<$BlogRSDUrl$>

Sunday, November 30, 2003

Moviemercials reddingsboei voor filmindustrie?

Filmmakers lijken een nieuwe methode gevonden te hebben om hun sector nieuw leven in te blazen. Vroeger speelde de speelgoed- en gamesindustrie maar al te graag en betalend in op de populariteit van sommige films, maar nu is er een omgekeerde beweging aan de hand. Speelgoed en games komen eerst in de winkel en worden pas nadien helden van de film. Met deze Moviemercials hopen de filmbonzen het publiek dat overgestapt is naar de videospelletjes en het internet, terug te winnen.

Met ‘Pirates of the Caribbean’ en ‘Haunted Mansion’ verkende Disney als eerste de nieuwe mogelijkheden. Beide films waren gebaseerd op attracties uit de Disney-pretparken en werden pas daarna het onderwerp van een bioskoopfilm. Maar inmiddels is er al een tweede golf onderweg met films die gebaseerd zijn op speelgoed zoals ‘Hot Wheels’, ‘G.I. Joe’, ‘Bionicle Toys’, ‘Super Soaker’ en ‘My Little Pony’.

Lego bracht in september in samenwerking met Miramax de film ‘Bionicle: Mask of Light’ op de dvd-markt. Op het programma van de overeenkomst staan nog twee dvd-projecten en een bioskoopfilm die in 2005 gelanceerd zou worden. Hasbro nam dan weer Lorenzo di Bonaventura onder de arm voor de realisatie van een live G.I.Joe-film en gaf Fat Rock Entertainment de toelating om ook rond ‘Super Soakers’, ‘My Little Pony’ en diverse andere merken filmproducties te maken. ‘Super Soakers’ en ‘My Little Pony’ zouden eind 2004 op de markt komen. Eenzelfde politiek overweegt Mattel met ‘Barbie’ en ‘Hot Wheels’.

Er wordt op een grote belangstelling van het publiek gerekend, maar daarnaast is deze strategie ook bijzonder goedkoop en risicoloos. Er moet bijna niets geïnvesteerd worden, want dat gebeurt door de filmmaatschappijen. Tegelijkertijd hebben de speelgoedproducenten een vetorecht over het script en krijgen ze een aandeel in de winst. Meteen is duidelijk dat de verhoudingen binnen de amusementsindustrie duidelijk geëvolueerd zijn. Vroeger moest bijvoorbeeld Coca-Cola immers soms gigantische bedragen neertellen om zijn blikjes in een filmshot te krijgen en moesten speelgoedfabrikanten wachten op de toelating van de studios om figuren op de markt te brengen die gebaseerd waren op bioskoopfilms en daarvoor ferme sommen betalen.

Bij Mattel maakt men echter heel duidelijk dat men niet meer geïnteresseerd is in de vervaardiging van souveniers van films. De entertainment-industrie wordt gebruikt om een merk met een lange levensloop te creëren. Anderzijds probeert de filmindustrie met het gebruik van bestaande populaire figuren de sector nieuw leven in te blazen. De bioskoopganger besteedt immers steeds meer tijd aan videogames, internet en e-mail. Tegenover vijf jaar geleden spendeert de gemiddelde Amerikaan drie keer meer tijd aan het internet en nagenoeg de helft meer aan videogames. Het bioskoopbezoek is sinds 1998 slechts met nog geen acht procent gestegen.

Eerder al ondernam de filmindustrie pogingen om de sector weer op te krikken, maar een onverdeeld succes is dat niet geworden. Eerst werd er geprobeerd met ‘opening wide’ te werken, waarbij films tegelijkertijd in zoveel mogelijk zalen in première gaan. Die strategie werd echter meestal heel vlug afgestraft, want al na amper enkele weken doken de bezoekersaantallen naar beneden. Het uitbrengen van sequels was een andere paniekreactie, maar ook die pogingen kenden slechts wisselend succes. ‘Lara Croft Tomb Raider: The Cradle of Life’ slaagde er zelfs niet in om de productiekosten terug te verdienen.

De bioskoopindustrie speelt dus maar al te graag in op de brandstrategie van de speelgoed- en gamesfabrikanten, maar toch is men zich ook bewust van het gevaar. Uiteraard zijn de fans geïnteresseerd in een filmversie van hun idolen, maar ze nemen het niet in dank af wanneer ze daarbij geconfronteerd worden met een anderhalf uur durende reclamespot. De filmmakers zijn er zich van bewust dat ze hier met een heel labiel evenwicht moeten werken. Anderen denken echter dat er ook grote mogelijkheden zijn. Ze beschouwen de cross-promotie als bijzonder veelbelovend. Zo kan een bioskoopfilm een sequel krijgen in de vorm van een videogame, een dvd of een verbruiksproduct. Die zouden de markt op hun beurt dan weer rijp maken voor een tweede bioskoopfilm.

Marketers verwachten dat de trend van de moviemercials niet vlug zal uitdoven. De filmindustrie heeft immers altijd trendy genres tot de laatste druppel uitgemolken. Daarvan zijn de periodes van de westerns, de rampenfilms en de films op basis van stripfiguren perfecte voorbeelden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Heeft de reclame de man vergeten?

Reclamemakers hebben duidelijk omlijnde ideeën over hun doelgroepen. Er worden denktanks opgericht en onderzoek uitgevoerd naar de gedragspatronen van vrouwen, kinderen en etnische minderheden. Dat moet hen in staat stellen duidelijk gerichte en efficiënte campagnes te voeren. Daarbij heeft men blijkbaar één doelgroep over het hoofd gezien, namelijk de mannen. Daaraan blijkt nauwelijks of geen studie aan besteed te zijn.

Dat geeft Scott Cromer, senior planner bij het reclamebureau Leo Burnett USA, grif toe in het dossier ‘Masculinity and Advertising’ van de ‘Advertising & Society Review’. Maar hij meent ook de reden te weten. “Het maken van reclame is nog altijd grotendeels een mannenbedoening,” stelt hij. “Wanneer we een reclamecampagne moeten opstarten voor een vrouwelijk publiek of een etnische groep, willen we ons zo goed mogelijk informeren. Wanneer het echter reclame voor mannen betreft, gaan we ervan uit dat dit onderwerp voor ons geen geheimen meer heeft.”

Maar die redenering zit volgens socioloog Michael Kimmel, tevens boegbeeld van de National Organisation for Man Against Sexism (NOMAS), goed fout. “Reclame overdrijft de verschillen tussen man en vrouw, maar minimaliseert de afstand tussen de verschillende mannenculturen,” merkt hij op. “Verschillende groepen van mannen hebben verschillende gedragingen en houdingen. Dat moeten reclamemakers goed begrijpen. De culturele symbolen die rond het mannelijke gebruikt worden, moeten dan ook uitgebreid worden. Mannen worstelen vaak met problemen die in de reclame meestal niet aan bod komen. Daar wordt bijvoorbeeld niet bekeken hoe hij een evenwicht probeert te zoeken tussen zijn werk en zijn gezin.”

Kimmel stelt dat in de reclame nog altijd hoofdzakelijk gewerkt wordt met het beeld van de viriele man, de vrouwenjager. “Dat stemt weliswaar overeen met de radicale feministische visie op de mannelijkheid, maar de man ziet zichzelf helemaal niet op die manier. Hij vindt niet dat hij een machtspositie heeft. Hij wordt overheerst door zijn baas, zijn vrouw en zijn kinderen. Waar is dan zijn macht?”

In de reclame wordt echter nog altijd daarop ingespeeld. “Land Rover, Cherokee en Timberland zijn allemaal merknamen die refereren naar een avontuurlijk, roemrijk verleden,” stelt Kimmel. “Culturele symbolen worden gebruikt om de man iets te geven wat hij denkt te missen. Een typisch voorbeeld daarvan de Marlboro-cowboy. Dat is wellicht de meest succesvolle campagne uit de geschiedenis, want daardoor werd een nagenoeg ongekend merk in een mum van tijd het meest populaire in de hele wereld. Bovendien was Marlboro eerst een sigaret voor een vrouwelijk publiek en dus mag het merk er zich op beroepen de meest succesvolle herpositionering van een product op zijn naam te hebben staan.”

