosmonaut Iouri Malentchenko in het ISS – weliswaar vanop afstand – zijn vriendin, die zich in het Space Centre in Houston bevond.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Jongeren houden van lifestylewinkels

Lifestylewinkels hebben de toekomst. Om geld spenderende jongeren de winkel in te trekken, dienen ondernemers hun horizon te verbreden. Dat stelt Hermieke Lorwa van het Nederlandse Retail Management Center in het Algemeen Dagblad.

“Verkoop niet alleen maar kleding, maar ook make-up, mobiele telefoons, sieraden en horloges,” stelt Hermieke Lorwa. Ze voegt er aan toe dat de producten uiteraard wel dezelfde stijl moeten uitstralen. "Het is belangrijk voor de ondernemers zich te realiseren hoe ze die jongeren naar hun zaak moeten lokken."

Lifestylewinkels, waarin men naast kleren ook sieraden, tasjes of schoenen in dezelfde stijl kan krijgen, trekken volgens Lorwa de jonge winkelaars. “De verklaring daarvoor is simpel,” stelt ze. "Dikwijls zijn jongeren onzeker over hun uiterlijk. Door zich een bepaalde stijl aan te meten, horen ze ergens bij. Of het nu kak of alternatief is. Merken zijn daarbij ook ontzettend belangrijk. Voor jongens en meiden is de lifestylewinkel vooral gemakkelijk. Alles is er onder één dak te vinden.”

Als voorbeeld noemt Lorwa de jongerenafdeling Young Zone van de V&D in Utrecht en de Chill Outafdeling van de Bijenkorf. “Behalve kleding kun je daar ook horloges, cd's en sieraden kopen,” geeft ze aan. “In de lifestylewinkel mogen de aangeboden merken wel verschillen. Je ziet veel winkels als Mexx of Esprit die behalve kleding ook horloges, parfum en sieraden verkopen. In zulke winkels kunnen die assescoires van verschillende bij elkaar passende merken verkocht worden", zegt Lorwa. "Ook zou er in dezelfde winkel plaats moeten voor een bijvoorbeeld een kapper of cafeetje''

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Genootschap voor CityMarketing

Steeds meer gemeentelijke overheden beginnen aandacht te besteden aan city-marketing. Maar daarbij wordt nog al te veel citymarketing verward met citypromotion. Dat is alvast de stelling van Peter Wybenga, eventstrateeg en directeur van het Amsterdamse bureau Marketing Events, in Communicatienieuws.nl. Anderzijds noemt hij het positief dat in Nederland alvast een Genootschap voor City Marketing is opgericht.

“Het marketingvak dringt nu ook door in gelederen waar voorheen op lokaal en regionaal politiek niveau beslissingen werden genomen die veelal te maken hadden met het nalaten van 'landmarks' door ijdele bestuurders,” schrijft Peter Wybenga. “Of waar een beleid werd gevoerd met een gebrek aan inzicht in de materies.”

Dat had volgens Wybenga verschillende oorzaken. “Soms ontbrak het aan vergelijkingsmateriaal of aan een gedegen onderzoek, maar dikwijls waren er ook de onoordeelkundige adviezen van communicatie-, beleids-, organisatie- en andere adviseurs die te pas en vooral te onpas werden ingeschakeld,” stelt hij. “Eenoog heeft hier de diepe zakken goed kunnen vullen.”

Maar Wybenga stelt dat het klantdenken nu eindelijk lijkt door te dringen, want de gemeentes lijken zich volgens hem nu te realiseren dat de stad een merk is dat constant geladen en gekoesterd moet worden. “Stadsbestuurders beseffen nu dat de steden op alle denkbare niveau’s onderling moeten concurreren,” stelt hij. “Daarbij moet bijvoorbeeld aandacht besteed worden aan de visie van de bewoners op de ontwikkeling van hun stad, maar ook met elementen waar grote ondernemingen belang aan hechten bij de keuze van een vestigingsplaats. Zijn de antwoorden op deze twee willekeurige vragen te combineren op een wijze waarbij bewoners en bedrijven beide meer dan tevreden zijn? Natuurlijk kan dat, op voorwaarde dat er een gedegen citymarketing bedreven wordt. En die tijd is inmiddels aangebroken.”

Wybenga stelt echter dat men goed moet oppassen met de terminologie. “Er wordt heel dikwijls over citymarketing gesproken, terwijl er eigenlijk citypromotion bedoeld wordt,” waarschuwt hij. “Zo worden onder de veelzeggende noemers citymarketing en eventmarketing zelfs jaarlijks prijzen uitgereikt aan de beste evenementenstad van Nederland. Dat de evenementen op zich van belang kunnen zijn, begrijpen we. Maar wat die steden aan zo'n prijs hebben, u mag het mij uitleggen. Marketingwise schiet de stad er mijns inziens niet veel mee op, al helemaal niet op langere termijn.”

Maar Wybenga voegt er aan toe dat het al wel positief is dat er op gemeentelijk en provinciaal niveau tenminste geprobeerd wordt om op een ernstige basis met marketing aan de slag te gaan. “In dat kader is het goed nieuws te noemen dat in Nederland een nieuw, professioneel initiatief het levenslicht zag: het Genootschap voor Citymarketing. Het Genootschap bouwt momenteel aan een internationaal georiënteerd kenniscentrum en doet voorbereidend werk betreffende een leerstoel en afstudeerrichting Citymarketing. Daarnaast biedt het Genootschap voor Citymarketing vanaf 2004 seminaries voor haar leden en een jaarlijks Internationaal Citymarketingcongres voor iedere belanghebbende en belangstellende.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Thursday, December 25, 2003

Marktonderzoek moet snel succes kunnen voorspellen

Het succes van ideeën voor reclame en brand building is voorspelbaar. Dat is de mening van Jack Gordon, directeur van de wereldwijde merkonderzoeker AcuPoll (http://www.acupoll.com). In PRNewswire stelde hij dat de toekomst van het marktonderzoek bepaald zal worden door de handigheid om snelle bijval te voorspellen, niet alleen door ideeën uit te werken en reclamecampagnes op te stellen, maar die ideeën op een kosten-effectieve manier ook bij te schaven.

Dat noemt hij het centraal element in het ontwikkelen van een dynamische onderzoeks-methodologie. Gordon stelt dat voor brandmanagers en marketing executives marktonderzoek bijzonder belangrijk wordt omwille van het inzicht dat kan toegevoegd worden aan oorspronkelijke concepten en reclame modellen. “Een groot aantal van de bestaande test- en onderzoeksmethodes zijn daarbij niet toepasbaar,” merkt hij echter op. “Deze resultaten geven immers niet aan hoe een idee, een ontwerp of een spot kan verbeterd worden.” Gordon voegt daar aan toe dat een aantal methodes ook niet echt meetbaar zijn en dat gezocht moet worden naar onderzoeksmethodes die onafhankelijk erkend zijn door academici en klanten.

Succes is volgens Gordon weggelegd voor wie opportunistisch genoeg is om een marktonderzoek te gebruiken dat snelle resultaten oplevert, kwalitatieve en kwantitatieve inzichten combineert en informatie brengt die tot daadwerkelijke actie kan leiden. “Het leven van de consument verandert drastisch en verwacht mag worden dat dit in de toekomst nog veel sneller zal gaan,” aldus Gordon. “Marktonderzoek moet dan ook succes kunnen voorspellen, maar heel snel, eenvoudig en met mogelijkheid tot onmiddellijke actie.” Daarnaast stelde hij dat marktonderzoek bijzonder belangrijk is in een vroeg ontwikkelingsstadium, vooraleer de bedrijven beginnen met het creëren van nieuwe producten of reclamecampagnes.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Bedrijven moeten beroep doen op internet marketeers

Bedrijven die zakelijk op het internet willen inhaken, zouden eerst naar hun jaarlijkse budgetten moeten bekijken en bereid zijn om extra betalen voor online expertise. Dat stelt Terzah Tippin Poe, directeur van Media Vision, een marketing en communicatie consultant uit Anchorage (Alaska), en voorzitster van het Alaska Chapter van de American Marketing Association.

Tegenover Robert Howk van de Alaska Journal of Commerce benadrukte Poe dat het internet nog altijd een opkomend medium is. “Er zijn geen uitgeteste en vastliggende regels,” stelde ze. “Het verandert constant, van semester tot semester. Om de paar maanden duikt er een nieuwe manier op om het online publiek te bereiken, waarbij vooral de vraag van de consument belangrijk is en hoe zij hun e-mail en internet gebruiken.”

Zo stelde ze dat het vandaag niet gemakkelijk is om spam te onderscheiden van de goed bedoelde reclameboodschappen. “Dat zorgt voor een negatieve reactie bij de consument, die uiteraard ongewenste e-mail negeren en deleten,” aldus Poe. “Mensen gaan meer en meer online en worden dus veel gesofistikeerder in hun internet-gebruik. Marketeers moeten hun acties daaraan aanpassen.”

Volgens Poe is het voor bedrijven bijzonder belangrijk dat zij een goede positie kunnen bezitten binnen de zoekopdrachten. Ze noemde daarbij als voorbeeld de opkomst van Google. “Voordien gebruikten de internauten AltaVista of Yahoo en dergelijke,” merkte Toe op. “Maar toen kwam iemand met Google op de proppen en dat werd plots de belangrijkste zoekmachine in de wereld. Wie niet op Google zit, wordt ook niet opgemerkt.”

Ze voegde er aan toe dat zoekmachines altijd zoeken naar een andere indexering, wat betekent dat de bedrijven de kudde moeten volgen, maar toch moeten blijven opvallen. “Dat is bijzonder delicaat,” aldus Poe. “Ik ga ervan uit dat online marketing dezelfde principes hanteert dan print of televie of radio, maar de technische uitdagingen zijn veel groter. Het is dan ook bijzonder moeilijk om bij te blijven, tenzij men met een gespecialiseerde internet-marketeer werkt.”