Scott Cromer is echter van mening van dat er in de maatschappij en de reclame toch een ander beeld van de man is ontstaan. “Na de aanslagen op de WTC-torens werden in reclamecampagnes opvallend veel politiemensen en brandweerlui opgevoerd,” benadrukt hij. “Dat waren culturele helden geworden. Dat helden-aureool had voordien nooit zoveel aandacht gekregen. Maar die trend is inmiddels alweer overgewaaid en de reclame heeft zijn oog nu weer opnieuw op de celebrities laten vallen.”

Maar er is volgens hem toch iets fundamenteels aan de hand. “Er is stilaan een beeld gevormd van de metrosexual, de heteroseksuele man uit de grootstad die ook aandacht besteedt aan zijn vrouwelijke kant.” Waar die beeldvorming vandaan komt, kan Cromer niet met zekerheid zeggen. “Het is ongetwijfeld een gevolg van een samenspel tussen maatschappij, media en reclame,” veronderstelt hij. “De reclame-industrie heeft het voorbije decennium mannen proberen te interesseren voor cosmetica, gezichtsbehandelingen en koken.”

De mannelijke en vrouwelijke kont

Vroeger ging het volgens Cromer alleen maar om bier, sigaretten en diepvries-pizza’s, maar nu is de man voor bijna elk mogelijk product een doelgroep geworden. “Mannen raken meer gefocust op zichzelf en willen zich als een aantrekkelijk wezen aan de vrouw tonen,” zegt hij. “Dat blijkt ook uit de inhoud van tijdschriften als Maxim, die nog wel de traditionele inhoud van de mannenbladen hebben, maar ook de aandacht vestigen op lichaamsverzorging en aanverwante onderwerpen.”

Cromer is dan ook van mening dat reclamecampagnes in de toekomst zowel vrouwen als mannen tot doelgroep zullen hebben, al stelt zijn collega Steven Jackson – account director van DDB – dat de wereld van de man altijd een beetje rond lust en vrouwen zal blijven draaien. Jackson is de man achter de meeste reclamecampagnes voor het succesrijke Bush Light bier. “Maar daarbij gaat het ook om het feit dat de man zich identificeert met de moeilijkheden om die vrouwen te benaderen.”

Volgens Jackson komt er misschien ooit een echte doorbraak, wanneer er in de reclame ook met vrouwen op een grappige manier kan omgegaan worden. “Vandaag is het zo dat een man op zijn kont kan vallen, maar een vrouw niet,” zegt hij. “Toch proberen al een aantal reclamemakers vrouwen en mannen meer gelijk te stellen. Daarbij krijgen vrouwen een rol waarin ze meer de gelegenheid krijgen om de draak te steken met de man. Mannen aanvaarden dat en vrouwen vinden dat ze eindelijk op een gelijkwaardige manier behandeld worden, want ook zij hebben immers een onderlinge kamaraderie die met het drinken van bier gepaard kan gaan.”

Wie meer over het onderwerp wil lezen, kan het ASR-dossier ‘Masculinity and Advertising’ raadplegen op www.aef.com/channel_3.asp.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

De bunnies zijn vijftig

Op 1 december 1953 sierde Marilyn Monroe in al haar schoonheid het allereerste nummer van Playboy. Het tijdschrift viert morgen dan ook meteen zijn vijftigste verjaardag. Oprichter Hugh Hefner slaagde erin om talloze bekende namen naakt voor zijn fotografen te laten poseren. Onder hen Sharon Stone, Bo Derek, Cindy Crawford, Kim Basinger en Madonna. Een andere opgemerkte verschijning is uiteraard Pamela Anderson, die in 1989 voor de eerste keer op de cover van Playboy verscheen. In totaal zou ze dat tien keer doen. Het concern wordt nu geleid door dochter Christie Hefner.

Het persagentschap Reuters stelt dat de vijftigste verjaardag van zijn blad voor oprichter Hugh Hefner geen reden is om op zijn lauweren te gaan rusten. “De leverancier van adult entertainment gebruikt integendeel het internet en de jongste televisie- en radiotechnologie om een nieuw publiek te bereiken,” aldus Reuters. “Om zijn omzet te verhogen, werkt Playboy Enterprise nu met pay-per-view programma’s op digitale televisie en online abonnementen en e-commerce. Playboy heeft zelfs een kanaal om XM Satellite Radio, waar de luisteraars voor 2,99 dollar per maand kunnen luisteren naar programma’s zoals ‘Sex Court’. Het internet was lange tijd ook voor Playboy een verliespost, maar begint nu winst te maken.

Het tijdschrift werd in de jaren zestig een symbool van de seksuele revolutie, maar de verkoop in de Verenigde Staten is op dit ogenblik met 3,2 miljoen exemplaren met de helft teruggevallen ten opzichte van de topjaren, maar Hefner stelt dat Playboy door het overschakelen naar internet en kabeltelevisie een groter publiek heeft dan ooit voordien. “Playboy blijft de belangrijkste merknaam op het gebied van adult entertainment,” aldus Hefner.

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het blad, verklaarde Hugh Hefner in het Playboy Mansion in Los Angeles dat de menselijke beschaving drie grote uitvindingen heeft gekend: het vuur, het wiel en Playboy. “Voor Playboy bestond er geen seks,” merkte hij op. “Wij hebben het uitgevonden.” Hugh Hefner was 27 jaar oud toen hij met Playboy begon. Met 8.000 geleende dollar van kennissen en vrienden maakte hij dat eerste nummer in zijn appartement in Chicago. “Dat nummer vermeldde geen datum, want we wisten niet of er ooit een opvolger zou komen,” aldus de Playboy-oprichter. Er gingen echter onmiddellijk 50.000 exemplaren over de toonbank en het marketeers-instinct van Hefner vertelde hem dat hij een goudmijn had aangeboord: jonge vrijgezellen die naar een opwindende lifestyle streefden. Die droom verkocht Playboy met een perfecte mengeling van artikels van bekende auteurs, leuke cartoons en foto’s van bijna naakte modellen, maar dan wel van het girl-next-door type.

“Playboy had niet de bedoeling een seksblad te zijn,” aldus Hefner. “Ik heb het ontwerpen als een lifestyle-magazine waarvan seks een onderdeel vormde. Onze boodschap luidde dat seks okee was en dat ook leuke meisjes van seks hielden. Wij lieten het publiek al een glimps opvangen van wat in de jaren zestig de seksuele revolutie zou worden.” Samen met de komst van de anti-conceptiepil in 1960 zou Playboy volgens Associated Press inderdaad een sleutelrol spelen in de verandering van de westerse maatschappij.

Hefner kende geen echte concurrentie en werd dan ook een internationale bekendheid als topman van een glamoureus en snel groeiend bedrijf dat al vlug een miljoen tijdschriften per maand verkocht. Hij lanceerde een televisieshow, opende zijn eerste Playboy Club en kocht zijn eerste Playboy Mansion in zijn geboortestad Chicago. “Ik kwam letterlijk vanachter mijn bureau en begon te leven,” stelde Hefner. “Ik werd Mr. Playboy.” De bunny-outfit van zijn meisjes werd legendarisch en Hefners rijk werd gigantisch toen hij in de zeventiger jaren zijn eerste overzeese editie (Duitsland) oprichtte. De wereldwijde verkoop steeg tot zeven miljoen exemplaren.

Het succes van Playboy bracht echter ook concurrentie op de markt. Met gewaagdere inhoud kaapten Penthouse en Hustler een aandeel van de markt weg. Playboy was ooit revolutionair, maar werd nu als mak beschouwd. Hefner stelt daar echter geen spijt van te hebben. “Vrijheid gaat altijd gepaard met een zekere vorm van excessen,” merkte hij op. “Het is misschijn niet mijn persoonlijke smaak, maar er is nu eenmaal plaats voor hardcore pornografie.” Hefner kreeg ook af te rekenen met feministen, die hem verweten de vrouw te vernederen. “Vrouwen hebben integendeel het meeste voordeel gehad van Playboy,” stelde de bunny-baas. “De Playboy-bunny is het symbool geworden van de seksuele vrijheid.

De adult entertainment industrie kreeg in de jaren tachtig gevoelige klappen, maar Playboy kwam in de jaren negentig terug opzetten en herwon een gedeelte van zijn eerdere glorie. Playboy blijft ook vandaag met vijf miljoen exemplaren het meest verkochte mannenblad, maar het bedrijf maakt nauwelijks winst. Het internet, digitale televisie, de gokindustrie en merchandising moeten daaraan verhelpen. “Alles komt terug,” aldus Hefner. “De Beatles zijn terug, James Bond is terug en de Playboy-bunnies zijn terug.” In 1960 publiceerde Ian Fleming trouwens in het tijdschrift een kortverhaal, waarbij hij de wereld kennis liet maken met spion James Bond.

De vijftigste verjaardag wordt gevierd met een extra lijvige editie Januari 2004. In de Verenigde Staten lag het vrijdag al in de boekenrekken. De lezer vindt er verhalen van Norman Mailer, George Plimpton, Hunter S. Thompson, Jonathan Safran Foer en Frank Gehry. Het speciale gelegenheidsinterview brengt acteur Jack Nicholson naar voor. Fotografische retrospectieves brengen de mooiste beelden uit de Playboy-geschiedenis. Playmate is Colleen Shannon, blond en op 14 april 1978 geboren in Alaska. De verjaardageditie telt meer dan driehonderd bladzijden en is daarmee de meest uitgebreide uitgave sinds januari 1989. In achttien jaar tijd is het ook de uitgave met de grootste reclame-inkomsten. Adverteerders zijn onder meer Mazda, Calvin Klein Underwear, Audiovox, Bose, Belvedere Vodka en Absolut.

Playboy viert zijn vijftigste verjaardag op donderdag 4 december met een galabal in New-York, een cocktail-receptie op 15 december, terwijl er op 17 december bij Christie’s Playboy-memorabilia geveild worden. In het Playboy Mansion in Los Angeles heeft daarna nog een nieuwjaarsparty plaats. In februari begint de Playboy Club Tour, een evenement dat gesponsord wordt door Chivas Regal en Michelob Light en die vijftig Amerikaanse steden zal aandoen.

Saturday, November 29, 2003

Rotterdam start imagocampagne

Rotterdam moet een beter beeld van zichzelf schetsen. Dat merkte de Rotterdamse burgemeester Opstelten op tijdens een congres over city marketing. Opstelten is van oordeel dat Rotterdam duidelijk naar voor moet brengen dat de stad jong van geest en altijd in beweging is. Dat moet volgens hem duidelijk tot uitdrukking komen in een reclamecampagne die rond de imagoverbetering van de stad zal worden opgebouwd.

Opstelten voegde er nog aan toe dat het weinig positieve imago van Rotterdam mensen doet besluiten de stad links te laten liggen. Volgens Erik Braun van de Erasmus Universiteit in Rotterdam ontbreekt het in de imagovorming van de stad vooral aan samenhorigheid. In een studie had de wetenschapper de stad vergeleken met enkele andere grote Europese steden. “In steden zoals Birmingham en Bazel willen bestuurders, bewoners en bedrijven dezelfde richting uit,” merkte hij op. “In Rotterdam is dat niet altijd het geval.”

Nochtans heeft Rotterdam aandacht voor city marketing. Daarvoor werd de Stichting Rotterdam Marketing in het leven geroepen. Die vereniging moet het gebruik van het vrijetijdsaanbod en het zakelijk toeristisch aanbod stimuleren en ook zorgen dat de gebruikers van dat aanbod ook een omzet genereren. Bovendien moet Stichting Rotterdam Marketing ook zorgen voor de nodige impulsen om het imago van de stad te verbeteren.

“Door beleidsadvisering, informatievoorziening, serviceverlening en product- en activiteitenontwikkeling, maar ook door het bevorderen van de samenwerking met en tussen partners op het terrein van zakelijk en recreatief toerisme, wordt getracht deze doelen te bereiken,” aldus de Stichting Rotterdam Marketing. “Bij al die activiteiten staat het uitdragen van de juiste sfeer van Rotterdam voorop; in de stad en de regio, nationaal en internationaal.”

De Stichting stelt dat het economische belang van de leisuremarkt in Rotterdam steeds verder toeneemt. “In deze groei staat Rotterdam Marketing een actief beleid voor op thematische basis,” wordt er gesteld. “Samen met de partners in de stad, initiëren wij marketingactiviteiten die gebaseerd zijn op een aantal pijlers.” Daarbij wordt gewerkt vanuit architectuur, festivals en evenementen, kunst en cultuur, topattracties, uitgaan, winkelen en water.”

Naast de leisuremarkt is er echter ook de zakelijke markt. Daarbij is het de bedoeling om de merkcommunicatie te voeren vanuit de aanwezige infrastructuur, de servicegraad, de aanwezige expertise en kennis – zoals traumachirurgie en havengerelateerde industrie – en de attractiewaarde. “Primair kwalificeert Rotterdam zich als toplocatie voor congressen, meetings, beurzen en andere evenementen,” aldus de Stichting. “Daarnaast biedt de incentivemarkt zeer belangrijke mogelijkheden.”

Maar Marianne Klein, directeur van Rotterdam Marketing, merkte tijdens het congres op dat het beeld van de stad de voorbije tijd een flinke deuk heeft gekregen. “Het imago is te veel gestoeld op een aantal negatieve gebeurtenissen,” merkte ze op. Gesprekken met dagjesmensen maakten haar duidelijk dat bezoekers een veel leukere en veiligere stad hadden ervaren dan ze vooraf hadden verwacht.

Klein vergeleek de stad daarbij als een supermarkt, waar de klanten een enorme diversiteit aan producten aangeboden krijgen. “De kunst is met een paar goede aanbiedingen klanten naar je winkel te trekken,” stelde ze. “Daar aangekomen, zien ze welke goede zaken er nog meer te halen zijn. Een stad werkt precies hetzelfde. Als het aanbod niet goed is, wordt er niet verkocht.”

De reclamecampagne die het Rotterdamse imago zou moeten opkrikken, zal wellicht verscheidene jaren lopen. Gesteld werd dat daarbij niet met een vage beeldvorming en holle kreten zou gewerkt worden. Klein stelde echter dat het met het aantal bezoekers de positieve kant uitgaat, want dat cijfer neemt jaarlijks met drie procent toe.

Heeft Mickey Mouse nog flair?

Eerder deze maand vierde de Walt Disney Company de 75ste verjaardag van zijn boegbeeld Mickey Mouse. Commercieel lijkt de tekenfilm-held echter op zijn retour te zijn. Laura M. Holsen stelt in de New York Times dat het aandeel van Michey Mouse in de afdeling consumentenproducten is gedaald tot veertig procent van de in totaal 2,3 miljoen dollar jaarlijkse inkomsten. In 1997 zorgde het figuurtje nog voor de helft van de omzet.

Holsen voegt er aan toe dat de Amerikanen – van welke leeftijd ook – het bijzonder moeilijk hebben om zich nog met Mickey Mouse te identificeren. “Vooral kinderen laten het afweten, want hun wereld zit vol met online computer spelletjes en andere activiteiten,” merkt ze op. Analisten vertelden haar dat Mickey in de loop van de jaren niet echt is veranderd en veronderstelden dat het muisje zijn tijd niet meer kan volgen. “Ze hebben kansen gehad om het karakter van Mickey aan te passen, maar ze hebben er niet veel mee gedaan,” stelde één van hen.