Eén van de grote fouten die veel bedrijven maken wanneer ze zich op het internet begeven, is dat ze wel veel moeite besteden aan het creëren van een website, maar in hun budgetten geen ruimte voorzien om de website op een degelijke manier te onderhouden en op het internet te positioneren. “Het is alsof men een grote, schitterende winkel bouwt vol met nieuwe nieuwe dingen, maar vervolgens weet niemand hoe er te geraken.”

Poe gebruikt daarbij de toeristische industrie in Alaska als voorbeeld. “Die sector is bijzonder gevoelig aan internet marketing,” benadrukt ze. “En heeft zich dan ook aangepast om mensen enthousiast te maken om naar het noorden te komen. Veel mensen doen de research voor hun reizen op het internet en ook het boeken gebeurt steeds meer online. Het boekings-gedrag is de jongste drie of vier jaar enorm veranderd. De consument is niet meer zo wantrouwig tegenover de veiligheid van online transacties. E-commerce is heel gewoon geworden. Vandaag vraagt de consument dat hij onmiddellijk online kan boeken. Wie zich in Alaska niet op de online marketing richt, doet niet alle pogingen om het meeste uit zijn zaken te halen.”

Maar Poe voegt er aan toe dat er niet alleen aan verkoop mag gedacht worden. Bedrijven zouden volgens haar moeite moeten doen om in contact te blijven met de consument en hem op de klantenlijst te houden. “Iemand die een product koopt, maar later niets meer van de verkoper hoort, is ontgoocheld,” benadrukt ze. “Studies hebben uitgewezen dat consumenten communicatie willen.”

Reactie: gazettenpraat@yahoo.com
Internet als drugskanaal

De Engelse politie heeft twee mannen en een vrouw opgepakt die cannabis langs het internet verkochten voor een waarde van nagenoeg een half miljoen pond. Bij een inval de woningen van het trio in Wheathampstead en Brighton werd een aantal bewijzen en vier computers in beslag genomen. Ook de brankrekeningen van de betrokkenen werden geblokkeerd.

Volgens de politie wordt het trio ervan verdacht om beveiligde websites opgezet te hebben, beveiligd met paswoorden en die toegankelijk waren voor klanten. Die plaatsen er hun orders, waarna de bestelling per post werd opgestuurd.

Onderzoeker Matt Cornish van de Hertfordshiere Constabulary vertelde aan Drew Cullen van The Register dat het de politie opgevallen was hoe grote sommen geld tussen een aantal bankrekeningen werden uitgewisseld. “De onderzoekers waren verbouwereerd te zien welke grote activiteit deze websites kenden en de hoeveelheid orders die via het internet werden geplaatst,” aldus Cornish.

Het onderzoek verliep in een samenwerking tussen de Hertfordshire Constabulary en de Sussex Police werd gecoördineerd door de National Hi-Tech Crime Unit. Detective Superintendent Mick Deats van de NHTCU stelde dat de strijd tegen de drugtrafiek zowel on- als offline wordt gevoerd. “Deze arrestaties tonen aan dat we met een beetje coördinatie dit soort figuren kunnen achterhalen,” merkte hij op. Inspecteur Glen Jones van de Sussex Police voegde er aan toe dat deze operatie de berkoning was van een onderzoek dat verscheidene maanden lang geduldig een gesofistikeerd netwerk van drugshandelaren ontrafelde.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Wednesday, December 24, 2003

Reclame helpt strijd tegen drugs

Volgens een aantal statistieken is het druggebruik bij Amerikaanse tieners met elf procent gedaald. Dat is volgens officiële bronnen in het Witte Huis mede te danken aan de mediacampagnes, die bij jongeren het besef over het gevaar van druggebruik zouden hebben vergroot.

“Steeds minder tieners gebruiken drugs, dankzij de gerichte en ernstige boodschappen die zij krijgen over de gevaren ervan,” vertelde John Walters, de campagne-leider van het Witte Huis tegen het druggebruik, aan Wendy Melillo van Adweek. “Die boodschappen komen van ouders, begeleiders en preventie-inspanningen zoals die van onze National Youth Anti-Drug Media Campaign.”

‘Monitoring the Future’, een studie van het Institute for Social Research aan de Universiteit van Michigan, kwam tot de vaststelling dat het gebruik van marijuana bij Amerikaanse jongeren dit jaar met elf procent gedaald was. Vorig jaar zouden nog 16,6 procent van de jongeren marijuana gebruikt hebben. Voor dit jaar kwam men aan een cijfer van vijftien procent. Ook het gebruik van ecstasy en LSD zouden zijn gedaald. Adweek merkt op dat de studie, die om de twee jaar gehouden wordt, niet specifiek de efficiëntie van de National Drug Control Policy van het Witte Huis meet, maar wel het tienergedrag in verband met drugs.

Hoofdonderzoeker Lloyd Johnston stelde dat het Witte Huis wel de logische gevolgtrekking maakte dat de mediacampagne een rol gespeeld had in het bestrijden van het druggebruik. “Tieners die we geïnterviewd hebben, gaven immers toe dat die campagne een invloed had gehad op hen,” merkte hij op. “Het is geen sluitend bewijs voor de efficiëntie van de campagne, maar er zijn wel voldoende aanwijzigen.”

Het gerichte drugsbeleid van het Witte Huis ging van start in 1998. De mediacampagne werd uitgewerkt door Ogilvy & Mather. Daarnaast werkten ook Leo Burnett, Euro RSCG en DDB in het kader van het Partnership for a Drug-Free America aan de campagne mee. “Ook David McConnaughey, bij Ogilvy account-director voor de campagne, stelt dat de resultaten van de studie duidelijk bewijzen dat de vele inspanningen beloond worden,” aldus Adweek.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Parels voor de zwijnen? Juwelen voor de vuilnisman?

Een dure marketing campagne van een Nederlandse juwelier is compleet de mist ingegaan. Dat meldt DirectNewsline. De juwelier had een aantal omslagen met juwelen verstuurd naar zijn klanten, maar het resultaat daarvan was helemaal niet wat hij verwacht had.

DirectNewsline stelt dat de Nederlandse juwelier Johan de Boer (www.goldsilverdesign.nl) van de kersttijd gebruik wilde maken om de band met zijn klanten nog eens extra te onderhouden. Zijn vierduizend klanten kregen dan ook een brief met kerstwensen. In elke brief zat een diamant. De meeste waren namaaksteentjes, maar er zaten ook tweehonderd echte diamanten tussen. De Boer nodigde in zijn brief de klanten uit de diamanten in zijn zaak te laten keuren. Wie een echte diamant had, mocht die uiteraard houden.

Tot zijn grote verwondering kwamen slechts 35 klanten opdagen om hun geschenk te laten keuren. De juwelier begon enig wantrouwen te koesteren en ging op onderzoek uit. Tot zijn grote ontzetting – en die van zijn klanten – bleken de meeste bestemmelingen de enveloppe ongeopend in de vuilbak gekieperd te hebben, samen met de andere reclame waarvan ze dachten geen boodschap aan te hebben.

Het verhaal van DirectNewsline vertelt niet hoeveel klanten nog wanhopig geprobeerd hebben hun cadeau te recupereren, maar zegt wel dat de campagne de juwelier in totaal 60.000 dollar had gekost, meer dan 1.700 dollar per klant. Voor hij in de diamantsector terecht kwam, studeerde Johan de Boer tuinarchitectuur en nadien volgde hij aan de Universiteit van Ohia studies marketing.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Bloggers hebben vragen bij stemcomputers

Amerikaanse weblogs zijn erin geslaagd het debat over de betrouwbaarheid van de stemcomputers op het nationaal niveau te laten doordringen. Dat schrijft Leonard Witt, erevoorzitter van het communicatie-departement aan de Kennesaw State University (Verenigde Staten), in een artikel in The Atlanta Journal-Constitution.

Witt benadrukt dat het verhaal over de onbetrouwbare elektronische stemtechnologie al maanden de ronde deed in de blogosfeer. “In de nationale pers kwam het onderwerp echter niet aan bod,” merkt hij op. “Tot The New York Times onlangs over de problematiek een kort verhaal bracht. Het was vooral een samenvatting van de kernelementen die in de weblogs naar voor waren gebracht. Op hetzelfde ogenblik publiceerde presidentskandidaat Dennis Kucinich een aantal documenten dat het computerbedrijf Diebold – betrokken bij de stemtechnologie – op de weblogs had proberen te laten verwijderen.”

Columnist Paul Krugman wijdde er in The New York Times vervolgens een nieuw artikel aan, maar Witt merkt op dat men voor diepgaande informatie over de electronische stemmachines nog altijd naar weblogs en websites moet gaan die door het publiek onderhouden worden. “In de pers is het complete verhaal niet te vinden,” aldus Witt. “Nochtans zou dat wel moeten kunnen en uiteindelijk zal dat ook wel gebeuren. Kranten hebben immers de mogelijkheden en de autoriteit om het uiteindelijke onderzoek voor zich te nemen.”

Het verhaal over de stemcomputers is volgens Witt slechts één voorbeeld van de manier waarop weblogs de stem van het publiek kunnen versterken. “Weblogs produceren een actief in plaats van een passief publiek,” merkt hij op. “Diverse kranten experimenteren met weblogs door burgers verslaggeving te laten doen over kleine bijeenkomsten, locale sportmanifestaties of andere evenementen die te klein zijn om door een full-time journalist gecoverd te worden.”