“Er zit geen eenheid in de productlijn,” gaf Andy Mooney, directeur van de afdeling consumentenproducten, toe. “We hebben het aantal Mickey Mouse-producten dan ook afgebouwd, in de hoop dat we daardoor het imago van de figuur weer kunnen opvijzelen.” Een succes bleek alvast de verkoop van t-shirts in retro-stijl en andere kledij in trendy zaken. De collectie werd ook geschonken aan bekende figuren, zoals Sarah Jessica Parker en Jennifer Aniston. “De collectie is het snelst groeiend departement van onze afdeling,” aldus Mooney. Volgend jaar zullen een aantal Disney-figuurtjes trouwens ook op postzegels verschijnen.

Het probleem is volgens Holson echter dat Mickey Mouse moet opboksen tegen hedendaagse en gesofisticeerde concurrenten. Daarom wil Disney hem weer in het straatbeeld brengen. Gebouwen in de omgeving van Los Angeles worden beschilderd met het portret van de tekenfilmheld. Bovendien zullen er ook een aantal nieuwe MM-films worden uitgebracht, zoals ‘Three Musketeers’ (2004) en computer-gestuurde ‘Twice Upon a Christmas’. De films komen niet in het bioskoopcircuit, maar zijn bedoeld voor home-video.

Holson meent echter dat andere oorzaken veel meer bijdragen tot de problemen van Mickey Mouse. “Mickey Mouse is voor Disney veel meer geworden dan een tekenfilm-figuur,” aldus een aantal Disney-werknemers. “Mickey heeft bedrijfsverantwoordelijkheden gekregen en is nagenoeg de zegsman van het concern.” Ze voegden er aan toe dat de figuur in de jaren dertig en veertig een veel pittiger persoonlijkheid had. “Toen Walt Disney er zelf nog was, bestonden er nog niet zoveel strikte regels,” stelden ze. “Maar het bedrijf heeft nu een soort Mickey Veiligheidsdienst, die het imago van de figuur bewaakt. Het karakter van Mickey werd in 1976 trouwens stevig hertekend, zodat hij veel neutraler werd. Men zou kunnen zeggen dat hij toen zijn flair verloren heeft.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Disney moet merchandising Real Madrid ondersteunen.

De Disney-winkels zullen voortaan ook de merchandising van voetbalclub Real Madrid voor hun rekening nemen. Daarover hebben beide giganten een akkoord afgesloten ter waarde van ruim 60 miljoen euro.

De Spaanse kampioenenclub telt wereldwijd 93 miljoen fans en hoopt door de samenwerking met disney zich ook op de Noord-Amerikaanse markt commercieel beter te kunnen profileren. Tijdens het tussenseizoen ondernam de club van Zidane, Beckham, Raul, Figo, Roberto Carlos en Ronaldo een trip door China, Japan, Thailand en Hong-Kong. Met de aanwerving van David Beckham heeft de club zijn imago op het Aziatische continent sterk kunnen verstevigen.

De marketing afdeling van Real Madrid boekte het voorbije seizoen een verlies van ongeveer 22,3 miljoen euro. Gehoopt wordt dat de Amerikaanse markt 45 procent van de totale merchandising-inkomsten van de club zal vertegenwoordigen.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Dissidente journalisten gelauwerd

Het Committee to Protect Journalists (CPJ) heeft vier journalisten uit Afganistan, Rusland, Marokko en Cuba bekroond met de International Press Freedom Awards. John F. Burns, buitenlands correspondent van The New York Times, ontving de Burton Benjamin Memorial Award voor zijn hele carrière.

Abdul Samay Hamed (Afganistan), Aboubakr Jamai (Marokko), Musa Muradoz (Rusland) en Manuel Vasquez Portal (Cuba) waren volgens de CPJ omwille van hun onafhankelijke en moedige berichtgeving het onderwerp van vergeldingsmaatregelen vanwege hun regeringen. De CPJ voegde er aan toe dat in die landen dissidente standpunten niet gemakkelijk getolereerd worden.

De Afgaanse journalist Abdul Hamed – uitgever van het tijdschrift Telaya - werd door twee met messen gewapende mannen aangevallen na een commentaarstuk over de macht van de lokale krijgsheren. Aboubakr Jamai is in Marokko uitgever van Le Journal Hebdomadaire en Assahifa al Ousbouiya, werd tot een gevangenisstraf veroordeeld wegens een artikel waarin de Marokkaanse minister van buitenlandse zaken beschuldigd werd van corruptie.

Musa Muradoz werd bekroond omdat hij zijn Tjetjeense krant Chechnya's Groznensky Rabochy in de strijd tussen Russen en Tjetjenen onafzijdig houdt. Hij moest uiteindelijk naar Moskou vluchten, nadat een bom de kantoren van de krant had vernield. Na gearresteerd te zijn tijdens een inval bij het onafhankelijke nieuwsagentschap Grupo de Trabajo Decoro, zit Manuel Portal in Cuba een gevangenisstraf uit van achttien jaar.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Friday, November 28, 2003

Inkomsten media-websites blijven groeien

De websites van de belangrijkste Amerikaanse media hebben hun inkomsten tijdens het derde kwartaal van het jaar flink zien aangroeien. Volgens een rapport van de Online Publishers Association werd er een gemiddelde groei van 45,9 procent vastgesteld tegenover dezelfde periode van het vorig jaar.

De online inkomsten van de WashingtonPost.com en NewsweekInteractive bleken tijdens de negen eerste maanden van dit jaar met 143 procent gestegen te zijn tegenover dezelfde periode van vorig jaar. De Wall Street Journal Online steeg met 40 procent, Knight Ridder Digital met 51,3 procent, The New York Times Digital – voor het negen opeenvolgende kwartaal winstgevend – met 29 procent en USAToday.com met 28 procent.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Zijn websites lekkende emmers?

Online marketeers zouden oog moeten hebben voor internauten die tijdens een bezoek aan een website geen actie ondernemen. Dat is een van de centrale thema’s van ‘The Marketer’s Common Sense Guide to E-Metrics’ van interactieve marketing consulent Jim Novo en ClickZ-journalist Bryan Eisenberg.

De auteurs vergelijken commerciele websites met een lekkende emmer. Het totaal aantal bezoekers van de website staat voor een volle emmer, maar daarbij verdwijnt een aantal internauten echter weer zonder macro-acties ondernomen te hebben (een aankoop gedaan te hebben, een abonnement te nemen of zich te registreren). Voor het tot een macro-actie komt moet de internaut volgens de auteurs echter eerst door een aantal micro-acties. Dat begint met het aankomen op de homepage, het zoeken naar een productcategorie, het kiezen van een product en het afronden van de aankoop.

Novo en Eisenberg stellen dat marketeers zich op deze micro-acties zouden moeten richten, zodat ze kunnen ontdekkende waar de lekken zitten en de lekkage afsluiten. “Indien blijkt dat de internauten het gekozen product wel in hun virtueel winkelmandje plaatsen, maar uiteindelijk toch niet kopen, weet men dat er zich daar een probleem situeert en kan men op zoek gaan naar een oplossing,” stellen de auteurs. “Indien de marketeer zich echter alleen op macro-acties focust, weet hij wel dat er een probleem is, maar kan hij het niet localiseren.”

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Thursday, November 27, 2003

Drankenproducenten voor de Amerikaanse rechter

Zeven producenten van alcoholhoudende dranken moeten voor een Amerikaanse rechter verschijnen, omdat ze zich in advertenties bewust zouden richten op jongeren. De geviseerde bedrijven zijn Heineken, Coors, Bacardi, Brown Forman, Mark Anthony en Diageo. Amerikaanse brouwers zoals Anheuser-Busch en Miller werden ongemoeid gelaten.