Witt verwijst ook naar Dan Gillmor, auteur van de eJournal-weblog op SiliconValley.com. “Gillmor vraagt de lezers hem te helpen bij het schrijven van een boek over het weblog-fenomeen,” merkt Witt op. “Hij beweert dat zijn lezers collectief veel meer weten dan één persoon afzonderlijk, hijzelf inbegrepen. Slimme journalisten zullen leren hoe zij kunnen inpikken op die collectieve kennis en zo betere verhalen produceren. In het verleden zochten de burgers macht door de pers, maar in de toekomst zal de pers macht krijgen door de burgers, dankzij de weblogs, de drukpers van het gewone volk.”

Witt stelt dat het publiek nu een middel aan de hand heeft om journalisten bijzonder alert te houden. Dankzij de weblogs is een journalist immers niet langer absoluut nodig om een feit wereldkundig te maken. Witt geeft toe dat niet alle weblogs even interessant zijn, maar dat een selectie wel van bijzonder hoge kwaliteit is. “Sommige, zoals die van de humoristische columnist Dave Barry (www.davidbarry.com) zijn lichtzinnig, maar in zijn geval bijzonder grappig,” aldus Witt. “Anderen zijn veel ernstiger. Dat is het geval met de PressThink-weblog van Jay Rosen, voorzitter van het journalistiek departement van de Universiteit van New York. PressThink (http://journalism.nyu.edu/pubzone/weblogs/pressthink) wil studenten, journalisten en het publiek de beperktheden van de dagelijkse journalistiek aantonen en de macht van de weblogs verklaren. Leonard Witt zelf onderhoudt een weblog op www.PJNet.org.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Tuesday, December 23, 2003

Ideeën doen kopen

Geef mensen ideeën en ze kopen. Dat blijkt uit de 2000 eHoliday Mood Survey van Shop.org, een onderzoek naar de online verkoop van de Amerikaanse kleinhandel. Marketeers gaven daarbij aan dat websites met geschenk-ideeën één van de meest belangrijke stimulansen is voor de online verkoop.

Dergelijke ideeëncentra zijn volgens 34 procent van de online marketeers het meest nuttige instrument om de verkoop van producten langs het internet te stimuleren. Alleen product promoties kregen van de sector nog een hogere waardering, namelijk 30 procent.

Het gaat trouwens goed met de online verkoop. Althans in de Verenigde Staten, waar 86 procent van de online winkeliers stelden dat hun omzet op het internet gestegen was tegenover het vorig jaar. Slechts 2,5 procent maakte gewag van een daling.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Spamwetgeving doet banen sneuvelen

De strijd tegen spam wordt steeds heviger gevoerd. Overal wordt er gewerkt aan sluitende wetgevingen en in de Verenigde Staten zitten de eerste spammers al achter de tralies. De wet heeft echter ook minder positieve gevolgen. In de Verenigde Staten heeft een e-marketing bedrijf een groot deel van zijn personeel moeten ontslaan, omdat het een zware belastingsaanslag verwacht.

Equifax Inc., dat zijn hoofdkwartier heeft in Atlanta, vreest dat het een aanslag zal opgelegd krijgen van 23 miljoen dollar. Dat heeft volgens het bedrijf alles te maken met de strenge spam-wetgeving die in de Verenigde Staten is goedgekeurd.

Equifax, een kredietbureau en informatie leverancier wil met het ontslag anticiperen op de verliezen die gemaakt werden door zijn e-marketing eenheid. Die hielp bedrijven promotionele informatie te versturen naar de consumenten. Een gedeelte van het personeel werd ontslagen en een aantal vestigingen werden gesloten. Door de spamwetgeving zou de boekwaarde van het bedrijf immers met 78 procent zijn gedaald tot amper 7,5 miljard dollar. Voordien werd de waarde van het bedrijf op 27,4 miljard dollar geschat.

In augustus van vorig jaar had Equifax nog Naviant, een bedrijf dat gespecialiseerd is in elektronische marketing, aangekocht voor een bedrag van 135 miljoen dollar. Daardoor had het wel toegang tot meer dan honderd miljoen namen voor opt-in online reclamecampagnes.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Weblogs: journalistiek fenomeen van het jaar

Uiteraard was de oorlog in Irak het grote mediagebeuren van het voorbije jaar, maar journalistiek-technisch was 2003 absoluut het begin van het weblog-tijdperk. Wat ooit een bezigheid was van de echte internet- en technologie-pioniers, is nu een bezigheid voor internauten van 7 tot 77 jaar geworden. Misschien is ook dit weer een voorbijgaande rage en misschien ook niet, maar het fenomeen zal binnen de journalistiek zeker zijn sporen nalaten.

Mark Glaser stelt in de Online Journalism Review dat er geen maand voorbij gaat zonder dat een groot mediabedrijf – zij het nu MSNBC.com, Wired Magazine of New York Magazine – de start van een nieuwe weblog aankondigt. “De mediabedrijven beginnen weblogs te beschouwen als echte jobs en niet als kleine nevenactiviteiten van individuele journalisten,” merkt hij op. “Men is het er weliswaar nog niet over eens of weblogs nu journalistiek zijn of niet, maar journalisten praten er in ieder geval over, zij het nu over het blogging-fenomeen in Irak of over de nieuwe blogging-services die door AOL worden aangeboden.”

Glazer is echter niet alleen met dat standpunt. “De blogware zorgde ervoor dat het online publiceren veel gemakkelijker werd,” stelt consultant Vin Crosbie, directeur van Digital Deliverance. “Drie miljoen bloggers leverden enkele honderden sites op die het lezen waard zijn. Al moet er wel aan toegevoegd worden dat er ook een minder leuk neveneffect is. Blogging stimuleert ook dat producenten van eindeloze monologen en narcistische gedragingen zich als online journalisten willen voordoen.”

Blogger Craig Newmark, oprichter van Craiglist.org, stelt dat er inderdaad een nieuwe vorm van journalistiek is opgestaan. “Journalisten raken betrokken in het bloggen en gebruiken het medium als een normaal mechanisme,” stelt hij. “Wanneer weblogs met eenzelfde filosofie naar elkaar verwijzen, krijgen we trouwens een nieuw soort magazines.”

Angus Frame, hoofdredacteur van GlobeAndMail.com, stelt dat de opkomst van de weblogs, vooral tijdens de oorlog in Irak, in 2003 zonder twijfel de belangrijkste ontwikkeling was op het gebied van de online journalistiek. “De traditonele online media, met inbegrip van giganten als NYTimes.com en CNN.com, hadden het tijdens de oorlog bijzonder moeilijk,” benadrukt hij. “De weblogs van individuele journalisten op het terrein in Irak zorgen echter voor meer kleur, inzicht, aanvoelen en zelfs humor over de oorlog dan eender welk ander medium.”

Jonathan Dube, uitgever van CuberJournalist.net, stelt dat het aantal weblogs op nieuwssites tijdens 2003 meer dan verdubbelde. “Er zijn er nu meer dan honderd terug te vinden,” merkt hij op. “Dat is een schitterende ontwikkeling, want bloggen is een medium dat inspeelt op de sterke punten van het internet: snelheid, bondige informatie en interactiviteit.”

Leo Rainie, directeur van het Pew Internet & American Life Project, is van oordeel dat de opkomst van de weblogs nauw verbonden is met het fenomeen van de ‘embedded correspondent’, de journalist die tijdens de oorlog ingekapseld werd in eenheden van de geallieerde legers. “Ook onder andere omstandigheden zouden journalisten begonnen zijn met weblogs, aangezien de technologie bijzonder bekend raakte en heel gemakkelijk te gebruiken was,” stelt hij. “Maar het fenomeen kreeg wel een gevoelige injectie door de oorlog in Irak en de persstrategie van het Pentagon om journalisten aan militaire eenheden toe te wijzen. Bovendien mag men niet vergeten dat bloggen herinnert aan de traditionele en heel belangrijke praktijk van de journalistiek, namelijk het werken in afleveringen en het geregeld aanvullen van verhalen.”

Bovendien merkt hij op dat journalisten door het bloggen een meer menselijk karakter kregen. “Weblogs zijn dikwijls persoonlijke reflecties en anecdotes in plaats van de afstandelijke, strikt geordende nieuwsverslaggeving. Hierdoor slaagden journalisten in een meer persoonlijke relatie op te bouwen met de internet-gebruikers. Dat droeg bij tot een groter vertrouwen in de verslaggeving.”

Jeff Jarvis, directeur van Advance.net en zelf ook blogger, spreekt van een jaar waarin de burgermedia explodeerden. “In de Verenigde Staten groeide het aantal bloggers, groeide hun publiek en groeide hun invloed,” benadrukte hij. “Maar nog veel belangrijker is de weblog-revolutie in Iran en Irak. In Iran inspireerde één persoon – Hossein Derakhshan op www.hoder.com – bijna honderdduizend landgenoten om een weblog op te starten. Daar bespraken ze verboden onderwerpen en verspreidden hun verhalen over de hele wereld, waardoor de druk op het regime van de mullahs werd vergroot. Zelfs de Iranse president erkent hun beweging.”

Jarvis voorspelt dan ook dat weblogs en burgermedia volgend jaar een belangrijke rol zullen spelen in het verder verspreiden van de vrije meningsuiting en de democratie. “Zowel in een kleine stad in Iran of Irak of in Amerika betekenen burgermedia dat iedereen nu een drukpers bij de hand heeft, samen met de macht die daarmee gepaard gaan. Dat zal een revolutie betekenen op het gebied van nieuws, media, politiek, regeringen en marketing,” aldus Jarvis.

Bill Grueskin, algemeen hoofdredacteur van WSJ.com (Wall Street Journal), noemt weblogs een echte nieuwe vorm van communicatie die af en toe zelfs aan journalistiek grenst. “Het grootste gevaar dat hen bedreigt zijn echter de zogenaamde ‘gasbloggers’, zelfingenomen bloggers die niets te vertellen hebben, maar verwezenlijkingen opeisen die ook in de normale nieuwscycli naar voor zouden zijn gekomen.”