In de VS is het gebruik van alcohol onder de 21 jaar verboden. De beschuldiging luidt dat de bedrijven jonge mensen aan zich proberen te binden zodat ze hun producten blijven kopen als ze eenmaal de leeftijd hebben bereikt waarop ze wel mogen drinken. In de aanklacht staan voorbeelden van advertenties in jongerenbladen, van het gebruik van tekenfilmfiguren in advertenties en van reclame in jeugdfilms.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Merkenrecht geldt voor Beethoven, maar niet voor hanengekraai

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft gesteld dat ook muziek in aanmerking komt voor een bescherming onder het merkenrecht. Opgemerkt werd dat muziek onder bepaalde voorwaarden geregistreerd kan worden. Daarmee heeft het Nederlandse adviesbureau Shield Mark zijn zin gekregen. Het bedrijf had bij wijze van proef de eerste negen noten van Für Elise van Beethoven laten registreren als 'merk'. Vervolgens had het een proefproces uitgelokt.

Dat ook muziek onder het merkenrecht valt, is opvallend. Tot nu toe werden alleen tekens zoals bedrijfslogo's en merknamen geregistreerd om namakers voor de rechter te kunnen slepen. Shield Mark wilde echter uitzoeken hoe ver dat recht gaat. De zaak werd eerst voor een Nederlandse rechter behandeld en werd vervolgens via de Hoge Raad tot bij het Hof in Luxemburg gebracht.

In een arrest stelde het Hof echter wel een aantal voorwaarden voor klankregistratie. Zo moet het gaan om een duidelijke en nauwkeurige aanduiding van de klank in kwestie. Het Hof merkte verder op dat geluiden die niet duidelijk omschreven kunnen worden, niet voor merkbescherming in aanmerking komen. Shield Mark wilde ook hanengekraai laten vastleggen. Maar de Europese rechters vonden dat geluid of andere klanknabootsingen niet duidelijk genoeg.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Coca-Cola in zee met Starcom Mediavest

Coca-Cola heeft zijn Amerikaans reclamebudget – met een waarde van 350 miljoen dollar – toegewezen aan het bureau Starcom Mediavest (Publicis Groupe). In totaal namen vier bureau’s deel aan de competitie voor één van de meest gegeerde reclamebudgetten in de wereld, want naast Starcom Mediavest, probeerden ook Interpublic Group (Universal McCann), Carat (Aegis Group) en MindShare (WPP Group) de opdracht binnen te halen.

Starcom Mediavest wipte daarmee Interpublic Group (Universal McCann) uit het zadel. Het bureau krijgt de mediaverantwoordelijkheid voor alle drankenmerken van de drankengigant: Coke, Diet Coke, Vanilla Coke and Cherry Coke, Sprite, Powerade, Dasani, Fanta, Nestea en Minute Maid. “Het samenbrengen van alle verantwoordelijkheden binnen één bureau moet Coca-Cola toelaten snel in te spelen op innovatieve ideeën en opportuniteiten en tegelijkertijd ook de efficiënte te verhogen,” motiveerde het concern deze beslissing.

Starcom was reeds verantwoordelijk voor de mediaplanning van Minut Maid, terwijl MediaVest de planning van alle andere merken voor zijn rekening nam. Universal McCann deed de media-aankopen voor alle merken. In september had Coca-Cola aangekondigd in de toekomst met één communicatiebedrijf te willen werken voor het hele drankendepartement.

Voor de Chinese markt zijn er volgens het tijdschrift Advertising Age nog twee reclamebureau’s – Starcom MediaVest en Carat – in strijd voor het Coca-Cola budget (30 miljoen dollar). Oorspronkelijk waren ook Interpublic Group en Zenith Optimedia (Publicis) in de running. Op dit ogenblik zijn de mediabudgetten nog steeds toevertrouwd aan Zenith Optimedia. Dat verliest met Coca-Cola op enkele maanden tijd een tweede belangrijke opdracht. Eerder al zag het een belangrijk pakket van zijn Procter & Gamble budget overgedragen worden aan Starcom. Voor de creatieve budgetten in China blijft Coca-Cola echter verder werken met McCann-Erickson Worldwide (Coke) en Ogilvy & Mather (Sprite en Fanta).

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Goud en dubbel zilver voor Eventerprise Group

De Belgische Eventerprise Group heeft op de Benelux Event Awards 2003 drie prijzen in de wacht gesleept. Het evenementenbureau won goud én zilver in de categorie persevenementen, en zilver in de categorie productlanceringen. De prestigieuze Benelux Event Awards zijn een jaarlijkse competitie voor de beste evenementen in de regio.

In 2003 werden de Benelux Event Awards uitgereikt in zes categorieën: grootpubliekevenementen en culturele events, commerciële acties, personeelsevenementen, klantenevenementen, persevenementen en productlanceringen. In de categorie 'persevenementen' behaalde The Eventerprise Group goud én zilver. Het goud ging naar het event dat het bedrijf in maart 2003 organiseerde voor Toyota Industrial Equipment Europe (TIEE). In de Dome van het paardenmuseum van Chantilly (Frankrijk) werd daarbij het nieuwe vorkliftmodel 7FBEF gelanceerd en voorgesteld aan de vakpers. The Eventerprise Group verzorgde het gala-evenement, waarbij dansers, ruiters, artiesten en acrobaten werden ingezet in een totaalspektakel vol speciale effecten. De avond werd afgesloten met een diner, opgeluisterd door een pianoconcert. Nadien besloot Toyota een stuk van het programma te gebruiken in een geplande roadshow.

In dezelfde categorie won The Eventerprise Group ook zilver met de doop van het baggerschip Uilenspiegel van de DEME-groep. Het schip werd op 14 november 2002 feestelijk gedoopt door haar meter Prinses Mathilde.

The Eventerprise Group kaapte ook de zilveren medaille weg in de categorie 'productlanceringen', met de lancering van de Meriva- en Signum-modellen van Opel. The Eventerprise Group zette bij die gelegenheid een alternerend tweedaags evenement op in Nederland, waar verkopers uit België, Nederland en Luxemburg de gloednieuwe modellen konden leren kennen.

"Ondanks de uitdagende economische tijden, kan The Eventerprise Group terugblikken op een goed jaar," aldus Ken Koeklenberg, zaakvoerder van Eventerprise Vlaanderen. "De drie Benelux Event Awards die we ontvingen, zijn voor ons de kers op de taart, waarvoor wij de organisatie en al onze medewerkers erg dankbaar zijn. Wij hopen alvast volgend jaar opnieuw op het appel te zijn."

De vzw Benelux Event Awards werd opgericht op 9 september 1998, met als doel de organisatie van een (gelijknamige) jaarlijkse competitie voor de beste evenementen. De bedoeling is aan de branche een forum te bieden en zo bij te dragen aan een grotere bekendheid en erkenning ervan. Voor de jongste editie moest elk deelnemend bedrijf opnieuw een gefundeerd dossier indienen van een evenement in één of meerdere categorieën. De ingediende projecten werden in verschillende rondes beoordeeld op basis van verschillende criteria, zoals problematiek en doeltreffendheid, originaliteit en creativiteit, uitvoering, budget en presentatie. De jury bestond uit specialisten uit de academische wereld, de pers en hetbedrijfsleven.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Wednesday, November 26, 2003

Salt Lake City glasvezelhoofdstad van de wereld?

Volgende lente willen Salt Lake City en zeventien andere steden uit de Amerikaanse staat Utah starten met een digitaal project dat de regio moet voorzien van een glasvezelkabel-netwerk om de bevolking toe te laten zich een supersnelle internetverbinding aan te schaffen. Het is een bijzonder ambitieus programma, dat de naam Utopia meekreeg. Gaat de droom van Utah inderdaad te ver of wordt Salt Lake City inderdaad de glasvezelhoofdstad van de wereld?