Hossein Derakhshan wijst erop dat de collectieve steun van de wereldwijde blogosfeer ervoor gezorgd heeft dat Sina Motallebi, de Iraanse blogger en journalist, uiteindelijk uit de gevangenis werd vrijgelaten. “Hij heeft zopas met zijn vrouw en zoon Iran verlaten en is naar Europa afgereisd,” aldus Derakshan. “Zelfs de Iraanse vice-president is, na een jaar lang intensief Perzische weblogs gelezen te hebben, begonnen met zijn eigen tweetalige weblog.”

Lee Rainie is van oordeel dat de traditionele media waarschijnlijk een weg zullen vinden om een toonaangevende blogger binnen te halen. “Of ze zullen de krachtigste vorm van de nieuwe online journalistiek op een andere manier in hun organisatie integreren,” merkt hij op. “De media hebben altijd al geprobeerd om de beste toepassingen van het internet in hun activiteiten in te passen.” Craig Newmark voegt daar aan toe dat de journalistieke commentaren van een beter niveau zullen worden, dankzij de persoonlijke weblogs van de journalisten. “Die worden immers niet gefilterd door de redactionele hiërarchie of de beleidspolitiek van het mediabedrijf,” meent hij. “Er zullen ook meer mensen voor hun nieuwsberichtgeving op het internet steunen.”

Hossein Derakhshan voorspelt dan weer de groei van de blogosfeer buiten de Engelse taal. “Er zullen weblogs komen in het Chinees, Portugees, Spaans, Arabisch en Europese talen,” merkt hij op. “Misschien krijgen we met Howard Dean misschien wel de eerste blogger-president. Over de hele wereld vinden politici weblogs de beste manier om met hun kiezers te communiceren. Bovendien zullen weblogs ook populair worden bij leraars en professoren en bij hun assistenten om met de studenten in contact te komen.”

Ook Adrian Holovaty, developer van de Lawrence Journal-World Website (Kansas), voorspelt een grote doorbraak van de burgermedia. “Weblogs en beeldtelefoons hebben een hele generatie de smaak te pakken doen krijgen van de amateur-journalistiek,” meent hij. “Ik vermoed dat ook de mediabedrijven uiteindelijk het boeiende van de niet-journalistieke content zullen inzien. Omdat die veel echter is, is die immers ook veel boeiender. Ze zullen daar proberen op in te haken, maar ik geloof niet dat ze daarmee veel successen zullen halen.”

Wanneer de amateur-journalistiek echt doorbreekt, is het volgens Holovaty onvermijdelijk dat de mediabedrijven zich zullen proberen heruit te vinden als de leveranciers van informatie die het publiek altijd kon vertrouwen. “Dergelijke mentaliteitsverandering zal niet op één jaar tijd gerealiseerd worden, maar ik denk dat we al met onze twee voeten volop in dat proces staan,” merkt hij op.

Steve Outing, hoofdredacteur van Poynter en columnist bij Editor & Publisher, is van oordeel dat de mobiele telefoons met beeldtoepassingen – fotofoons - de volgende jaren een grote impact zullen hebben op de journalistiek. “De gewone man heeft voortaan de macht om nieuwsfeiten waarbij ze zelf betrokken zijn, te documenteren en onmiddellijk op het internet te plaatsen,” merkt hij op.

“Sommige vertegenwoordigers van de industrie halen daarbij smalend de schouders op, maar ik denk dat ze iets zeer belangrijks missen. Ik voorspel zullen we in de volgende jaren veel meer fotojournalistiek van burgers in alle uitingen van de media tegenkomen. Ook zullen reporters veel meer fotoreportages maken wanneer er geen fotojournalisten in de buurt zijn.

Jeff Jarvis stelt dat de burgermedia in steeds meer landen ingang zullen vinden en ook op het hyperlocale vlak hun intrede zullen doen. “Daarbij zal ook meer met allerlei vormen van content gewerkt worden, zoals audio, video of sociale netwerken,” stelt hij. “De grote media zullen dan ook zelf proberen in de blogwereld binnen te dringen, maar ze zouden er beter aan doen eerst te luisteren naar wat hun publiek in deze nieuwe mediavorm te vertellen heeft. De burgermedia zullen ongetwijfeld succesvolle journalisten en zakeninitiatieven voortbrengen.”

De traditionele media blijken daarentegen niet al te veel positieve verwachtingen te mogen koesteren. “Ik geloof niet dat er volgend jaar belangrijke dingen zullen gebeuren op het gebied van online journalistiek,” aldus Vin Crosbie. “Er zal misschien iets meer orginele online verslaggeving komen, maar de meeste nieuwssites zullen gewoon verder hun gedrukte of uitgezonden content op het net zetten. Daarnaast zullen ze ook hun traditioneel business model online proberen te vertalen. Helaas heeft dat meestal geen zin. Een afkalvend medium online zetten zal het niet doen heropleven.”

Vin Crosbie hoopt echter dat de redactieleiders hun lezers zullen vragen wat ze wensen te consumeren in plaats van de content zomaar over honderden vooraf ingedeelde bladzijden uit te spreiden. “Ik hoop dat de uitgevers eindelijk zullen beginnen in te zien dat interactiviteit niets te maken heeft met multimedia,” werpt hij op. “Interactiviteit betekent dat de lezers controle hebben op wat ze lezen. Lezers door Macromedia Flash-toestanden sturen is geen interactiviteit. Hopen dat het e-mail adres van de journalist verhalen oplevert en tegelijkertijd niet antwoorden op de e-mailberichten van de lezers, is geen interactiviteit. Elke journalist een eigen weblog geven, is geen interactiviteit. Zoals Jeff Jarvis stelt, moeten we terug naar wat het nieuws in zijn pre-industriële vorm was. Toen was nieuws een conversatie. Op het internet weet niemand dat je een hond bent, maar het is tijd dat marketeers en uitgevers beseffen dat de honden niet langer het hondenvoer willen verorberen.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Monday, December 22, 2003

Kazaa in Nederland vrijgesproken

Het Nederlandse Hooggerechtshof heeft gesteld dat het beschikbaar maken van de filesharing software van Kazaa legaal is. Het is volgens Jan Libbinga in The Register voor de eerste keer dat een nationale rechtbank de wettelijkheid van P2P-technologieën zoals Kazaa bevestigt.

Het geding werd aangespannen door de Nederlandse auteursrechten organisatie Buma/Stemra en werd met veel belangstelling gevolgd door de entertainment en de technologie industrieën en vertegenwoordigers van de consumenten. “Deze uitspraak betekent een precedent voor de wettelijkheid van de P2P-technologie in de hele Europese Unie, maar ook wereldwijd,” merkte Kazaa-advocaat Christiaan Alberdinck Thijm na het voor hem gunstige verdict op. Niklas Zennstrom en Janus Friis, de oprichters van Kazaa, noemden de uitspraak een opmerkelijke overwinning voor het internet en de consument.

Eerder al had het Amsterdamse Hof van Beroep zich in maart 2002 gelijkaardig uitgesproken, nadat een locale rechtbank Kazaa had verplicht ervoor te zorgen dat de consument niet betrokken zou worden bij overtredingen tegen de auteursrechten. Anders hing er Kazaa een enorme schadevergoeding boven het hoofd. De klacht was ingediend door Buma/Stemra, die vreemd genoeg op datzelfde opgenblik met Kazaa onderhandeling had aangevat.

Het Hooggerechtshof stelde dat Kazaa niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor overtredingen die internetgebruikers tegen de wet op de auteursrechten begaan. Deze uitspraak zorgt voor een schokgolf in de muziekindustrie. Kazaa heeft inmiddels het grootste gedeelte van zijn aandelen verkocht aan het Australische Sharman Networks.

Er wordt wel opgemerkt dat het Hooggerechtshof geen uitspraak gedaan heeft over de verantwoordelijkheid van de individuele downloaders. De Nederlandse Vereniging van Phonogram en Videogram Gebruikers (NVPI) stelt dat het vonnis in geen geval een overwinning betekent voor de Kazaa-gebruikers, die volgens de vereniging nog altijd vervolgd kunnen worden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Amerikaans Congreslid daagt kranten voor de rechter

Het voormalig Amerikaanse congreslid Gary Condit heeft een schade-eis van 209 miljoen dollar ingediend tegen drie kranten omdat zij hem in verband hadden gebracht met de moord op Chandra Levy en hem daardoor blootstelden aan de haat van het publiek.

De kranten in kwestie zijn The National Enquirer, The Globe en The Star. In Courtv.com merkt Harriet Ryan op het congreslid stelt dat zij hem afschilderden als een moordenaar en een seksuele pervert voor feiten die nooit gebeurt zijn.

De 24-jarige Chandra Levy verdween in mei 2001 uit haar appartement. Haar tante maakte gewag van een romance tussen Levy en het getrouwde congreslid. “Hoewel de politie stelde dat Condit niet als een verdachte beschouwd werd, richtte de pers zich op een mogelijke betrokkenheid van Condit in haar verdwijning.” Het lichaam van Levy werd in mei 2002 gevonden door een man die zijn hond uitliet. Tot nu toe werd niemand voor de feiten in beschuldiging gesteld.

Het – inmiddels gewezen – democratisch congreslid heeft een schadeclaim neergelegd tegen de American Mecia Inc., het overkoepelende bedrijf van de drie kranten. Er wordt 11 miljoen dollar gevraagd voor elk van de 19 verhalen die tussen juli 2001 en oktober 2002 verschenen zijn en waarbij headlines gebruikt werden die erop wezen dat Condits entourage de zwangere Levy zou gedood hebben of dat Levy in een kinky seksspelletje met het congreslid gedood zou zijn.

American Media stelde volledig achter de editoriale integriteit te staan van wat er gepubliceerd werd en dat het bedrijf zich tot het uiterste tegen de klacht van Condit zou verdedigen.

Ryan stelt dat Condit ook een schadeclaim van 11 miljoen dollar had ingediend tegen Dominick Dunne van Court TV. Condits vrouw kwam tot een minnelijke schikking met The Enquirer voor een verhaal waarin verteld werd dat zij Levy verbaal aangevallen zou hebben kort voordat de jonge vrouw verdween. Volgens Carolyn Condit had zij Levy nooit gezien of gesproken.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Reclame grote boosdoener zwaarlijvigheid

Meer dan andere nationaliteiten hebben Amerikanen last van overgewicht. Dat heeft volgens het onderzoeksbureau Harris Interactive verscheidene oorzaken, maar vooral de misleidende reclame, waarin magere, mooie en gelukkige mensen er lustig op los wreten, speelt daarbij volgens Harris een cruciale rol.

Bij een onderzoek van Harris Interactive in 1983 bleek dat 58 procent van alle volwassenen boven de 25 jaar last hadden van overgewicht. Dat is op dit ogenblik gegroeid tot tachtig procent. "Bovendien zaten twintig jaar geleden vijftien procent van die volwassenen meer dan 20 procent over hun aanbevolen gewicht," benadrukken de onderzoekers. "Dat cijfer is vandaag gestegen tot 33 procent."

Harris probeerde ook te bepalen waardoor die verslechtering veroorzaakt werd. Daarbij blijkt dat 38 procent van de ondervraagden acht jaar geleden aangaf zijn vrije tijd op een actieve manier door te brengen, waarbij gesproken werd over vissen, tuinieren, teamsporten, zwemmen, golfen, wandelen, turnen, jagen, fietsen, camperen, atletiek, bowlen, dansen, tennis, paardrijden, skiën en klusjes uitvoeren. Dat cijfer blijkt vandaag gedaald te zijn tot 29 procent.

Het tuinieren en de ploegsporten daalden van negen tot zes procent, wandelen van acht tot vier procent, fietsen van vier tot twee procent, bowlen van vier tot één procent, atletiek van twee tot één procent en zwemmen zelfs van zeven tot twee procent.

Volgens het rapport zijn er verschillende oorzaken voor de epidemie van zwaarlijvigheid. “Volgens Andrew Prentice van de London School of Hygiene and Tropical Medical is voedsel nu meestal veel goedkoper, gemakkelijker beschikbaar, veel meer bewerkt en veel lekkerder,” aldus Harris. “Bovendien wordt het ons meer opgedrongen door bijzonder snuggere reclamebedrijven en campagnes. We worden gebombardeerd door reclame waarin betoverende, slanke, gelukkige en elegante mensen ons vertellen dat we kunnen zijn zoals zij indien we meer van de geadverteerde producten consumeren.”

Harris Interactive stelt dat de Amerikanen tijdens de gewone maaltijden niet alleen grotere porties eten, maar dat ze ook tussen de maaltijden meer calorieën opnemen. “Daarvoor zijn gelegenheden genoeg,” aldus Harris. “Er zijn de bioskopen met hun gigantische stapels popcorn en softdrinks en hetzelfde gebeurt in de sportstadions. Ook in de winkelcentra verorberen we allerlei snacks en we eten en drinken terwijl we naar televisie zitten te kijken. We houden van ontspanningsactiviteiten waarbij we geen inspanning hoeven te doen.”
Tegelijkertijd blijkt dat de meeste mensen ook niet akkoord gaan met financiële maatregelen om zwaarlijvigheid tegen te gaan. Een onderzoek van The Wall Street Journal wees uit dat de meeste mensen voorstander is van een hogere ziekteverzekering voor rokers en straffen voor mensen die hun veiligheidsgordel niet dragen, maar niet van financiële repercuties voor mensen met een overgewicht. “Wellicht is dat te verklaren door het feit dat de meeste mensen met een overgewicht te kampen hebben of dat ze vinden dat dit niet hun eigen fout is,” aldus The Wall Street Journal.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Sunday, December 21, 2003

Online nieuwsredacties hebben commerciële mogelijkheden

Een redactie moet een duidelijk onderscheid laten blijken tussen nieuws en commercie. Dat geldt ook online. Maar dat betekent volgens Peter Krasilovsky, consultant bij Borrell Associates, niet dat een online nieuwsredactie een verliespost moet blijven. Hij benadrukt dat online redacties hun onafhankelijkheid kunnen behouden en toch producten creëren die voor inkomsten zorgen.

“Krasilovsky maakt daarbij duidelijk dat de structuur en de organisatie van de online nieuwsdepartementen een sleutelpositie innemen,” merkt Carl Sullivan in Editor & Publisher op. “Wij vroegen ons af hoe men er kan in slagen reclame te verkopen op een nieuwsgerichte site indien men zelf niet ondernemend is in het presenteren van het nieuws,” aldus Krasilovsky. “Daarbij blijkt dat online inspanningen minder ondernemend overkomen wanneer ze in de traditie van print nieuws gebracht worden.”

Krasilovsky onderzocht daarbij de structuur van negentien belangrijke online Amerikaanse krantenredacties. “Vijf van de negentien redacties stonden onder leiding van de hoofdredacteur van de gedrukte krant, de anderen onder leiding van de chef van online services,” merkte Krasilovsky op. “Daarbij bleek dat deze laatste heel dikwijls samenwerken met de redactie van de gedrukte krantenversie.”

Op het gebied van fysieke locatie bleken slechts drie online redacties in de onmiddellijke omgeving van hun collega’s van de gedrukte krant te zitten. “Meestal bevinden ze zich in afzonderlijke kantoren,” aldus Krasilovsky. “Maar steeds meer online afdelingen proberen hun aanwezigheid op de redacties te vergroten met een speciaal online nieuwsdepartement.”

Aan de respondenten werd gevraagd of ze mogelijkheden creëerden om nieuwsgebonden reclame aan te trekken en of ze daarbij samenwerkten met de hoofdredacties en de reclame-afdeling van de krant. “We bemerkten dat er wel wat inspanningen werden gedaan om activiteiten te coördineren, maar er bleken weinig gerichte pogingen om van de online redactie op zichzelf een inkomstenbron te maken.”

Eén redactieleider stelde dat zijn online nieuwsredactie meer nieuwsgerichte producten met potentiële inkomsten zou kunnen ontwikkelen indien ze aan onafhankelijker statuut zou krijgen. Krasilovsky voegde er aan toe dat online redacties geen angst zouden mogen hebben om nieuwe secties of producten te ontwikkelen die zowel de lezers zouden kunnen interesseren en nieuwe inkomsten genereren. “Met de sport doen we dat de hele tijd,” merkte hij op. “Rond bepaalde sportteams worden er afzonderlijke secties gemaakt rond bepaalde sportteams. Dat moet ook buiten de sport mogelijk zijn.”

Eveneens in Editor & Publisher merkt gastschrijver Dave Morgan op dat uit het onderzoek van Borrell Associates is gebleken dat de meeste mediabedrijven hun online afdelingen als een kost beschouwen en dat er ook weinig inspanningen gedaan worden om daar verandering in te brengen. Morgan merkt daarbij op dat sommige kranten zelfs hun gedrukte kranten als een melkkoe beschouwen. “Er wordt uitsluitend gedacht om op korte termijn geld te verdienen, zonder oog te hebben voor toekomstige lezers of adverteerders, die beiden nochtans steeds meer online te vinden zijn.”

Morgan merkt op dat de meeste online kranten zich op het einde van de jaren negentig gelukkig niet echt in de internet-hype hebben gestort en niet zijn beginnen te experimenteren met dure en veelbelovende toepassingen die achteraf op niets bleken uit te draaien. “Maar daar staat tegenover dat toen zakelijke internet-initiatieven van grond begonnen te komen, de economie begon te sputteren,” aldus Morgan. “Meteen zagen de online kranten mogelijke return-on-investment naar een vage toekomst verschuiven.”

Morgan stelt dat de kranten zich toen hebben teruggeplooid op het klassieke media en veronachtzaamden de investeringen om hun online afdelingen, die met het oog op toekomstige inkomsten en groei volgens hem nochtans nodig waren.

“De media moeten ophouden om hun lezers in verschillende categorieën onder te delen,” stelt Morgan. “Ofwel worden ze beschouwd als offline abonnees, losse kopers of een online publiek. Ze moeten echter beschouwd worden als één grote groep waarop de marketing van het bedrijf zich kan richten. De media moeten leren om hun online lezers in die grote publieksgroep te integreren.”

Morgan voegt er aan toe dat vele kranten weliswaar een overlapping hebben tussen hun online en offline lezers, maar websites trekken een breed publiek aan dat waarschijnlijk nooit een abonnement zal nemen op de gedrukte edities. “Het is de uitdaging om die bezoekers, waarmee waarschijnlijk nooit een hechtere relatie zal aangeknoopt kunnen worden, toch te gelde te maken,” merkt hij op.

Een aantal kranten hebben geprobeerd om de verschillen tussen hun online abonnees en hun andere bezoekers te ontdekken en van daaruit afzonderlijke boodschappen en advertenties te sturen naar beide groepen. “Dat kan bijvoorbeeld door de abonnees gratis links naar bepaalde content te geven aan abonnees, maar voor diezelfde service een prijs aan te rekenen aan de niet-abonnees.”

Het is volgens Morgan echter niet alleen belangrijk uit te zoeken waar de verschillen liggen tussen beide groepen, maar ook waar de overeenkomsten te vinden zijn. “Op die manier kan het publiek als een grotere groep aan adverteerders aangeboden worden,” stelt hij. “Registratie is waarschijnlijk de meest ideale manier om demografische gegevens te verzamelen, maar het kan ook door online aanbiedingen, wedstrijden, tombola’s of gewone vragen naar aanleiding van bepaalde content. De meeste adverteerders zijn tevreden met de leeftijd, het geslacht en het postnummer van de online en offline lezers.”