Het geplande netwerk zou woningen en bedrijven bevoorraden met internetverbindingen die honderd keer sneller zijn dan de huidige toepassingen. In het aangeboden pakket zouden ook digitale televisie en telefonie inbegrepen zijn.

Het project kreeg de naam Utah Telecommunication Open Infrastructure Agency (Utopia) en is begroot op een bedrag van 470 miljoen dollar. Het wordt beschouwd als één van de meest ambitieuze pogingen in de wereld om een glasvezel-netwerk uit te bouwen.

De projectleiders stellen dat het project een dienst van algemeen nut is, die de opleiding en de economische vooruitgang moet stimuleren. “Men kan het vergelijken met de rol die de overheid speelt in het aanleggen van wegen, bruggen, scholen en elektriciteitscentrales,” stelt Utopia-directeur Paul T. Morris.

Morris verwacht dat het netwerk in belangrijke mate zal bijdragen tot de economische groei van de regio. “Utah zal er gesofistikeerde bedrijven en technologisch heel hoog opgeleide mensen door kunnen aantrekken,” merkte hij op. In totaal zouden 723.000 inwoners in 248.000 huizen en 34.500 bedrijven door het netwerk bevoorraad worden. Een abonnementsgeld zou rond de 25 euro liggen.

Utopia lokte heel wat protesten uit van telecombedrijven, die van oordeel zijn dat de overheid hen met het gesubsidieerde project oneerlijke concurrentie aandoet. Bovendien vinden de telecombedrijven en belangengroepen van belastingbetalers dat er nodeloos financiële risico’s genomen worden voor een project dat de aanwezige nood ver overschrijdt.

De telecombedrijven bouwen er op dit ogenblik netwerken die gebruik maken van goedkopere, minder geavanceerde technologieën, die echter meer dan voldoende zijn om nog jaren perfect te kunnen werken. “Waarom moet men een Rolls-Royce aanbieden indien een Chevrolet zou volstaan,” vraagt de regionale telefoonmaatschappij Qwest zich af.

Duizend megabits per seconde?

Utopia is het daar niet mee eens. Het wil de glasvezelkabel tot in de woningen brengen. “Indien men de digitale technologie verder wil zien groeien, kan men dat beter toevertrouwen aan de overheidsmaatschappij die het kabelnetwerk uitbouwt als een instrument voor potentiële gebruikers dan het over te laten een competitie tussen private rivalen,” aldus Utopia. “Dat heeft het voorbije trouwens gezorgd voor de enorme overinvesteringen in de telecom-sector.”

De netwerken van de private telecombedrijven hebben een capaciteit van maximaal twee megabits per seconde, maar dat is uiteraard niets vergeleken bij de honderd megabits die Utopia – en onder bepaalde omstandigheden zelfs tot duizend megabits – belooft. Een dergelijke capaciteit is op dit ogenblik lang niet nodig, maar Paul Morris verklaart dat het niet lang zal duren vooraleer veelbelovende nieuwe toepassingen op de markt zullen komen. “Digitale televisie heeft een capaciteit van zes megabits per seconde nodig,” merkt hij op. “We verwachten dat de bevolking snel zal overschakelen naar video-on-demand en on line videogames en dat heeft, naast internet en telefoon, allemaal bandbreedte nodig. Dan zullen we vlug aan 95 megabits per seconde zitten.”

Het project kost Utopia ongeveer 1.100 dollar per woning om het netwerk tot voor de deur te brengen en nog eens 1.400 dollar om een aansluiting te maken. Verwacht wordt dat na twee jaar veertig procent van de bewoners het Utopia-netwerk zou gebruiken. De investering zou na zeven jaar kunnen terugbetaald zijn.

Computer draaischijf van gezinsontspanning?

De personal computer wordt in de huisgezinnen weldra het hart van de ontspanningscultuur. Dat is tenminste de bedoeling van Microsoft en Intel. Zij willen immers dat de computer in de toekomst zowel televisiepost, als game-machine, stereo jukebox, dvd-speler en digitaal foto-archief wordt. Deze flexibele computers zouden bij de doorbraak van de digitale televisie de industrie een grote toegang moeten geven op de consumentenmarkt.

Verwacht wordt dat deze toestellen de electronische consumentenindustrie over vijf jaar compleet zullen overhoop gegooid hebben. Daarbij hoopt de industrie dat de consument de volgende jaren honderden miljarden dollar zal besteden aan nieuwe producten als grootscherm en hometheater.

Dat alles zou gerealiseerd moeten worden door de creatie van de Media Center PC, waarbij de processor ontworpen werd door Intel en de soltware geleverd wordt door Microsoft. De toestellen worden vervaardigd door onder meer Dell, Hewlett-Packard, Sony en Gateway. Tijdens de jaarlijkse Comdex Computer Show in Las Vegas benadrukte Microsoft-topman Bill Gates het belang van de software om de diverse consumenten- en bedrijfssystemen samen te brengen.

Met deze nieuwe toestellen wil de computer industrie een digitale kruisvaart opzetten om de satelliet- en kabelindustrie te bestormen en de machtige electronica-giganten op de consumentenmarkt te ondermijnen. Bovendien zit er ook een strategie achter om zowel de film- als de muziekindustrie te herstructureren.

Niet iedereen is echter overtuigd van de slaagkansen van deze strategie. Opgemerkt wordt dat zelfs die gebruiksvriendelijke computers nog altijd veel ingewikkelder zijn dan de hedendaagse electronische toestellen. Anderen stellen dat de draadloze communicatie veel geschikter zal blijken te zijn om de diverse electronische toestellen met elkaar te laten communiceren. In deze situatie zouden de kabel- en satelliet-televisie nog altijd blijven bepalen hoe film, videogames en muziek worden geconsumeerd. Daarnaast wordt gesteld dat het publiek nu eenmaal een andere visie op hun vrije tijd dan Microsoft en Intel. Men houdt volgens sommigen niet van een centraal geregeld thuisnetwerk.

Microsoft heeft eerder al – vergeefse – pogingen ondernomen om met zijn computertechnologie het bureau te verlaten en andere ruimtes in de woning in te palmen. “In 1982 was er Modular Windows, ontworpen voor een interactieve cd-speler,” stelt John Markoff. “In 1993 volgde de al even onsuccesvolle kabelbox en in 1997 werd WebTV op aangekocht, dat later hervormd werd tot Ultimate TV.” Microsoft en Intel lijken er echter van overtuigd dat hun project dit keer sterk genoeg is om het enthousiasme van het publiek te winnen.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Massaal ontslag Chinese journalisten?

Ruim 40.000 Chinese journalisten dreigen hun job te verliezen. Dat zijn volgens het weekblad Yazhou Zhoukan (Hong Kong) de consequenties van het veranderende mediabeleid van de Chinese overheid.

China heeft de publicatie van 673 staats-mediabedrijven opgeschort. Die operatie is een onderdeel van de reorganisatie die de Chinese overheid in zijn mediasector wil doorvoeren. Die reorganisatie moet de sector in de richting van een vrije markt-politiek duwen en de overheidsuitgaven helpen beperken.

Volgens het officiële persbureau Xinhua werd de publicatie van de betrokken kranten stopgezet omdat ze economisch niet rendabel waren. Bijna negentig andere worden voortaan als gratis bladen uitgebracht. Liu Yunshan, de propaganda-chef van de Chinese Communistische Partij, merkte volgens Xinhua daarbij op dat dit ook de financiële lasten voor de bevolking worden afgebouwd. Ze moeten volgens Yunshan voortaan niet meer betalen voor de verplichte abonnementen.