Een combinatie van demografische gegevens en online gedrag zorgt volgens Morgan echter voor gerichte publieksgroepen die naar de adverteerder kunnen uitgespeeld worden. “Campagnes naar een gericht doelpubliek kunnen veel betere resultaten opleveren dan algemene reclameboodschappen.”

Morgan wijst erop dat het ook op internet niet voldoende is om een initiatief op te zetten en vervolgens te wachten tot de klanten komen. “Geen enkele onderneming wordt winstgevend zonder dat er bepaalde risico’s worden genomen, zonder een grote aandacht van het management en zonder een toekomststrategie,” merkt hij op.

Redactie: gazettenpraat@yahoo.com
Red sport de reclamesector?

Volgens een aantal voorspellingen zullen de Olympische Spelen en het Europees voetbalkampioenschap volgend jaar wereldwijd voor 1,238 miljard euro televisiereclame genereren. Samen met de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou de sector daardoor volgens het bureau Zenith Optimedia uit één van zijn ergste crisissen uit de geschiedenis moeten geraken.

“Zenith Optimedia voorziet voor volgend jaar een wereldwijde reclamegroei van bijna vijf procent,” meldt Claire Cozens in MediaGuardian. “Maar het bureau voegt er aan toe dat die groei vooral gedragen zal worden door de Verenigde Staten. Ook nu weer zal Europa achterop hinken. Tussen 1998 en 2002 haalde het reclame-aandeel van Europa een top van 25 procent, maar is sindsdien tot 24 procent gedaald.”

Zenith voegt er aan toe dat de Verenigde Staten weliswaar geconfronteerd wordt met een mature reclamemarkt, die echter in vergelijking met de strakke Europese Unie een relatieve economische vrijheid kent. Daardoor zal het Amerikaanse aandeel volgens het Zenith-rapport op de globale reclamemarkt tussen 45 en 46 procent blijven. Verder wordt er gesteld dat Azië, net zoals de Verenigde Staten, een groei van vijf procent zal kennen. Groot-Brittannië zou volgend jaar slechts een groei van 3,2 procent kennen en in 2005 zou dat cijfer zelfs dalen tot 2,9 procent.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Zondag rustdag, dinsdag e-maildag

Zelfs e-mail kent zijn hoogdagen. Dat blijkt uit het Delivery Trends Report van EmailLabs, een aanbieder van automatische e-mail oplossingen. Het onderzoek bracht aan het licht dat dinsdag voor bedrijven de meest populaire dag is om e-mails te verzenden, terwijl de consument die vooral op woensdag blijkt te openen.

In iMedia Connections vraagt Dawn Anfuso zich af welk mechanisme achter deze wetmatigheid zit. Het is volgens haar al lang een aanvaard gegeven dat e-mails best niet verstuurd worden op maandag of vrijdag. Dan is immers de activiteit op de kantoren nog niet of al niet meer op zijn hoogtepunt. Bovendien blijken vanuit een praktisch oogpunt de marketing teams hun creatieve processen of productie op vrijdag of maandag af te werken, zodat dinsdag of woensdag de ideale dag is om de mails te verzenden.

Maar in het midden van de week moeten de e-mails optornen tegen een hele reeks commerciële berichten die rondgestuurd worden. “Men moet vooral flexibel blijven,” merkt Loren McDonald, onderdirecteur marketing bij EmailLabs, op. “Afhankelijk van de inhoud en de relatie die de verzender heeft met zijn ontvangers, de frequentie van e-mails en een aantal andere factoren, kunnen andere dagen van de week misschien beter geschikt zijn om positieve resultaten te boeken.” Anfuso stelt dan ook voor om een e-mailcampagne op donderdag te lanceren.

Ook werd vastgesteld dat ontvangers van e-mail zich sinds enkele tijd ook niet meer uitschrijven. “Ze zijn eerder geneigd om ongewenste e-mails te deleten,” aldus Anfuso. “Marketeers reageren daarop door geadresseerden die een tijdlang geen e-mails hebben geopend, te schrappen of hen de vraag te stellen opnieuw in te schrijven.”

“E-mail marketters zouden het niveau van het uitschrijven van bijzonder nabij moeten volgen,” merkt McDonald op. “Indien de uitschrijving daalt, mag men echter niet automatisch veronderstellen dat de klanten aan het bedrijf trouw blijven. Er moet voor gezorgd worden dat de procedure om uit te schrijven eenvoudig is en ook werkt en een vertrouwensband uitstraalt.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Saturday, December 20, 2003

België wil weer strenger zijn dan Europa

Eerder deze week werd in de kamer de nieuwe wet betreffende facturatie en archivering, gevolg van de Europese Factureringsrichtlijn, goedgekeurd. Op een aantal essentiële punten blijft de Belgische wetgeving echter strenger dan Europa wil en dat is volgens het onderzoeksbureau PriceWaterhouseCoopers een gemiste kans om het bureaucratische imago van België op te poetsen, maar legt bovendien een bijkomende concurrentiële druk op Belgische bedrijven of ondernemingen die er actief zijn.

De wet tot wijziging van het Wetboek van de BTW op het vlak van facturering en archivering is de omzetting van een Europese Richtlijn van 20 december 2001. De Factureringsrichtlijn heeft een drieledige doelstelling, namelijk het vereenvoudigen, moderniseren (door onder meer het gebruik van ICT te stimuleren) en harmoniseren van de regels in Europa. De inwerkingtreding van de nieuwe regels is voorzien op 1 januari 2004.

De Factureringsrichtlijn legt een aantal regels vast waar in principe bij de omzetting in nationaal recht niet mag worden van afgeweken. Marc Joostens, senior manager bij PricewaterhouseCoopers stelt echter dat de lidstaten een aantal lokale verplichtingen mogen versoepelen of verzwaren. “Ondanks concrete verzoeken uit het bedrijfsleven, zelfs nog de jongste dagen, kiest België ervoor om extra administratieve verplichtingen op te leggen aan de bedrijven,” merkt hij op. “Zo zijn er extra verplichtingen op het vlak van het uitreiken van facturen door de klant (self-billing), is er het verbod om papieren facturen in te scannen en enkel digitaal te bewaren en het verbod om facturen om het even waar te bewaren. Bovendien wordt de 10-jarige bewaringstermijn voor facturen niet verkort."

Ine Lejeune, hoofd van het Europees PWC-BTW-netwerk, voegt daar aan toe dat deze extra verplichtingen zelfs niet essentieel zijn voor een goed functioneren van de BTW-regelgeving. “De maximale invorderingstermijn voor BTW is zeven jaar,” aldus Lejeune. “Waarom moeten bedrijven facturen drie jaar langer archiveren? Bedrijven zijn vragende partij om papieren facturen elektronisch te bewaren. Dit maakt het ook voor de fiscus mogelijk om Electronic Data Processing-audits te doen. Ook de OESO wil, om fiscale controles efficiënt te maken EDP-audits stimuleren en heeft daarrond reeds guidelines gemaakt.”

België kiest hier niet voor. “Dit is dus echt een gemiste kans om de concurrentiepositie van België op Europees vlak te verbeteren,” merkt Lejeune op. “Dergelijke maatregelen zijn een bijkomende kost voor de Belgische ondernemingen en potentiële buitenlandse investeerders.”

Ine Lejeune voegt daar aan toe dat bovendien een aantal van onze belangrijkste handelspartners - Nederland, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk - deze bijkomende administratieve verplichtingen doorgaans niet hebben voorzien in hun nieuwe BTW-wetgeving. “Hoe leg je als Belgische leverancier, bijvoorbeeld in de automobielindustrie of de chemie, uit aan een Duitse klant, dat in België elke self-bill expliciet moet worden goedgekeurd als dat in de Duitse BTW-wetgeving niet moet?,” vraagt Lejeune zich af. “De Belgische regels zijn een onnodige verhoging van de administratieve lasten en bijgevolg van de kostenstructuur voor Belgische ondernemers ten nadele van de competitiviteit.”

Marc Joostens merkt trouwens op dat de nieuwe verplichtingen bovendien in strijd zijn met het regeerakkoord en de federale beleidsverklaring die administratieve vereenvoudiging en minder paperassen vooropstellen door het overboord gooien van nodeloze administratieve formaliteiten. "Een aantal van de verplichtingen staat zelfs haaks op de letterlijke tekst van het regeerakkoord,” stelt hij. “Hierin wordt immers voorgesteld te onderzoeken of de archiveringsverplichtingen voor ondernemingen kunnen teruggebracht worden tot een termijn van vijf jaar. Bovendien wil de regering een wettelijk kader uitwerken voor de elektronische archivering. De nieuwe wet bepaalt echter dat facturen nog steeds gedurende tien jaar, waar initieel zeven jaar was voorgesteld, in oorspronkelijke vorm - papieren facturen mogen dus niet gescand worden - moeten worden bewaard."

Lejeune concludeert dan ook dat België een unieke kans had om zijn kwalijke reputatie van overdreven regelknevelarij te ontkrachten. “Alleen elektronische facturering krijgt door deze nieuwe wetgeving een kans. De bestaande regels op het vlak van archivering en self-billing worden niet vereenvoudigd. Het is voor alle BTW-belastingplichtigen jammer dat het geld wat nu besteed wordt aan administratie, niet in de groei van hun zaak kan worden geïnvesteerd. Dit is ook geen goed nieuws om buitenlandse investeerders naar hier te halen. De vooropgestelde administratieve vereenvoudiging is zoek.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Het vet of de steak?

Op de luchthavens in de buurt van San Francisco is het ruzie. Luchtvaartmaatschappijen proberen elkaar passagiers af te snoepen door in hun reclame de aandacht vooral te vestigen op de zogenaamde negatieve punten van concurrentie.

In The San Francisco Chronicle schrijft David Armstrong dat ATA, een luchtvaarmaatschappij met goedkope tarieven, bij concurrent JetBleu Airlines passagiers wil weghalen door de luchthaven van Oakland, waar JetBlue vanuit New York op vliegt, in een minder fraai daglicht te stellen.

Het slachtoffer van de campagne is de luchthaven Oakland International. De stad leeft al heel zijn bestaan in de schaduw van San Francisco, maar de luchthaven kent een snel groeiende trafiek. JetBlue vliegt op Oakland International, ATA op San Francisco International Airport. Om het succes van JetBlue af te remmen, lanceerde ATA in New York een reclamecampange waarbij een bezoek aan Oakland vergeleken wordt met het verorberen van een mislukte maaltijd.

De reclame vertelt de reiziger dat wanneer men in San Francisco moet zijn, maar in Oakland aan de grond gezet wordt, best te vergelijken is in een restaurant terecht komt waar men het vet van de steak opdient. “Het ligt er toch juist naast,” luidt de redenering.

JetBlue reageert volgens Armstrong slechts schouderophalend. “Indien het er alleen maar om te doen is om passagiers naar SFO in plaats van naar Oakland te brengen, kunnen wij zeggen dat SFO dikwijls met ongunstig vliegweer en veer vertragingen te maken heeft,” merkt men bij JetBlue op. “Indien je daar wil landen, zou het wel eens heel lang kunnen duren vooraleer de steak geserveerd wordt.”

Volgens de San Francisco Chronicle was ook Steven Grossman, directeur vliegoperaties op Oakland International, weinig onder de indruk. “Ik voel me bijzonder vereerd dat ATA de luchthaven van Oakland zo’n bedreiging vormt dat ze ons rechtstreeks moeten aanvallen,” schamperde hij. “Ik weet niet of de mensen van New York het weten dat ATA trouwens helemaal niet op San Francisco vliegt. “Hun eindbestemming is Millbrae,” verwijst hij naar de locatie van San Francisco International. “Beide luchthavens liggen even ver - ongeveer twintig kilometers – van San Francisco. Bovendien ligt Oakland dichter bij de voornaamste toeristische bestemmingen.”

Oakland zelf heeft talrijke radiospots gebracht om passagiers van zijn voordelen te overtuigen. Het is de jongste jaren volgens Armstrong de snelst groeiende luchthaven uit de regio. “Dat is in grote mate te danken aan de stijgende populariteit van goedkope maatschappijen zoals JetBlue of het bijzonder succesvolle Southwest Airlines, dat enkele jaren geleden San Francisco International verliet omdat de slechte weersvoorwaarden er voor vele vertragingen zorgden.

San Franscisco International is in de regio het belangrijkste centrum voor internationaal vervoer, maar heeft zich de jongste jaren ook op goedkopere maatschappijen gericht. ATA, dat zijn thuishaven heeft in Indianapolis, heeft zijn vluchten op San Francisco opgedreven en ook het prijsvoordelige America West vliegt sinds enkele tijd op San Francisco International.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Fotojournalisten willen definitieve wifi-doorbraak

Persfotografen behoren tot de voortrekkers van de Wi-fi technologie. Volgens Jemima Kiss van dotJournalism.com is deze toepassing in de sector de voorbije zes maanden bijzonder fel toegenomen. Het laat hen immers toe om vanop locatie draadloos en met een hoge snelheid grote reeksen foto’s naar de redacties toe te sturen.

Volgens Neil Turner, web editor van de British Press Photographers’ Association (BPPA) is er nagenoeg geen enkele fotograaf meer die niet digitaal werkt. “Men zou gek moeten zijn om het niet te doen,” merkt hij op. “Gecombineerd met Wi-fi zijn de kwaliteit, snelheid en het debiet schitterend. En indien de fotograaf zijn foto’s niet snel genoeg kan doorsturen, zal iemand anders eerst zijn met de beelden.”

“Turner stelt dat de nationale redacties relatief snel geweest zijn met het inspelen op de mogelijkheden van Wi-fi,” aldus Jemima Kiss. “Indien ik weet waar ik foto’s moet gaan nemen, kijk ik de avond voordien in de omgeving naar aanbieders van Wi-fi,” voegde Turner er aan toe. “Het hele proces – van shoot tot verzending – voor tien foto’s duurt minder dan 45 minuten, maar indien dat nodig zou zijn, kan dat in de helft van de tijd ook.”

Voor Wi-fi moesten de fotografen op locatie daarvoor hun mobiele telefoon gebruiken. “Maar die werkwijze kon enkele minuten per beeld in beslag nemen,” merkt Jemima Kiss op. “Wi-fi laat toe om beelden vanop de laptops in amper enkele seconden tijd door te sturen. Bovendien merkt Turner op dat het amper twintig minuten duurt om de techniek onder de knie te krijgen.”

Toch zijn er volgens Jemima Kiss nog een aantal problemen. “De meest gehoorde klacht zijn café’s die met Wi-fi uitgerust zijn, maar wiens personeel daarvoor niet voldoende is opgeleid of niet wil meewerken,” stelt ze. “Daarnaast zijn er de overbezette netwerken en trage verzending tijdens de piekuren. Bovendien is het netwerk nationaal nog niet voldoende uitgebouwd.”

Turner stelde dan ook dat de telecom-bedrijven snel werk moeten maken van optimale Wi-fi netwerken. “Zij doen er goed aan om naar de fotografen te luisteren,” aldus Turner. “Dat zijn immers grote gebruikers van data en een goed werkend netwerk is voor ons bijzonder belangrijk.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Bush moet onderspit delven tegen Paris

Paris Hilton blijft het Amerikaanse mediagebeuren domineren. Nadat ze vorige maand al de nummer één op de zoekmachines was geworden, versloeg ze met de televisie-kijkcijfers eerder deze week niemand minder dan president Bush. Na de arrestatie van Saddam Hussein kon verwacht worden dat een praatprogramma met de president alle andere uitzendingen achter zich zou laten, maar toch keken de Amerikanen liever naar de reality-show met de beruchte erfgename van de internationale hotel-keten.

Journaliste Lisa de Moraes stelt in The Washington Post dan ook dat de democratische partij met Paris Hilton als frontvrouw naar de verkiezingen zou moeten trekken. Vorige dinsdagavond haalde haar reality-show ‘The Simple Life’ bij Fox nagenoeg 12 miljoen kijkers. Op datzelfde ogenblik werd op ABC een interview uitgezonden met president Bush, het eerste sinds de arrestatie van Saddam Hussein. Weliswaar haalde het interview een hoger kijkcijfer dan op de eerste verjaardag van de aanslagen op 11 september of na het einde van Operatie Desert Storm, maar toch waren slechts iets meer dan elf miljoen kijkers geïnteresseerd in de mening van de president.

De Moraes stelt dat iedereen zou verwachten dat de overwinning van Paris Hilton zou te danken zijn aan de jonge kijkers die zich aangetrokken voelen tot reality shows en toch geen politieke interesse hebben. “Gedeeltelijk bleek dat ook te kloppen,” aldus de Moraes. “In de leeftijdsgroep van 18 tot 34 juaar haalde ze 22 procent van de kijkers naar zich toe. In dezelfde categorie had slechts zeven procent aandacht voor de president.”

Het blijkt echter dat Paris Hilton ook een ruime voorkeur kreeg van mannen en vrouwen tussen 25 en 54 jaar oud. “Dit is heel belangrijk,” merkte de Moraes op. “Het is immers in deze leeftijdscategorie dat nieuwsuitzendingen het traditioneel heel goed doen en wat meteen de basis vormt voor de verkoop van reclamespots.” De WP-journaliste voegt er aan dat Bush nog wel beter scoorde dan Paris bij de kijkers boven de vijftig jaar.

De Moraes vindt het opvallend dat Paris niet alleen in Washington veruit de meerdere bleef van Bush, maar ook in Florida, de staat die in 2000 George Bush de uiteindelijke overwinning bezorgde.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Friday, December 19, 2003

Korting-file leidt tot gevecht

Kortingsbonnen zijn een uitstekend middel om klanten aan te trekken, maar een dergelijke strategie moet heel voorzichtig uitgekiend worden. Zo zorgt men er best voor dat een stormloop vermeden wordt. Dat moest ook een supermarkt in het Amerikaanse Pennsylvania achteraf toegeven.

“Toen een vrouw aan de kassa in de Giant Food Storen in Pennsboro Commons, met haar kortingsbonnen wilde betalen, wist niemand dat dit zou leiden tot een echte rel,” schrijft PromoXtra. “Het bewerken van de kortingsbonnen aan de kassa ging niet bijzonder vlot en er vormde zich al vlug een eindeloos lange rij klanten die met hun boodschappen stonden aan te schuiven.”

De eerstvolgende in de rij kreeg het blijkbaar behoorlijk op de heupen van het getalm en vroeg de vrouw die aan het afrekenen was, hoe lang het allemaal nog zou duren. “Daarop werd de eerste behoorlijk kwaad en begon de anderde klant uit te schelden,” luidt het verslag.

Uiteindelijk werd alles toch geregeld, maar toen de tweede vrouw met haar boodschappen buitenkwam en naar haar geparkeerde auto liep, werd ze tegengehouden door de echtgenoot van dame met de coupon-moeilijkheden. De man greep de vrouw vast en bij dat trek- en duwwerk kwam zij ten val. Dat leverde haar volgens het rapport van de politie, die inmiddels gealarmeerd was, kneuzingen aan de benen en armen op. De man kreeg een proces-verbaal aan het been wegens mishandeling, bedreigingen en wangedrag.