De koerswijziging van de Chinese overheid bepaalt dat de kranten financieel onafhankelijk moeten kunnen werken van het centraal gezag. “Per provincie zijn er nog slechts twee gesubsidieerde publicaties toegelaten,” merkte Xinhua op. “Daarnaast mag elke stad één krant ondersteunen.” Daarnaast zouden ook overheidsinstanties niet meer verplicht kunnen worden een abonnement te nemen op een aantal kranten. Nog slechts twee uitgaves blijven financiële steun genieten van de regering: de krant Renmin Ribao en het tijdschrift Seeking Truth.

Maar deze maatregel dreigt wel duizenden journalisten werkloos te maken. De 25-jarige Li Li is haar job trouwens al kwijt, maar daar heeft de nieuwe mediakoers van de Chinese overheid weinig mee te maken. De jonge journaliste werd door de directie van het tijdschrift City Pictorial uit Guangzhou de laan uitgestuurd wegens de weblog die ze al enkele maanden volschreef met verhalen over haar seksueel bijzonder actief leven.

Li Li schreef haar weblog onder de naam Muzimei en haalde half november meer dan honderdduizend lezers. Haar verhalen genoten bijzonder veel bijval, maar ze kreeg vanuit de pers en andere hoeken ook heel wat kritiek over zich heen omdat haar verhalen niet geschikt zouden zijn voor het publiek. De moeder van een twaalfjarige Muzimei-fan stelde verontwaardigd dat dergelijke publicaties op het internet verhinderd zouden moeten kunnen worden.

Maar tegenover de krant Shanghai Daily stelde sociologie-professor Zhou Xiaozheng dat Li duidelijk een onderdeel is van een generatie-verandering. “Muzimei is een vertegenwoordigster van een groeiende groep jonge Chinezen die hun verantwoordelijkheden niet meer willen opnemen,” aldus Xiaozheng. De krant merkt daarbij op dat sinds een aantal jaar verscheidene vrouwelijke auteurs naam hebben gemaakt met expliciete verhalen over seks, zoals Mian Mian, Wei Hui en Jiu Dan. “Het is bijzonder interessant te zien hoe het sociaal gedrag van mensen in een heel korte tijd heel grondig kan veranderen,” merkte de socialistische voorman Li Yinhe daarbij op.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Steeds meer klachten over e-commerce

Internauten klagen steeds meer over e-commerce en aanverwante onderwerpen. Dat blijkt uit de jaarlijkse klachtenstudie van de Amerikaanse National Association of Consumer Agency Administrators (NACAA) en Consumer Federation of America (CFA).

Volgens de onderzoekers wordt er vooral geklaagd over online aankopen. De grootste wrevel werd opgewekt door laattijdige leveringen van online bestellingen, terwijl een aantal aanbieders de producten ook gewoonweg niet leverden. Ook internetveilingen liggen onder vuur, waarbij geklaagd werd over oplichters. Internet Service Providers kregen het verwijt te hoge facturen aan te rekenen; terwijl een aantal het ook vertikte services en rekeningen af te sluiten wanneer daar om gevraagd werd.

Uiteraard waren er ook klachten over spam-berichten, waarbij het duidelijk is dat de internetpopulatie genoeg begint te krijgen met boodschappen die snelle rijkdom of unieke zakenmogelijkheden garanderen. Daarbij hoort ook de beruchte Nigerian 419, die de mailboxen blijft bestoken. Volgens The Register zou deze spamindustrie met een illegaal inkomen van vijf miljard dollar al de vijfde grootste industriële sector van het Afrikaanse land zijn geworden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

Tuesday, November 25, 2003

Journalisten houden van e-mail

Journalisten vinden het leuk om e-mail berichten te krijgen van hun lezers. Dat geldt toch in ieder geval voor de redactie van de Amerikaanse krant The Globe. Nochtans hadden een aantal lezers van de krant boos opgemerkt dat indien de journalisten niet wensten te reageren op berichten van de lezers, hun e-mail adressen niet in de krant gepubliceerd moesten worden. Een intern onderzoek deed de krant echter besluiten dat e-mails wel degelijk beantwoord worden.

"De Globe-journalisten merkten op dat ze negentig tot honderd procent van de e-mail berichten beantwoorden," aldus Globe-redacteur Christine Chinlund. "Ze vertelden bijna alle berichten die niet beledigend of vulgair waren, te beantwoorden. Daarbij gaven ze voorrang aan berichten die gefundeerde kritiek vertolkten." Chinlund gaf wel toe dat een aantal journalisten, wiens bijdragen vele reacties uitlokken, misschien minder post beantwoorden. "Een collega merkte op dat elk uur dat besteed wordt aan het beantwoorden van lezerspost, niet besteed kan worden aan het schrijven van verhalen waarop de lezers reageren," merkte ze op.

Chinlund stelde echter dat andere journalisten er een zaak van maken elk bericht te beantwoorden. Ze verwees daarbij naar een collega die een spraakmakend verhaal had gemaakt en daarop driehonderd reacties had gekregen. "De journaliste stelde dat het beantwoorden van al die post uitputtend was geweest, maar dat ze het niet kon verdragen dat de lezers niets van haar zouden horen." Bovendien bleken de meeste journalisten lezerspost bijzonder nuttig te vinden en er ook echt van te houden.

"Sommige journalisten stelden dat de reacties van de lezer hun eigen opinie over een bepaald onderwerp hadden bijgestuurd of tot nieuwe verhalen hadden geleid," aldus Chinlund. "Anderen waren van mening dat de conversatie met de lezer voor hen persoonlijk bijzonder bevredigend was. Ze vonden dat het vermelden van een e-mail adres onder het artikel de kloof tussen de journalisten en de lezers overbrugt. Het creeert een soort intiminiteit."

Chinlund stelt dat het voor journalisten wegens tijdsgebrek niet altijd mogelijk is om alle e-mails te beantwoorden, maar ze stelde voor dat in dergelijke gevallen een automatische antwoord zou verstuurd worden. "Daarin zou de journalist kunnen uitleggen waarom hij in dit geval niet de mogelijkheid heeft om iedereen een persoonlijk antwoord te sturen."

Maar ze gaf ook toe dat hier een ander gevaar om de hoek zou kunnen komen kijken. "Wanneer dergelijke antwoorden naar iedereen verstuurd worden, komen die ook bij spammers terecht," merkte ze op. "Dat veroorzaakt dan op zijn beurt weer een nieuwe stroom spam-berichten. Maar tijdelijke e-mail adressen per dossier zouden dat kunnen verhelpen."

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Video en blogs toekomst van de krant?

Kranten moeten er zich bewust van zijn dat hun publiek weldra zal verwachten dat het belangrijke nieuws van de dag met videoreportages gebracht zal worden. Dat was één van de belangrijkste vaststellingen van de jaarvergadering van de Online News Association (ONA) in november. Een tweede belangrijke evolutie wordt volgens een aantal deelnemers de doorbraak van de weblogs, die op termijn de columnisten wel eens zouden kunnen vervangen.

“Volgend jaar al zal video als nieuwsmedium doorbreken,” benadrukte Richard Deverell, hoofdredacteur van News Interactive bij de BBC. Leonard Apcar, hoofdredacteur van de New York Times On Line, stelde dat de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten wel eens de gebeurtenis zou kunnen zijn die die doorbraak forceert. “De kranten kunnen er maar beter op voorbereid zijn.”

Die doorbraak wordt volgens de ONA vooral door twee technologieën mogelijk gemaakt. In de eerste plaats zijn er de snelle internetverbindingen, maar er ook de technologische hulpmiddelen voor de journalisten zijn beter en gemakkelijker te gebruiken. Zo zal de toekomstige uitrusting van een journalist bestaan uit een videocamera met minidisc, een software-pakket dat hem toelaat videoreportages met dvd-kwaliteit te maken, een scanner en telefoons met multimedia-toepassingen. Die technologie is zo eenvoudig gemaakt dat de journalist zich kan concentreren op zijn verslaggeving en geen technologie-wonder hoeft te zijn om al die apparatuur te bedienen.

Andrew Locke, verantwoordelijke multimedia bij MSNBC.com, stelde dat video voor computer slechts een eerste stap is. “In Korea worden er al soaps gemaakt die exclusief voor de gsm-markt bedoeld zijn,” merkte hij op. Video heeft on line trouwens ook het voordeel dat veel langere en meer fragmenten kunnen getoond worden dan op televisie.

Weblogs

Ook weblogs zullen volgens diverse ONA-sprekers in de toekomst de nieuwsmedia sterk beïnvloeden. “Zij kunnen de journalist een alternatief aanbieden om een wereldwijd publiek te bereiken en tegelijkertijd interactie en debat met de lezer uitlokken,” aldus weblogger Andrew Sullivan. “De webloggers dreigen de macht van de uitgevers en redacties gevoelig uit te hollen. Vooral de traditionele opiniërende journalistiek zal weldra compleet achterhaald zijn.”

Hij verwees daarbij onder meer naar de op-ed column, een opiniërend verhaal waarop de lezer on line kan reageren. “Dat moest interactiviteit voorstellen, maar het genre is een echte dinosaurus,” merkte hij op. “De op-ed colum is niet meer van deze tijd. Volgens mij zullen zullen kranten voor opiniërende bijdragen in de toekomst trouwens meer beroep doen op bloggers dan op columnisten. Blogging heeft bij het publiek een positief imago, terwijl de traditionele media met heel veel skepsis moeten afrekenen.”

Sullivan stelde dat weblogs de lezer uitnodigen om te reageren op de berichten die geplaatst worden. “Op die manier worden de weblogs portals van ideeën en commentaren van anderen,” merkte hij op. “Mijn lezers bieden me dikwijls commentaren, tips en links aan die ik anders nooit zou gevonden hebben.”

De graad van professionaliteit van de bloggers vormt voor sommigen blijkbaar nog steeds een hinderpaal om het medium als volwaardig te beschouwen. De bloggers-community bestaat immers uit een aantal professionele journalisten en gespecialiseerde schrijvers, maar daarnaast zijn er honderdduizenden amateurs op het internet actief. Jeff Jarvis, directeur van Advance.net, stelde daar echter geen probleem in te zien. “Er zijn inderdaad heel wat amateurs actief,” merkte hij op. “Zij brengen ook journalistiek, maar hun geloofwaardigheid is uiteraard kleiner. Maar ik ben ervan overtuigd dat het publiek perfect in staat is om daar onafhankelijk over te oordelen.”

Technologisch heeft het on line medium zonder twijfel een schitterende toekomst, maar de ONA-sprekers moesten wel toegeven dat er nog steeds geen duidelijk rendabel business model tot stand is gekomen. “Er zijn nog altijd geen budgetten,” merkte ONA-voorzitter Bruce Koon, uitgever van Knight Ridder Digital, op. “Bovendien is er de onzekerheid. We weten nog altijd niet welke richting de on line journalistiek zal uitgaan.”

Bezoek van online nieuwssites wordt gewoonte

Het bezoeken van online nieuwssites wordt voor de internaut een dagelijkse gewoonte. Dat blijkt uit een onderzoek van de Online Publishers Association (OPA). De researchers stellen daarbij dat het internet vandaag voor het gezin betekent wat de televisie was tijdens de jaren vijftig.

"Surfen op het internet wordt een dagelijkse routine," aldus één van de onderzoekers. "Niet zelden blijkt het de eerste activiteit van de dag te zijn. "Mediasites blijken daarbij niet alleen voor nieuws en informatie bezocht te worden, maar ook uit gewoonte, voor het plezier en als ontspanning."

Het onderzoek gaf aan dat 68 procent van de ondervraagde internauten geregeld mediasites bezoekt voor nationaal nieuws, terwijl 64 procent er op zoek gaat naar de nieuwste berichten, heet van de naald. Ook voor het internationaal nieuws (52 procent) doet de internaut een beroep op de websites van de media, maar een groot aantal doet het ook uit gewoonte (44 procent), voor het plezier (23 procent) of om berichten uit de kranten op te volgen (21 procent).

Volgens de onderzoekers ondermijnen deze vaststellingen de mythe dat de internauten op vastgestelde tijdstippen en locaties op het internet surfen en daar vooral specifieke informatie zoeken. Ze voegen er aan toe dat de groei van het draadloze internet deze tendens nog zal versterken. "Vandaag dwaalt de computer door de woning," stellen ze. "Maar ook door Hamburger-restaurants en parken, waar steeds meer wi-fi hot spots het internet stimuleren."

Het onderzoek bevestigde ook eerdere conclusies dat de consument vooral beroep wil doen op sites die bekend staan voor hun kwalitatief aanbod. "Respondenten merkten op dat ze ook geneigd waren de links op die betrokken websites meer te vertrouwen," aldus de studie.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com
Brandt de online bibliotheek af?

Ruim tweeduizend jaar geleden brandde de bibliotheek van Axandrië af. Daarmee ging een groot gedeelte van het toenmalige wereld-erfgoed verloren. Die ramp dreigt zich volgens de Washington Post vandaag opnieuw te herhalen, maar dan wel op het internet.

Onderzoek zou hebben uitgewezen dat de gemiddelde levensduur van een webpagina amper honderd dagen bedraagt. Daardoor gaat er volgens Post-journalist Rick Weiss heel wat online informatie verloren.

Researchers van het Veterans Affairs Medical Center in Denver baseerden zich voor een rapport vooral op internetbronnen. Toen het rapport twee jaar later klaar was en de auteurs de duizenden voetnota's controleerden, bleek dat heel wat van de betrokken websites verdwenen of verhuisd waren, waardoor de voetnota's waardeloos geworden waren.

Daarop ging het team ook de voetnota's van andere rapporten controleren. Ze kwamen tot de vaststelling dat naarmate de tijd vorderde, steeds meer websites inactief geworden waren. Drie maand na de publicatie bleek 3,8 procent van de verwijzingen niet meer te kloppen. Na vijftien maanden was dat cijfer echter al opgelopen tot tien procent en na 27 maanden tot dertien procent. Andere studies maken gewag van een twintig procent verlies na twaalf maanden en veertig tot vijftig procent na vier jaar.

Dat dreigt volgens de onderzoekers een bijzonder groot probleem te worden, aangezien wetenschappers steeds meer op het internet steunen en beroep doen. Zo zou per jaar een kwart van de Britse overheidswebsites - nagenoeg 2.500 in totaal - van internetadres veranderen. En dit terwijl sommige documenten - zoals het Britse overheidsdossier over het Iraakse wapenarsenaal - uitsluitend in een internet-versie bestaan. "Er wordt nergens aangegeven waar toekomstige historici het zouden kunnen vinden," aldus het Londense bedrijf Electric Publishing Services.

Er zijn wel pogingen om een aantal van die verdwenen websites toch voor het nageslacht te bewaren. Soms gebeurt dat aan de hand van speciale zoekmachines - digital object identifiers - die verhuisde websites kunnen opsporen. Daarvoor moet de internaut echter beroep doen op registratiebureau's.

Een andere oplossing wordt geboden door initiatieven als het Internet Archive (www.archive.org), waar websites gearchiveerd worden. Het bestand van het Internet Archive telt ondertussen meer dan 200 terabytes informatie, wat gelijk staat met 200 miljoen boeken. Elke maand komt daar nog eens 20 terabytes bij. Maar aangezien het internet per dag met ongeveer zeven miljoen nieuwe pagina's groeit, kunnen die archieven alleen maar proberen de achterstand en de schade te beperken. Nieuwe instrumenten zijn dan ook bijzonder welkom om de content van het internet vast te houden.

Reacties: gazettenpraat@yahoo.com

This page is powered by Blogger. Isn't yours?