In het verslag wordt niet vermeld welke moeilijkheden er waren ontstaan met het verwerken van de coupons. Dergelijke toestanden zijn echter nooit leuk en handelszaken doen er dan ook best aan bij dat soort acties vooraf een heel goed scenario uit te werken. Het aanschuiven aan de kassa is immers het minst leuke aan het winkelen en de winkel moet proberen de irritatie tot een minimum te beperken en de klant tijdens dat aanschuiven op een aangename manier bezig te houden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Politie start website met kinderporno

De Amerikaanse, Britse, Canadese en Australische politie hebben een website met kinderporno opgestart. Daarmee willen ze op zoek gaan naar pedofielen die op het internet rondsurfen voor illegale beelden. De website predenteert beelden te hebben over kindermisbruik en iedereen die de website blijft bezoeken op zoek naar dergelijke illegale beelden, wordt herhaaldelijk gewaarschuwd dat hij een misdrijf pleegt. Wie toch volhardt in de boosheid, wordt vervolgd.

“Het is belangrijk dat iedereen begrijpt dat mensen die online op zoek gaan naar beelden van kinderporno, de vraag naar nieuwe beelden en films stimuleren en op die manier bijdragen tot het misbruik van nieuwe slachtoffers,” vertelde Jim Gamble, assistant chief constable bij de Britse National Crime Squad, bij de lancering van de Virtual Global Task Force aan The Register.

Met de website willen de politiekorpsen te activiteiten van pedofielen die op het internet actief zijn, verstoren. “Bovendien willen we ook diegenen ontmoedigen die de online aanvoer van kinderporno bevorderen of mogelijk maken en het vertrouwen ondermijnen van individuen die hopen dat zij op het internet anoniem kunnen blijven wanneer ze op zoek gaan naar kinderporno,” aldus de politiemensen.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Breedband: op aarde, in de hemel en op alle plaatsen

Het Europees Space Agency (ESA) en het satellietennetwerk Immersat hebben een overeenkomst afgesloten om een wereldwijde breedbanddienst uit te bouwen die zowel op het land, als in de lucht en op zee werkt. Dat gebeurd dankzij het Broadband Global Area Network System (BGAN) van de Inmersat I-4-satellieten.

Met de lancering van de eerste Inmersat-satellieten, gepland voor volgend jaar, wordt verwacht dat BGAN op het land in 2005 operationeel zal zijn. Het ESA stelt dat het nieuwe systeem tegemoet zal komen aan de stijgende vraag van zakelijke en private gebruikers, die snelle internet-toegangen en multimedia-verbindingen willen, net zoals een brede waaier van teleservices zoals teleworking en distant learning.

Het aangeboden pakket zal onder meer internet- en intranet-toegang, video on demand, web TV, videoconferencing en LAN omvatten met een snelheid tot 432 kbit per seconde. Portable computers zullen op het net kunnen aansluiten. Het BGAN-systeem zal volgens ESA ook compatibel zijn met de landelijke 3G-netwerken.

In de realisatie zijn een aantal private bedrijven betrokken, zoals EMS Satcom (voor de ontwikkeling van de mobiele platformen in de ruimte), Logica CMG (voor de combinatie van de diverse toepassingen) en NERA ASA.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Thursday, December 18, 2003

Belgische pionier viert tien jaar internet

Deze maand is het precies tien jaar geleden dat EUnet werd opgericht, het allereerste Belgische bedrijf dat actief op de markt internetdiensten aanbood. Vandaag is Scarlet, dat EUNet inmiddels heeft overgenomen, de derde grootste telecomspeler op de Belgische markt.

EUnet startte met twintig klanten die tien jaar geleden een handvol e-mails per maand uitstuurden en af en toe eens op het net surfden. Scarlet heeft ondertussen 200 000 particuliere en 5 000 zakelijke klanten die per dag voor meer dan 83 gigabytes van het net halen.

EUnet werd in december 1993 in Leuven opgericht en bood als allereerste Belgisch bedrijf internetdiensten aan in ons land: e-mail en toegang tot het wereldwijde web. De klanten waren die eerste jaren schaars, maar enthousiast. "We hadden een twintigtal vaste klanten. Een zakenman bijvoorbeeld die dankzij e-mail vlotter zijn leverancier in Amerika kon bereiken en een ingenieur die eindelijk dat document vond over de akoestische analyse van isolatiemateriaal waarnaar hij al zes jaar op zoek was", herinnert Dimitri Stikkers zich, IP operations manager bij Scarlet en één van de internetpioniers van EUnet.

Tien jaar geleden was er wel meer nodig dan één muisklik om op internet te geraken; de klant moest bijvoorbeeld zelf de connectiescripts schrijven. "Geen wonder dat internet toen vooral een zaak was van technisch aangelegde personen,” aldus Dimitri Stikkers. Klanten betaalden vier frank per minuut om aan de trage snelheid van 19,6 Kbits teksten en beelden binnen te halen. Het downloaden van een gewone, kleine kleurenfoto duurde meer dan drie minuten; een tekst ging iets vlotter. Eén pagina van het net halen nam een kleine minuut in beslag. EUnet beschikte toen zelf over een respectabele 128 Kbps huurlijn naar internet.

Tien jaar later is er veel veranderd. De snelheid is met factor 160 omhoog gegaan, onder meer dankzij breedbandinternet. Ook het profiel van de internaut is drastisch veranderd. Iedereen tussen 7 en 77 jaar is nu een potentiële klant. "De grote doorbraak is er gekomen in de jaren 1996-1998", weet Stikkers. "Het succes was nog groter dan dat we gehoopt hadden." Enkele doorprikte dotcom-zeepbellen niet te na gesproken, is internet volgens hem een onwaarschijnlijk succesverhaal geworden. Stikkers: "Internet op zich heeft alle hype's overleefd en staat sterker dan ooit. Niemand kan zich nog een leven zonder internet voorstellen."

Net zoals iedereen, weet ook Dimitri Sikkers niet met zekerheid hoe het internet er over nog eens tien jaar precies zal uitzien. Toch wil hij een poging wagen. "Ik veronderstel dat in 2013 iedereen overal en altijd on line zal zijn, via kleine handcomputers die ook makkelijk in de kleding kunnen gestopt worden,” stelt hij voorop. “Ook teleworking zal tegen dan wel een evidentie zijn."

Ook EUnet zelf heeft tijdens de tien voorbije jaren drastische veranderingen ondergaan. Het bedrijf kwam vorig jaar na een lange omzwerving, waarbij het onder meer in handen is geweest van Qwest, KPN-Qwest en andere KPN-constructies, bij Scarlet terecht, dat ook Planet Internet heeft overgenomen. "Ondanks de vele wijzigingen zijn we toch blij dat de grote klanten van het eerste uur, zoals Alcatel, nog altijd aan boord zijn", zegt Carl Alloin, directeur residentiële markt van Scarlet. "Dit bewijst dat de pioniers van toen uitstekend werk hebben geleverd en nog altijd leveren. Scarlet voelt zich sterk verwant met deze pioniers. Als grootste puur private speler op de telecommarkt willen we creatief, anders en uitdagend zijn. Zoals de oprichters van EUnet waren, tien jaar geleden."

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Digitale fotografie stimuleert markt minilabs

De digitale fotografie heeft een razendsnelle doorbraak gekend en men zou dan ook kunnen verwachten dat de oude fotowinkels echt wel voorbij zouden zijn en de weg opgaan van de negatieven in glasplaat of de ontploffende flitslampen. Niets blijkt echter minder waar te zijn, want de fotohandelaars blijken volgens het persagentschap Reuters aan een echte heropleving toe te zijn.

Het persagentschap stelt dat vele consumenten deze geschenkperiode massaal naar de sterk afgeprijsde digitale fototoestellen grijpen. Vreemd genoeg gaat de sector van de fotohandelaars – die tijdens de digitale revolutie enorme marktaandelen verloren zagen gaan – er tegelijkertijd opnieuw op vooruit. Daarbij is het opvallend dat vele consumenten afdrukken willen laten maken van hun digitale foto’s. “Vooral vrouwen laten dat liever in een fotoshop doen dan dat ze dat thuis zelf uitproberen,” merkt Reuters op.

Vooral voor bedrijven als Hewlett-Packard en Lexmark International lijkt het home printen een belangrijkse bedrijvigheid geworden te zijn. Zij verkopen immers het papier, de inkt en de printers voor de digitale donkere kamer van de consument. Reuters stelt dat hun markt echter wel eens zou kunnen beginnen in te krimpen nu digitale camera’s nu ook de interesse beginnen weg te dragen van minder technologisch onderlegde consumenten, die veel minder geneigd zijn om thuis te printen.

“Het grootste gedeelte van de consumenten heeft geen zin om na zijn vakantie achter zijn computer te kruipen en de foto’s af te printen,” merkte Mark Roth, directeur van het fotografisch bedrijf Argraph, op. Dit fenomeen heeft ervoor gezorgd dat supermarkten, fotoshops en andere winkels nieuwe minilabs en fotokiosken hebben aangekocht om het publiek van het thuisprinten weg te lokken. “De consument is niet geïnteresserd om een fotobewerker te worden,” menen verscheidene vertegenwoordigers van de sector. Volgens de Photo Marketing Association (PMA) zouden in de Verenigde Staten dit jaar ongeveer 4 miljard digitale foto’s worden uitgeprint. In 2001 was dit nog 800 miljoen.

Minilabs laten de klant toe van thuis uit via het internet prints van digitale foto’s te bestellen. Volgens een woordvoerder van Kodak groeit deze markt elke dag. De PMA stelt dat het aandeel van het thuis printen dit jaar van 84 procent tot 71 procent zal zakken. In het verleden beslisten de meeste consumenten om hun foto’s op de harde schijf van hun computer op te slaan en enkele exemplaren thuis te drukken. Maar door de marketing van de sector, zou dat volgens Kerry Flatley, researcher bij marktonderzoeksbureau InfoTrends, in de toekomst heel anders kunnen worden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

This page is powered by Blogger. Isn't yours?